Het gebeurde in Virginia City. Beroeps dronkaard Carl Wilson had weer eens meer op dan koude thee en liet dat zeer duidelijk merken. Hij was luidruchtig en zocht met iedereen ruzie.
Na een poos rijden bereikten Adam en Mitch Cartwright eindelijk Virginia City. De tocht was zwaar door de vallende sneeuw. Ze stopten bij het kantoor van de sheriff.
“Ga jij de post halen, dan wacht ik hier op jou”, zei Adam.
“Goed”, zei de elfjarige Mitch.
Hij gleed uit het zadel en bond zijn paard Caramel vast. Adam steeg ook af en bond zijn rijdier Sport vast. Hij keek hoe zijn zoon naar het telegramkantoor liep. Opeens kwam Carl langslopen en hij duwde lachend de jonge Cartwright omver. Mitch viel op de grond.
“Je moet uitkijken waar je loopt!”, snauwde de zatlap.
Een mix van whisky en bier kwam uit zijn mond.
“Kijk zelf uit”, reageerde Mitch.
De zatlap keek hem aan en schopte hem tegen zijn linkerenkel. Meteen daarop schreeuwde hij het uit van de pijn. Adam kwam erbij en knielde neer bij zijn zoon.
“Is dat jouw zoon?”, vroeg de zatlap kwaad.
“Ja, hoezo?”, wilde Adam weten.
“Dan moet je hem beter opvoeden. Eerst loopt hij mij bijna omver en daarna bezorgt hij mij een paar gebroken tenen”, antwoordde Carl.
“Hij liep mij omver”, reageerde Mitch.
Er kwamen steeds meer mensen om hen heen staan en één van hen was sheriff Roy Coffee.
“Ben je weer bezig Carl?”, vroeg Roy.
“Dat kind is begonnen”, antwoordde Carl.
Roy keek Adam aan en vroeg:“Adam, wie is er begonnen: Mitch of Carl?”
“Mitch kwam van jouw kantoor en werd door hem omver gelopen. Toen begon hij Mitch te schoppen maar het deed hemzelf meer pijn dan Mitch”, vertelde Adam.
“Ik word natuurlijk weer niet geloofd maar een Cartwright wel. Vrede op aarde in de Cartwright welbehagen”, zei Carl hatelijk.
“De Cartwrights moeten zich net als iedereen aan de wet houden”, zei Roy.
“Ik zal ervoor zorgen dat geen enkele Cartwright meer in Virginia City zal komen”, zei Carl waarna hij wegliep.
Mitch stond op en schudde de sneeuw van zich af. Uit voorzorg bleef Adam bij de jongen.
In het telegramkantoor vroeg Adam:“Is er nog post voor de Ponderosa?”
Glen Parker keek in het postvakje en vond een flinke stapel enveloppen.
“Jazeker. Hier heb je de post”, zei Glen.
Adam kreeg de post en verliet met zijn zoon het telegramkantoor.
“Kid, ga je mee naar huis?”, vroeg Adam.
De jongste Cartwright knikte. Ze liepen naar hun paarden om naar huis te gaan.
“Cartwright, kijk eens even hier”, riep Carl lachend.
Adam pakte zijn geweer maar Mitch nam het wapen van zijn vader over. Carl gooide een ijsbal en Mitch sloeg hem terug. Carl lachte om de actie van Mitch maar dat duurde niet lang. De ijsbal trof het hoofd van Carl waarna hij roerloos op de grond bleef liggen. Mitch gaf het geweer aan Adam terug. Ze liepen naar Carl en Roy constateerde dat Carl dood was.
“Hij is overleden. Mitch, ik verwijt je niets want hij was weer zelf begonnen. Maar beloof me dat je nooit meer midden op straat gaat honkballen”, zei Roy.
“Ik beloof het”, zei Mitch.
Adam en Mitch gingen weer op huis aan maar nu hadden ze weer een verhaal te vertellen aan de anderen.