Do not go gentle into that good night

Verdwijn niet zomaar in de zoete nacht,

Vlam op en vecht wanneer het avond wordt;

Vecht, vecht, omdat het licht niet sterven mag.


De wijze, die weet dat het duister wacht,

Omdat geen licht ooit voortsproot uit zijn woord,

Verdwijnt niet zomaar in de zoete nacht.


De goede, die hier aanspoelde en dacht:

In deze baai dansen mijn deugden voort,

Vecht, vecht, omdat het licht niet sterven mag.


De wilde, die met zang de zon aanbad

En te laat zag dat dat zijn baan verstoort,

Verdwijnt niet zomaar in de zoete nacht.


De dappere, haast dood, die blind nog zag

Met ogen stralend als een meteoor,

Vecht, vecht, omdat het licht niet sterven mag.


En u, mijn vader, door mij zo geacht,

Vloek, zegen mij met tranen, maar vecht door.

Verdwijn niet zomaar in de zoete nacht.

Vecht, vecht, omdat het licht niet sterven mag.

Do not go gentle into that good night,

Old age should burn and rage at close of day;

Rage, rage against the dying of the light.


Though wise men at their end know dark is right,

Because their words had forked no lightning they

Do not go gentle into that good night.


Good men, the last wave by, crying how bright

Their frail deeds might have danced in a green bay,

Rage, rage against the dying of the light.


Wild men who caught and sang the sun in flight,

And learn, too late, they grieved it on its way,

Do not go gentle into that good night.


Grave men, near death, who see with blinding sight

Blind eyes could blaze like meteors and be gay,

Rage, rage against the dying of the light.


And you, my father, there on the sad height,

Curse, bless me now with your fierce tears, I pray.

Do not go gentle into that good night.

Rage, rage against the dying of the light.


(1951)