074

Sonnet 74

Maar wees niet bang als straks de diender mij

Zonder pardon sommeert om mee te gaan;

Want mijn bestaan is zinvol, omdat jij

In elke zin van mij blijft voortbestaan.

Wanneer je leest wat hier geschreven staat,

Zie je hoe alles aan jou is gewijd.

Waar stof, natuurgetrouw, tot stof vergaat,

Schenk ik mijn ziel aan jou, mijn zaligheid.

Wat je met mij verliest is dode huid,

Een wormenmaal, de droesem van mijn leven,

Een miezerige messentrekkersbuit,

Te min om jou als aandenken te geven.

Van waarde is mijn ziel, hier diep van binnen;

En die vereeuwigt jou in deze zinnen.

Sonnet 74

But be contented when that fell arrest

Without all bail shall carry me away,

My life hath in this line some interest,

Which for memorial still with thee shall stay.

When thou reviewest this, thou dost review

The very part was consecrate to thee:

The earth can have but earth, which is his due;

My spirit is thine, the better part of me:

So then thou hast but lost the dregs of life,

The prey of worms, my body being dead;

The coward conquest of a wretch's knife,

Too base of thee to be remembered.

The worth of that is that which it contains,

And that is this, and this with thee remains.