105 The Method

De methode


O, klaag, arm hart.

Omdat jouw God niet horen wil,

Zie dat er wrijving is en smart,

Dat maakt Hem stil.


Jouw Vader zou,

Jou geven, al wat jou beliefde;

Zijn Macht gebruikt hij graag voor jou,

Want Hij is Liefde.


Ga, zoek dit ding,

Doorwoel je borst, kijk in je boeken.

Als je ‘n handschoen kwijt bent of een ring,

Ga je toch zoeken?


Wat staat er dan

Daar bovenaan het eerste blad?

Gisteren was ik nonchelant

Terwijl ik bad.


En zou Gods oor

Aan middelmaat geketend zijn,

Die niet zijn eigen woorden hoort?

Is God niet vrij?


Stop! Wat is dat?

Laatst toen ik dacht dat daadkracht hoort,

Kreeg ik een wenk dat ik te wachten had,

Maar ik ging door.


En heeft Gods oor,

Dat niemand nodig heeft, wel banden

Met wie niet hoort, houdt Hij hen voor

Zijn tegenstanders?


Dus bid nog weer;

Kniel met veel ernst en zing met vreugd.

Want na vergeving, zegt de Heer:

Hart, wees verheugd.

The Method


Poor heart, lament.

For since thy God refuseth still,

There is some rub, some discontent,

Which cools his will.


Thy Father could

Quickly effect, what thou dost move;

For he is Power: and sure he would;

For he is Love.


Go search this thing,

Tumble thy breast, and turn thy book.

If thou hadst lost a glove or ring,

Wouldst thou not look?


What do I see

Written above there? Yesterday

I did behave me carelessly,

When I did pray.


And should Gods eare

To such indifferents chained be,

Who do not their own motions heare?

Is God lesse free?


But stay! what's there?

Late when I would have something done,

I had a motion to forbear,

Yet I went on.


And should Gods eare,

Which needs not man, be ty'd to those

Who heare not him, but quickly heare

His utter foes?


Then once more pray:

Down with thy knees, up with thy voice.

Seek pardon first, and God will say,

Glad heart rejoyce.