059 The World

De wereld


De Liefde heeft een statig huis gebouwd,

Fortuna bracht daar sprookjesdraden aan,

Het spinrag, zei ze, ondersteunt het hout,

Hoewel het omgekeerd was, goed beschouwd,

Maar Wijsheid veegde alles van de baan.


Toen kwam Plezier, die van die stijl niet houdt,

Die 't sierde met balkons en een terras;

Maar ’t pand verzakte toen het was verbouwd;

Na een wettelijke oproep tot behoud

Werd het weer ingericht zoals het was.


Toen kwam de Zonde binnen, met zijn vijgen,

Die door zijn blad ons tegen droogte en dauw

Beschermt. De vijgeboom ging met zijn twijgen

Langs muren, wat tot grote scheuren leidde,

Maar Gratie redde, snoeiend, het gebouw.


Toen smeedden Kwaad en Dood een hechte band,

En gooiden het gebouw tegen de grond,

En dat gebeurde, zonder tegenstand

Maar Liefde, Gratie, Glorie, hand in hand

Bouwden een mooier slot dan er ooit stond.

The World


Love built a stately house; where Fortune came,

And spinning phansies, she was heard to say,

That her fine cobwebs did support the frame,

Whereas they were supported by the same:

But Wisdome quickly swept them all away.


Then Pleasure came, who, liking not the fashion,

Began to make Balcones, Terraces,

Till she had weakned all by alteration:

But rev’rend laws, and many a proclamation

Reformed all at length with menaces.


Then enter’d Sinne, and with that Sycomore,

Whose leaves first sheltred man from drought & dew,

Working and winding slily evermore,

The inward walls and sommers1 cleft and tore:

But Grace shor’d these, and cut that as it grew.


Then Sinne combin’d with Death in a firm band

To raze the building to the very floore:

Which they effected, none could them withstand.

But Love and Grace took Glorie by the hand,

And built a braver Palace then before.