044 The quiddity

Het wezen


Mijn God, een vers is niet een kroon,

Geen zaak van eer, geen leuke jas,

Geen havik, of banket, of troon,

Geen zwaard ook, en geen contrabas:


Het kan niet springen, dansen, spelen;

Het reist nooit in het buitenland;

En mocht je je een dag vervelen:

Het is geen pretpark of een strand.


Het is geen kunst, geen doorgeefluik,

De Beurs niet en geen drukke Hal,

Maar het is …. als ik het gebruik,

Ben ik bij U, het Hoogst van al.

The Quidditie


My God, a verse is not a crown,

No point of honour, or gay suit,

No hawk, or banquet, or renown,

Nor a good sword, nor yet a lute:


It cannot vault, or dance, or play;

It never was in France or Spain;

Nor can it entertain the day

With my great stable or demain:


It is no office, art, or news,

Nor the Exchange, or busie Hall;

But it is that which while I use

I am with thee, and Most take all.