Love's Infiniteness

ONEINDIGE LIEFDE


Al heb ik al jouw liefde niet,

Ik krijg die toch nooit helemaal;

Alleen een eerste zucht beroert me, lief,

Mijn tranen rollen nooit een tweede maal;

En al mijn schatten waar ik jou mee won,

Mijn zuchten, tranen, eden, elke brief,

Voor alles wat ik jou ooit zond,

Gold slechts een koopmanschapmotief.

Wordt van jouw liefdesgift iets afgehaald

En wordt dat deel aan anderen betaalt,

Dan krijg ik jou nooit helemaal.


Ook als je mij ooit alles schonk,

Was alles, alles wat je had;

Maar als er nieuwe liefde is of komt

Van andere mannen, dan vult dat jouw hart,

Dan gaan hun zuchten en hun tranenzang,

Hun eden en hun brieven mij te boven,

Die nieuwe liefde maakt mij bang,

Want dat is niet wat jij beloofde.

Toch was het zo, jouw gift ooit was totaal;

Wat ik van jouw grond, jouw hart, binnenhaal,

Die oogst, lief, krijg ik helemaal.


Maar toch krijg ik nooit alles, want

Vervuld is hij die alles heeft;

En er moet ruimte zijn, omdat jouw land

Van liefde daaglijks nieuwe vruchten geeft;

Toch geef jij elke dag jouw hart niet weg,

Ook niet, als jij dat kon, want het geheim

Van liefde is, dat loslaten juist hecht,

Dat ook verloren liefde winst kan zijn.

Ons hart is vrij, en niet een kapitaal

Dat wordt verkocht, niet eenmaal, andermaal,

Nee, één en samen, helemaal.

Love's Infiniteness


If yet I have not all thy love,

Dear, I shall never have it all,

I cannot breathe one other sigh, to move,

Nor can entreat one other tear to fall,

And all my treasure, which should purchase thee,

Sighs, tears, and oaths, and letters I have spent.

Yet no more can be due to me,

Than at the bargain made was meant;

If then thy gift of love were partial,

That some to me, some should to others fall,

Dear, I shall never have thee all.


Or if then thou gavest me all,

All was but all, which thou hadst then;

But if in thy heart, since, there be or shall

New love created be, by other men,

Which have their stocks entire, and can in tears,

In sighs, in oaths, and letters outbid me,

This new love may beget new fears,

For, this love was not vowed by thee.

And yet it was, thy gift being general;

The ground, thy heart, is mine, whatever shall

Grow there, dear, I should have it all.


Yet I would not have all yet;

He that hath all can have no more,

And since my love doth every day admit

New growth, thou shouldst have new rewards in store;

Thou canst not every day give me thy heart,

If thou canst give it, then thou never gavest it:

Love's riddles are, that though thy heart depart,

It stays at home, and thou with losing savest it:

But we will have a way more liberal,

Than changing hearts, to join them, so we shall

Be one, and one another's all.