074 Mortification

Aftakeling


Wat snel vervalt de mens!

Als je een zuigeling heel zacht ontkleedt

Dan merk je dat zijn ademstoot

De weg niet kent;

Zijn doeken zijn een stervenskleed,

Die hem begeleiden zullen naar de dood.


Wie zich naar bed begeeft,

Als kind, voor ’t eerst, die graaft zijn eigen graf,

Slaap knelt; alleen een ademstoot

Maakt dat hij leeft;

Rollend als golven, nacht na nacht,

Wordt hij, snel, weggedreven naar de dood.


Als jeugd, zo frank en vrij,

Muziek wil horen, als hun bloed verhit,

En vreugd zich uit in ademstoot

En stemmigheid;

Dan zegt die doodsklok dit:

Nu is het uur gekomen van de dood.


Als iemand, oud en grijs,

Een huis en haard heeft, en zich wentelt in

De cirkel van zijn ademstoot,

Maakt hij zich wijs

Dat domheid in hem al bemint

De kist die hem zal brengen naar de dood.


Als ouderdom ons breekt,

Dichtbij het graf, en dooi valt jaar na jaar,

Smeltend stokt dan zijn ademstoot

Wanneer hij spreekt;

Zijn oude stoel toont al de baar,

Die hem straks weg zal voeren naar de dood.


De mens bereidt steeds weer

Zijn plechtigheid, zonder echt stil te staan;

En kleedt zich al, terwijl zijn ademstoot

Nog steeds presteert

O Heer, leer ons zo dood te gaan,

Dat al ons sterven leven is in dood.

Mortification


How soon doth man decay!

When clothes are taken from a chest of sweets

To swaddle infants, whose young breath

Scarce knows the way;

Those clouts are little winding sheets,

Which do consigne and send them unto death.


When boyes go first to bed,

They step into their voluntarie graves,

Sleep bindes them fast; onely their breath

Makes them not dead;

Successive nights, like rolling waves,

Convey them quickly, who are bound for death.


When youth is frank and free,

And calls for musick, while his veins do swell,

All day exchanging mirth and breath

In companie;

That musick summons to the knell,

Which shall befriend him at the houre of death.


When man grows staid and wise,

Getting a house and home, where he may move

Within the circle of his breath,

Schooling his eyes’

That dumbe inclosure maketh love

Unto the coffin, that attends his death.


When age grows low and weak,

Marking his grave, and thawing ev’ry yeare,

Till all do melt, and drown his breath

When he would speak;

A chair or litter shows the biere,

Which shall convey him to the house of death.


Man, ere he is aware,

Hath put together a solemnitie,

And drest his herse, while he has breath

As yet to spare;

Yet Lord, instruct us so to die,

That all these dyings may be life in death.