095 Time

Tijd


Ik trof de trage Tijd en zei:

Jouw zeis is bot, je moet hem slijpen.

‘Natuurlijk, Heer’, zei hij tot mij,

‘Want op den duur gaat alles slijten;

Eén vindt dat hij wel scherper kan,

Maar hij is te scherp, vindt twintig man.’

Ik zei: ”Misschien in vroeger tijd

Toen werd het leven ’t meest bemind;

Een hakbijl vond men toen jouw zeis,

Terwijl men ‘t nu een snoeimes vindt.

Door Christus komst op aarde groeit

De mensheid juist door jouw gesnoei.

Dat is wat jou ook zegenen zal,

Want werd je toen alleen geëerd

Als beul, in ’t gunstigste geval;

Je bent een tuinman nu, en meer,

Want jij leidt onze ziel naar ver

Voorbij de verste pool en ster.

En dit maakt ons bestaan zo lang

Omdat het ons afhoudt van God.

Die lange duur jaagt ons op stang

De zonde groeit, zelfs door genot.

Wie al een plaats naast God bestelt,

Woont voor de helft al in de hel.

Een vreemde lengte die men wil,

Die verder gaat dan eeuwigheid!’

Tot dan toe volgde Tijd mij stil,

Maar barste uit: ‘Die man misleidt;

Wat doe ik hier, bij die meneer?

Hij wil niet minder tijd, maar meer.’

Time


Meeting with Time, slack thing, said I,

Thy sithe is dull; whet it for shame.

No marvell Sir, he did replie,

If it at length deserve some blame:

But where one man would have me grinde it,

Twentie for one too sharp do finde it.

Perhaps some such of old did passe,

Who above all things lov’d this life:

To whom thy sithe a hatchet was,

Which now is but a pruning knife.

Christs coming hath made man thy debter,

Since by thy cutting he grows better.

And in his blessing thou art blest:

For where thou onely wert before

An executioner at best;

Thou art a gard’ner now, and more,

An usher to convey our souls

Beyond the utmost starres and poles.

And this is that makes life so long,

While it detains us from our God.

Ev’n pleasures here increase the wrong,

And length of dayes lengthen the rod.

Who wants the place, where God doth dwell,

Partakes already half of hell.

Of what strange length must that needs be,

Which ev’n eternitie excludes!

Thus farre Time heard me patiently:

Then chafing said, This man deludes:

What do I here before his doore?

He doth not crave lesse time, but more.