033 Affliction II

Droefenis II


Dood mij niet elke dag,

O Levensgod; Uw ene dood is meer

Dan al mijn sterven telkens weer;

Weet U, ik sterf per dag

De uren die Methusalem ooit zag.


Want giet men traan voor traan

In één riool, één zilte zee, één vat;

Vergoot U niet veel meer dan dat?

Als men het daarin deed,

Ontkleurt het slechts het bloedrood van Uw zweet.


U bent mijn leed, O Heer,

Ja U alleen, dus, Heer, verberg het niet;

Mijn vreugd bent U, dus mijn verdriet;

Uw Kruis neemt in één keer

Zoals een spons, al mijn toekomstig zeer.

Affliction II


Kill me not every day,

Thou Lord of life ; since Thy one death for me

Is more than all my deaths can be,

Though I in broken pay,

Die over each hour of Methusalem's stay.


If all men's tears were let

Into one common sewer, sea, and brine ;

What were they all, compared to Thine?

Wherein if they were set,

They would discolour Thy most bloody sweat.


Thou art my grief alone,

Thou Lord conceal it not ; and as Thou art

All my delight, so all my smart :

Thy cross took up in one,

By way of imprest, all my future moan.