122 The Collar

Het Boordje


Op ’t altaar slaand riep ik: Genoeg!

Ik wil hier weg!

Wat? Moet mijn smachten eeuwig zijn?

Vrij is mijn lot, mijn leven en mijn weg,

Als wind, en weids als overvloed.

Waarom breek ik niet uit?

Is er geen andere oogst dan doorn,

Die mij niet zuivert als ik bloed,

Zoals versterkend zomerfruit?

Ja, er was wijn

Voordat mijn zucht het droogde; er was koren

Vóór ’t nat werd door mijn traan.

Treft mij dit jaar alleen verlies?

Dat er geen bloemen staan,

Dat het aan bloemenkransen schort?

Verdord?

Dat niet, mijn hart, er is wel fruit,

Stroop mouwen op;

Verdrijf de tijd die werd vergooid,

Geniet voor twee, sluit het kil denken uit

Over wat hoort en niet, vlieg uit je kooi;

Werp af die strop

Van zand, die jouw bekrompenheid ooit maakte

Tot wurgdraad, en daarna als wet

Werd doorgezet,

Terwijl jouw zicht verloren raakte.

Opzij, verdwijn;

Ik wil hier weg;

Denk niet aan dood, en toom je angsten in,

Want wie zijn zin

Niet dienstbaar durft te zijn,

Die wordt geknecht.

Maar, woest van woede en totaal verblind,

Door elk woord meer,

Dacht ik te horen roepen: ‘Kind!’

Ik antwoordde: ‘Mijn Heer.’

The Collar


I struck the board, and cried, "No more;

I will abroad!

What? shall I ever sigh and pine?

My lines and life are free, free as the road,

Loose as the wind, as large as store.

Shall I be still in suit?

Have I no harvest but a thorn

To let me blood, and not restore

What I have lost with cordial fruit?

Sure there was wine

Before my sighs did dry it; there was corn

Before my tears did drown it.

Is the year only lost to me?

Have I no bays to crown it,

No flowers, no garlands gay? All blasted?

All wasted?

Not so, my heart; but there is fruit,

And thou hast hands.

Recover all thy sigh-blown age

On double pleasures: leave thy cold dispute

Of what is fit and not. Forsake thy cage,

Thy rope of sands,

Which petty thoughts have made, and made to thee

Good cable, to enforce and draw,

And be thy law,

While thou didst wink and wouldst not see.

Away! take heed;

I will abroad.

Call in thy death's-head there; tie up thy fears;

He that forbears

To suit and serve his need

Deserves his load."

But as I raved and grew more fierce and wild

At every word,

Methought I heard one calling, Child!

And I replied, My Lord.