012 Easter

Pasen


O Hart, sta op; Uw Heer stond op. Eer Hem

Met luide stem;

En volg Hem, opdat Zijn verrijzenis

De jouwe is;

Zijn dood maakt jou tot stof; door op te staan

Verguldt Hij jou, ja, wordt jou recht gedaan.


Ontwaak, mijn luit, en speel ook jouw partij

Kunstig en blij;

Het kruis dat Hij droeg wist het hout te leren

Zijn naam te eren;

De snaren spanden zich zoals Zijn spieren

Om deze meest gewijde dag te vieren.


Speel samen hart en luit, in één gezang,

Speel mooi en lang;

Of, omdat elk gezang in drieën hoort,

In één akkoord,

Vraag of de Heilige Geest met kunst zo zoet,

Ons lied begeleidt en ons gebrek vergoedt.


Ik strooide bloemen op de grond;

Ik zwaaide met de bloesempracht,

Maar U kwam met de morgenstond

En hebt het zoetste meegebracht.

De zon gaat in het oosten op,

De zon geeft licht, de oost parfum;

Vermetel nemen zij het op,

Die twee, tegen Uw opstanding,

Kan er een dag als deze zijn,

Met zoveel zonnen, zo gewijd?

Driehonderd soms? Nee, dat is schijn:

Slechts één is er, maar die altijd.

Easter


Rise heart ; thy Lord is risen. Sing his praise

Without delayes,

Who takes thee by the hand, that thou likewise

With him mayst rise :

That, as his death calcined thee to dust,

His life may make thee gold, and much more just.


Awake, my lute, and struggle for thy part

With all thy art.

The crosse taught all wood to resound his name

Who bore the same.

His stretched sinews taught all strings, what key

Is best to celebrate this most high day.


Consort both heart and lute, and twist a song

Pleasant and long :

Or since all music is but three parts vied,

And multiplied ;

O let thy blessed Spirit bear a part,

And make up our defects with his sweet art.


I got me flowers to straw thy way ;

I got me boughs off many a tree :

But thou wast up by break of day,

And brought’st thy sweets along with thee.

The Sunne arising in the East,

Though he give light, and th’ East perfume ;

If they should offer to contest

With thy arising, they presume.

Can there be any day but this,

Though many sunnes to shine endeavour ?

We count three hundred, but we misse :

There is but one, and that one ever.

Bijschrift:

Het gedicht Easter is traditioneler van vorm dan Easter Wings, maar rijker van inhoud. Het bestaat uit twee delen van elk drie coupletten.

Het eerste deel bestaat uit afwisselend twee lange en twee korte regels, afgesloten door twee langere regels. In het eerste couplet roept de dichter zijn hart op om op te staan en te verrijzen, net als Christus. In het tweede couplet roept hij de luit op om muziek te maken en zo deze heilige dag te vieren. De klankkast van de luit wordt in enkele trefzekere zinnen vergeleken met het houten kruis van Golgotha, en de snaren van de luit met de pezen en spieren van Christus. In het derde couplet worden hart en luit aangemoedigd om samen te spelen met de Heilige Geest in een schitterende harmonie. Zijn zoete kunst vergoedt ons gebrek.

Na deze rijke, maar maniëristische poëzie, volgt het tweede deel. Het zijn drie coupletten, van een verpletterende eenvoud. De dichter strooit bloemen en haalt takken van de bomen om de Heer te eren, maar de Heer is al vroeg in de ochtend opgestaan en nam zijn zoetheid met zich mee.

In het tweede couplet wordt de opkomst van de zon in het oosten verbonden met de geurige kruiden en reukwaren die vanuit het Oosten komen. En toch kunnen de zon en die parfums niet op tegen de verrezen Christus. Eerste Paasdag, zo licht, zoveel zonnen? Nee, één, Christus, de zon die vandaag oprijst, niet voor één dag, nee, voor altijd.