146 Aaron

Aaron


Heiligheid op het hoofd,

Licht en volmaaktheid in het hart,

Mooi klokgelui wekt ieder uit de dood

Naar daar waar rust en leven wacht.

Ja, zo is Aaron’s dracht.


De laster in mijn hoofd,

Zonde en duister in mijn hart,

Geluid van hartstocht trekt me naar de dood,

Daar waar geen plaats van rust mij wacht,

Zo is mijn priesterdracht.


Alleen een ander hoofd,

Heb ik, een ander lijf en hart,

Een lied dat levend maakt, niet dood,

En zonder hem geen rust mij wacht

In hem vind ik mijn dracht.


Want Christus is mijn hoofd,

Hij is mijn lichaam en mijn hart,

Mijn enige muziek, al is ‘t mijn dood

Ik krijg, als ouderdom mij wacht,

In hem mijn nieuwe dracht


Want heilig is mijn hoofd,

Volmaakt en licht ook is mijn hart,

Met Christus’ leer in mij (Hij is niet dood,

Maar leeft in mij, als rust mij wacht)

Zo kleedt zich Aaron’s dracht.

Aaron


Holinesse on the head,

Light and perfections on the breast,

Harmonious bells below, raising the dead

To leade them unto life and rest.

Thus are true Aarons drest.


Profanenesse in my head,

Defects and darknesse in my breast,

A noise of passions ringing me for dead

Unto a place where is no rest.

Poore priest thus am I drest.


Onely another head

I have, another heart and breast,

Another musick, making live not dead,

Without whom I could have no rest:

In him I am well drest.


Christ is my onely head,

My alone onely heart and breast,

My onely musick, striking me ev’n dead;

That to the old man I may rest,

And be in him new drest.


So holy in my head,

Perfect and light in my deare breast,

My doctrine tun’d by Christ, (who is not dead,

But lives in me while I do rest)

Come people Aaron’s drest.