072 Charms and Knots

Toverformules


Wie vroeg de bijbel al gaat lezen,

Hoeft slechte ogen niet te vrezen.

Een stok die ‘n blinde man verrijkt

Is gids en wapen tegelijk.

Met dichte hand heeft goud geen nut;

Met open ben je dubbel blut.

Zonder te bidden slapen gaan,

Laat dag uit twee nachten bestaan.

Wie stenen naar een ander gooit,

Uit laster, mist zichzelf haast nooit.

Wie laag kijkt, met bescheiden oog,

Vindt daar zichzelf, op weg omhoog.

Wie haren verft met lust of trots,

Denkt: verf verbergt het vuile stof.

Neem één van tien, wat blijft? Nog tien,

Als preken enkel winst wil zien.

Brak water toont de hemel wel,

Maar wie het drinkt, gaat naar de hel.

Charms and Knots


Who reads a chapter when they rise,

Shall ne’re be troubled with ill eyes.

A poore mans rod, when thou dost ride,

Is both a weapon and a guide.

Who shuts his hand, hath lost his gold:

Who opens it, hath it twice told.

Who goes to bed and does not pray,

Maketh two nights to ev’ry day.

Who by aspersions throw a stone

At th’ head of others, hit their own.

Who looks on ground with humble eyes,

Finds himself there, and seeks to rise.

When th’ hair is sweet through pride or lust,

The powder doth forget the dust.

Take one from ten, and what remains?

Ten still, if sermons go for gains.

In shallow waters heav’n doth show:

But who drinks on, to hell may go.