Archaïscher Torso Apollos

Archaïsche Torso van Apollo


We kennen niet zijn legendarisch hoofd

waarin zijn oogappels ooit rijpten. Maar

zijn torso gloeit nog als een kandelaar,

waarin zijn blik, slechts schijnbaar uitgedoofd,

nog aanhoudt, glanst. Want zie toch hoe de boeg

van ‘t borstbeeld blinkt, en hoe de lichte draai

vanuit zijn lendenen een glimlach maakt

in ‘t middelpunt dat ooit de nazaat droeg.

Want anders leek de steen mismaakt en kort

onder de schouders zichtbaar ingestort,

en was die glans van roofdierhuid er niet;

Dan werd hij door geen stralenkrans omgeven

zoals een ster: geen plek die jou niet ziet.

Maak het dus tot een keerpunt in je leven.

Archaïscher Torso Apollos


Wir kannten nicht sein unerhörtes Haupt,

darin die Augenäpfel reiften. Aber

sein Torso glüht noch wie ein Kandelaber,

in dem sein Schauen, nur zurückgeschraubt,

sich hält und glänzt. Sonst könnte nicht der Bug

der Brust dich blenden, und im leisen Drehen

der Lenden könnte nicht ein Lächeln gehen

zu jener Mitte, die die Zeugung trug.

Sonst stünde dieser Stein entstellt und kurz

unter der Schultern durchsichtigem Sturz

und flimmerte nicht so wie Raubtierfelle;

und bräche nicht aus allen seinen Rändern

aus wie ein Stern: denn da ist keine Stelle,

die dich nicht sieht. Du mußt dein Leben ändern.

Aus: Der neuen Gedichte anderer Teil (1908)