Time does not bring relief; you all have lied

De tijd brengt geen verlichting; wie beweert

Dat tijd de pijn verzacht, liegt tegen mij!

Ik mis hem zoals regen huilt in mij

Ik wil hem terug wanneer het tij zich keert

De oude sneeuwlaag drupt van hoogten neer

Het najaarsblad geurt in de lanenrij,

Maar liefde van het vorig najaar blijft,

Slaat in mijn hart en mijn geheugen neer!

Wel honderd plaatsen waar hij kwam en ging

Zijn vol herinnering, en dus gevreesd!

Maar kom ik op een plaats waar zijn gelaat

Nooit is gezien, dan zeg ik: “Hier bestaat

Van hem geen enkele herinnering!"

En zo herinner ik hem nog het meest!

Time does not bring relief; you all have lied

Who told me time would ease me of my pain!

I miss him in the weeping of the rain;

I want him at the shrinking of the tide;

The old snows melt from every mountain-side,

And last year's leaves are smoke in every lane;

But last year's bitter loving must remain

Heaped on my heart, and my old thoughts abide!

There are a hundred places where I fear

To go, -- so with his memory they brim!

And entering with relief some quiet place

Where never fell his foot or shone his face

I say, "There is no memory of him here!"

And so stand stricken, so remembering him!