Oordeel
Rechter Almachtig, welke ziel weerstaat
Toch Uw gelaat;
Zo streng dat zelfs een hart van ijzer schrikt,
Als U beschikt
Over het Boek van Goed en Kwaad.
Ik weet niet zeker wat een ander doet,
Maar ik vermoed,
Dat hij de mooiste bladzij presenteert
En zo probeert
Zich aan U voor te doen als goed.
Maar ik verberg mij niet achter die schijn,
Want mijn is dijn;
Het Testament vertrouw ik aan U toe;
Lees daarin hoe
Mijn zonden ook uw zonden zijn.
Judgement
Almighty Judge, how shall poore wretches brook
Thy dreadfull look,
Able a heart of iron to appall,
When thou shalt call
For ev’ry mans peculiar book?
What others mean to do, I know not well,
Yet I heare tell,
That some will turn thee to some leaves therein
So void of sinne,
That they in merit shall excell.
But I resolve, when thou shalt call for mine,
That to decline,
And thrust a Testament into thy hand:
Let that be scann’d.
There thou shalt finde my faults are thine.