160 Judgement

Oordeel


Rechter Almachtig, welke ziel weerstaat

Toch Uw gelaat;

Zo streng dat zelfs een hart van ijzer schrikt,

Als U beschikt

Over het Boek van Goed en Kwaad.


Ik weet niet zeker wat een ander doet,

Maar ik vermoed,

Dat hij de mooiste bladzij presenteert

En zo probeert

Zich aan U voor te doen als goed.


Maar ik verberg mij niet achter die schijn,

Want mijn is dijn;

Het Testament vertrouw ik aan U toe;

Lees daarin hoe

Mijn zonden ook uw zonden zijn.

Judgement


Almighty Judge, how shall poore wretches brook

Thy dreadfull look,

Able a heart of iron to appall,

When thou shalt call

For ev’ry mans peculiar book?


What others mean to do, I know not well,

Yet I heare tell,

That some will turn thee to some leaves therein

So void of sinne,

That they in merit shall excell.


But I resolve, when thou shalt call for mine,

That to decline,

And thrust a Testament into thy hand:

Let that be scann’d.

There thou shalt finde my faults are thine.