137 A True Hymne

Een ware Hymne


Mijn vreugd, mijn kroon, mijn leven!

Mijn hart was heel de dag in touw,

Of het iets zeggen wou:

En werd al mokkend op en neer gedreven

Met enkel dit: Mijn vreugd, mijn kroon mijn leven


Kleineer die woorden niet,

Omdat die drie in één akkoord

Tot ware schrijfkunst hoort.

De schoonste dat een psalm of hymne biedt,

Is als de ziel zich in de zin weerziet.


Wie het verstand begeert

En heel de ziel, en kracht, en tijd,

Klaagt, als zijn vers slechts rijmt,

Terecht, omdat er altijd iets ontbeert,

Als hij een vers of hymne componeert.


Maar met het hart erin

Wordt ieder vers, hoe karig ook,

Door God vervuld tot moois.

Want zegt het hart (steeds op iets goeds gespind)

Kon ik U minnen! Vult God aan: Bemind.

A true Hymne


My joy, my life, my crown!

My heart was meaning all the day,

Somewhat it fain would say:

And still it runneth mutt’ring up and down

With onely this, My joy, my life, my crown.


Yet slight not these few words:

If truly said, they may take part

Among the best in art.

The finenesse which a hymne or psalme affords,

Is, when the soul unto the lines accords.


He who craves all the minde,

And all the soul, and strength, and time,

If the words onely ryme,

Justly complains, that somewhat is behinde

To make his verse, or write a hymne in kinde.


Whereas if th’ heart be moved,

Although the verse be somewhat scant,

God doth supplie the want.

As when th’ heart sayes (sighing to be approved)

O, could I love! And stops: God writeth, Loved.