118 An Offering

Een Offerande


Kom breng je gift. Stel je het uit tot aan

De opstanding, wat komt er dan van dwazen?

Wat heb je daar? Een hart? Maar is het rein?

Kijk goed, want ieder hart heeft vele kamers.

Eén hart geven is niets; nee, er bestaan

Er twee in Christus, die jouw redding zijn.

O laat het zich verspreiden in ons hart;

Veel giften dagen vele harten uit!

Ook één, mits goed, kan straks een aantal zijn;

Eén enkel ding wordt door iets goeds mooi fruit.

In publiek recht is één mens al een land,

Verban een plaag, als anderen aan ‘t slapen zijn.

Maar ik vrees dat jouw hart zichzelf onteert

Als niet goed en niet één: want jouw lust maakt

Steeds scheidingen, en niet jouw lust alleen;

Ook hartstocht zorgt dat het verdeelder raakt.

Verkaveld is jouw hart; herstel dat weer,

Dan worden al je giften weer als één.

Er druppelt balsem, nee, er druppelt bloed

Vanuit de hemel, en het wast en heelt

Jouw wonden; ’t is een krachtig medicijn.

Zoek naar die Alles-heler, rust niet veel,

Tot je het vindt, gebruik het als jouw goed;

En als je ‘t geeft, laat dit jouw hymne zijn:


Laat mijn lijden

In verblijden

Overgaan, mijn Heer

O neem dit

Als Uw bezit

Tot U, telkens weer.

Had ik veel,

Of een deel,

(Dit hart heeft er geen)

U krijgt al,

Ik niemendal;

‘t Is voor U alleen.

Laat uw zegen

Waarde geven

Aan mijn gave klein;

Laat het, Heer

U steeds tot eer,

En mij tot redding zijn.

An Offering


Come, bring thy gift. If blessings were as slow

As mens returns, what would become of fools?

What hast thou there? a heart? but is it pure?

Search well and see; for hearts have many holes.

Yet one pure heart is nothing to bestow:

In Christ two natures met to be thy cure.

O that within us hearts had propagation,

Since many gifts do challenge many hearts!

Yet one, if good, may title to a number;

And single things grow fruitfull by deserts.

In publick judgements one may be a nation,

And fence a plague, while others sleep and slumber.

But all I fear is lest thy heart displease,

As neither good, nor one: so oft divisions

Thy lusts have made, and not thy lusts alone;

Thy passions also have their set partitions.

These parcell out thy heart: recover these,

And thou mayst offer many gifts in one.

There is a balsome, or indeed a bloud,

Dropping from heav’n, which doth both cleanse and close

All sorts of wounds; of such strange force it is.

Seek out this All-heal, and seek no repose,

Untill thou finde and use it to thy good:

Then bring thy gift, and let thy hymne be this;


Since my sadnesse

Into gladnesse

Lord thou dost convert,

O accept

What thou hast kept,

As thy due desert.

Had I many,

Had I any,

(For this heart is none)

All were thine

And none of mine:

Surely thine alone.

Yet thy favour

May give savour

To this poore oblation;

And it raise

To be thy praise,

And be my salvation.