Light breaks where no sun shines

Licht breekt door waar geen zon schijnt;

Waar geen zee vloeit, stuwen de stromen van het hart

Hun getijden op;

En gebroken spoken met glimwormen in hun hoofd,

Die dingen van licht,

Snijden door het vlees waar vlees geen bot bedekt.

Een vlam in de dijen warmt

De jeugd en het zaad en verbrandt het zaad van vroeger;

Waar geen zaad komt,

Ontkreukelt de vrucht van de mens tussen de sterren,

Glanzend als een vijg;

Waar geen was is, toont de kaars zijn lont.

De ochtend breekt aan achter het oog;

Tussen de polen van schedel en teen glijdt het winderige bloed

Voort als een zee;

Zonder hek, zonder palen, spuiten de gutsen van lucht

Naar de roede

Zoekend in een lach naar olie van tranen.

De nacht draait in kommen,

Zoals een pikzwarte maan, het plafond van de aardbol;

De dag verlicht het bot;

Waar geen kou is, maakt een schrale wind

De spelden van het winterkleed los;

Het vlies van het voorjaar hangt aan de leden.

Licht breekt op heimelijke plaatsen,

Op gedachteheuvels waar gedachten geuren in de regen;

Als de logica sterft,

Groeit het geheim van de grond door het oog,

En danst het bloed in de zon;

Boven de vuilnisbelten houdt de dageraad stil.

Light breaks where no sun shines;

Where no sea runs, the waters of the heart

Push in their tides;

And, broken ghosts with glow-worms in their heads,

The things of light

File through the flesh where no flesh decks the bones.

A candle in the thighs

Warms youth and seed and burns the seeds of age;

Where no seed stirs,

The fruit of man unwrinkles in the stars,

Bright as a fig;

Where no wax is, the candle shows its hairs.

Dawn breaks behind the eyes;

From poles of skull and toe the windy blood

Slides like a sea;

Nor fenced, nor staked, the gushers of the sky

Spout to the rod

Divining in a smile the oil of tears.

Night in the sockets rounds,

Like some pitch moon, the limit of the globes;

Day lights the bone;

Where no cold is, the skinning gales unpin

The winter’s robes;

The film of spring is hanging from the lids.

Light breaks on secret lots,

On tips of thought where thoughts smell in the rain;

When logics dies,

The secret of the soil grows through the eye,

And blood jumps in the sun;

Above the waste allotments the dawn halts.


(1934)