086 The Dawning

De dageraad


Ontwaak, droef hart, dat in het leed verdrinkt;

Hef op je blik, die van de aarde eet;

Open je voorhoofd, weg die rimpeling;

Jouw reddder komt, weg is het leed,

Ontwaak, ontwaak;

Ontvang zijn troost die jouw hart dankbaar maakt

Je klaagt nog over pijn, over verdriet;

Zijn dood zie je, zijn overwinning niet.


Sta op, droef hart; bied je geen tegenstand,

Dan is ’t ook jouw verrijzenis:

En laat, al hangend, nimmer los Zijn hand

Wiens opstanding de jouwe is;

Sta op, sta op;

Zijn doodskleed is het die het wenen stopt;

Want Christus gaf zijn grafwade als doek

Voor ’t drogen van jouw tranen of jouw bloed.

The Dawning


Awake sad heart, whom sorrow ever drowns;

Take up thine eyes, which feed on earth;

Unfold thy forehead gather’d into frowns:

Thy Saviour comes, and with him mirth:

Awake, awake;

And with a thankfull heart his comforts take.

But thou dost still lament, and pine, and crie;

And feel his death, but not his victorie.


Arise sad heart; if thou dost not withstand,

Christs resurrection thine may be:

Do not by hanging down break from the hand,

Which as it riseth, raiseth thee:

Arise, Arise;

And with his buriall-linen drie thine eyes:

Christ left his grave-clothes, that we might, when grief

Draws tears, or bloud, not want an handkerchief.