016

Sonnet 16

Maar waarom strijd je zelf niet met meer kracht

Tegen de Tijd, die bloedige tiran?

Waarom niet het verval tot staan gebracht,

Met meer geschut dan ik ooit dichten kan?

Want jij hebt nu meer levenskracht dan ooit,

En overal ligt maagdelijk terrein

Te hunkeren tot jij er bloemen strooit,

Gelijkender dan jouw portret kan zijn.

Zo houdt het leven zelf de lijn in stand.

Want hoe jouw deugd en pracht getekend wordt,

Door tijds penseel of door mijn leerlingshand,

In niemands ogen leef jij eeuwig voort.

Je blijft als jij jezelf weet weg te geven,

Alleen je eigen pen geeft eeuwig leven.

Sonnet 16

But wherefore do not you a mightier way

Make war upon this bloody tyrant, Time?

And fortify your self in your decay

With means more blessed than my barren rhyme?

Now stand you on the top of happy hours,

And many maiden gardens, yet unset,

With virtuous wish would bear you living flowers,

Much liker than your painted counterfeit:

So should the lines of life that life repair,

Which this, Time's pencil, or my pupil pen,

Neither in inward worth nor outward fair,

Can make you live your self in eyes of men.

To give away yourself, keeps yourself still,

And you must live, drawn by your own sweet skill.