110

Sonnet 110

Helaas, 't is waar, ik ging van hot naar haar

Als harlekijn, en mijn gedachtegoed

Heb ik verkwanseld als goedkope waar,

Mijn oude drang met nieuwe drift gevoed.

't Is waar, 't is waar, ik heb je trouw geschonden,

Door schuin en vreemd te gaan, maar heus, ik zweer:

Door dwalingen heb ik mijn eer hervonden;

Jij bleek mijn grootste liefde, almaar meer.

Het is voorbij © neem wat geen einde neemt.

Geen nieuwe spijs die ooit mijn honger stilt,

Geen kwade drang die mij van jou vervreemdt,

Mijn liefdesgod, bij wie ik blijven wil.

Een tweede hemel, liefste, dat ben jij;

Open je lieve liefdeshart voor mij.

Sonnet 110

Alas! 'tis true, I have gone here and there,

And made my self a motley to the view,

Gored mine own thoughts, sold cheap what is most dear,

Made old offences of affections new;

Most true it is, that I have looked on truth

Askance and strangely; but, by all above,

These blenches gave my heart another youth,

And worse essays proved thee my best of love.

Now all is done, have what shall have no end:

Mine appetite I never more will grind

On newer proof, to try an older friend,

A god in love, to whom I am confined.

Then give me welcome, next my heaven the best,

Even to thy pure and most most loving breast.