KruidMail

In deze documentatiemappen is vooral historische en wetenschappelijke informatie opgenomen van één bepaalde plant 
Historische info: Dodonaeus, Tabernaemontanus, Dioscorides, Mrs. Grieve, Hildegard van Bingen, oude Amerikaanse apothekersboeken....
Wetenschappelijke info: Duitse Kommission E, WHO monografie, artikels uit wetenschappelijke tijdschriften, oudere maar wel interessante onderzoeken van Dr. Leclerc, Valnet, Weiss.....


Documentenmap van 50 tot 100 bladzijden over een gebruiksplant. Uitgegeven door Herboristen Opleiding 'Dodonaeus'
Redactie: Maurice Godefridi
E-mail: vlaamseherboristen@gmail.com
Prijs per nummer via mail: 10 € 
Bestellen via vlaamseherboristen@gmail.com en door te storten op rekeningnummer 001-1785521-21 van Maurice Godefridi met vermelding KruidMail en naam van de plant.

Een voorbeeld: Primula species


In elke kruidenbrief willen we uitgebreid aandacht besteden aan één plant. We beginnen met een plant, die voor een beetje natuurliefhebber de lente inluidt. De sleutelbloem. Niet direct de grote medicinale plant van het moment, eerder oude glorie, maar misschien wordt het wel tijd om deze gereputeerde planten van vroeger onder het stof van de oude kruidenboeken vandaan te halen. Zoals dat ook al gebeurd is met Meidoorn, Sintjanskruid, Fenegriek en anderen. Een beetje aandacht doet de onderzoekers misschien ook wakker worden voor de magie maar ook de nuchtere waarde van Sleutelbloem, Herderstasje, Betonie en vele anderen.

Echte sleutelbloem / Primula veris, en de andere inheemse soorten de Slanke en de Stengelloze zijn vroege bloeiers die ik echt niet wil missen in mijn kruidige border. Ze kunnen ten andere ook in een bosbiotoop of in een drassig grasland aangeplant worden. Ondanks hun zeldzaamheid in de vrije natuur, doen ze het goed in de tuin. Vermeerderen kan zowel door te zaaien als door de wortels te scheuren. Het zijn ook de wortels, Primulae radix, die als slijmoplossende thee of siroop bij verkoudheid en hoest het meest gebruikt worden.

Een mooie, smakelijke en gezonde bloementhee krijg je door de gelen (Sleutelbloem, Kamille en Toorts) te mengen met de paarsblauwen (Kaasjeskruid, Korenbloem en Maartsviooltje). Een gekleurd tuintje in je thee!
De bloemen zijn ten andere ook goed te gebruiken in de keuken bvb in omelet, pannenkoek of door de sla. Wel wat barbaars om deze kleine en beschermde wilde planten zomaar in grote hoeveelheden als voedsel te gebruiken. Dus zeker niet plukken in de natuur maar zelf telen in je eigen tuin.
Traditioneel werden de bloemen en de wortels voor kwalen van de luchtwegen: slijmoplossend, hoest, bronchitis en dergelijke gebruikt. Deze werkingen zijn gedeeltelijk onderbouwd door modern wetenschappelijk onderzoek (Wichtl) en officieel erkend door de Duitse Kommission E.

Andere toepassingen waren vooral gericht op de gewrichten om bij reuma ontsteking te verminderen en de pijn te stillen. Ook hier zijn scheikundige aanwijzigen voor, in Primulabloemen zijn verschillende pijnstillende aspirineachtige stoffen gevonden, weliswaar in zeer kleine hoeveelheden niet genoeg om deze werking goed te onderbouwen. Ook het vroegere gebruik bij hoofdpijn is mogelijk te verklaren door de aanwezigheid van die stoffen.

Monografie Herboristen Opleiding: Primula off. (L.) Hill.


Familie: Primulaceae.
Naam: Primvère (Fr.), Schlüsselblume (D.), Primrose (E.).
Volksnamen: Paassleutel, Eierbloem, Bakkruid.
Soorten: Pr. Veris L. - Echte sleutelbloem,
Pr. Elatior (L.) HILL - Slanke sleutelbloem,
Pr. Acaulis HILL - Stengelloze sleutelbloem.
Naamverklaring: Prima veris (Latijn) = de eerste van de lente.
Teelt, ecologie: Vaste plant, inheems in o.a. vochtige bossen, vroeg bloeiend (april)
Goed te vermeerderen door zaaien en scheuren

Materia Medica

Primulae radix. De wortels en wortelstokken van Primula veris L. en Primula elatior (L.) HILL.
Oogst: 3 tot 5-jarige wortels uitgraven in herfst of vroeg voorjaar
Drogen: Drogen bij 35 C
De dikste wortels doorsnijden in de lengte
Beschrijving: 1 tot 3 cm lange geelwitte (Primula veris) en lichtbruine (Primula elatior wortelstukken. De doorsnede vertoont meestal een smalle gele ring.
Geur: zwakke geur van anijs (Pr. Veris) en methylsalicylaat (Pr. Elatior)
Smaak: prikkelend
Vervalsingen: Met Vincetoxicum hirundinaria MEDIK.
Nota's: Sommige geïmporteerde en gecultiveerde soorten (Pr. obconica), ook kamerplanten kunnen huidirritatie en eczeem veroorzaken.

Primulae flos, De bloemen van Primula veris L. en van Primula elatior (L.) HILL.
Oogst April, bij het begin van de bloei, meestal in gebruik als thee

Samenstelling

** Triterpeensaponisiden (5-10 %) verbonden tot het glucoside primulazuur-A, vormt 50 % van het sapgehalte van Pr. Veris en 90 % van het sapgehalte van Pr. Elatior.
Pr. Veris bevat ook nog o.a. primverogenine-A en B.
** Fenolglucosiden: primeveroside, primulaveroside. Door splitsing bij het drogen ontstaatmethoxy-methylsalicylaten (met geur van methyl-salicylaat en Anijs).
* Looistof (weinig)
* Mineralen (6-8 %) met silicium (asgehalte maximum 10 %)
* Vitaminen: vooral ascorbinezuur.
** Flavonen (vooral in bloemen)
* Etherische olie 0,25 %

Farmacologie

** Expectorantium (saponinen, fenolglycociden, e.o.). Geven door prikkeling van het maag-slijmvlies, reflectorisch (via het centraal zenuwstelsel) een verhoging van de bronchiale secreties, speekselsecretie. Stimuleren ook niesreflex
* Spasmolyticum, licht pijnstillend (methylsalicilaten)
* Diureticum.
* Hemolytisch (door saponinen)
Relatie met andere kruiden: Anijs, Venkel, Klein hoefblad en Vleugeltjesbloem.
Toxiciteit: Geen bij normale dosering. Zeer hoge dosering kan braken en diarree veroorzaken.
C.I.: Niet gebruiken bij ontstekingen van het maagslijmvlies
Nota: De sterretjes (*) voor de werkzame stoffen, voor de werking en de indicaties geven de belangrijkheid aan. Twee of drie sterretjes zijn de voornaamste toepassingen.

Indicatie


Luchtwegen (saponinen)
** Chronische bronchitiden, vooral bij oudere mensen
** Ouderdomshoest en hoest R./ Primulae 60 + Anisi fr. 20 + Foeniculi fr. 20
* Chronische rhinitis R./ Primulae fl. 50 + Plantago fol. 50. Ber. Inf. 20g liter

Pijnstillend / Diuretisch (salycilaten?)
* Hoofdpijn, migraine Beter: Tanacetum parthenium
* Reumatische pijnen Beter: kruiden voor nieren: Salix

Uitwendig
* Kneuzingen, bloeduitstorting? Decoct radix
* Vroeger in niespoeders

Receptuur en Bereidingswijzen

Decoct: Radix 30 g per 1 l water gedurende 5', dosering 3 x daags 1 kop
Radix 100 g per 1 l gedurende 5' , voor uitwendig gebruik
Infuus: Flores 1 tot 2 theelepels (2 tot 4 g) kokend water (150ml) opgieten en 10' laten trekken; 2 x daags warm drinken (Commissie E)
Siroop: Primulae rad. dec. 5', 50 g/1 l. Ber. : maceraat met honing
Wijn: Een fles luchtig vullen met Ber.: maceraat 14 dagen in zon? bloemen en overgieten met witte wijn. Ind.: hartproblemen (?)

Species:R./
Primulae rad. 33                   Ber.: dec. 1' + inf. 5'
Helenii rad. 33                     Dos.: 3x daags
Tussilaginis fol.33                Ind.: Bronchitis met hoest
Nota: Tussilago (Klein hoefblad) vervangen door Zoethout of Koningskaars omwille van de aanwezigheid van pyrrolizidine-alcaloiden in Hoefblad

Slaapthee (?) volgens Maria Treben
R./
Sleutelbloem 50
Lavendelbloem 25
Sintjanskruid 10
Hopbellen 15 Ber.                        Kort decoct + infuus 5'
Valeriaanwortel 5                         Dos. 1 theelepel per kop savonds

Bloedreinigende voorjaarsthee volgens Maria Treben
R./
Sleutelbloem 50
Vlierscheuten? 50
Brandnetelblad 15                        Ber.: infuus 5'
Paardebloemwortel 15                 Dos.: 1 theelepel per kop, 3 x daags

Voorjaarsbloementhee vlgs Maurice
R.:
Sleutelbloemen 40
Maarts viooltjesbloemen 30                Dos.: 1 theelepel per kop
Longkruidbloemen 30                         Ber.: infuus 5'
Nota: Doseringen zijn zeer relatief, kunnen en moeten aangepast worden naargelang de persoon, de klacht (acuut of chronisch), de duur van gebruik en het jaar.

Geschiedenis en Wetenschappelijk Onderzoek
  • Hildegard von Bingen: Tegen melancholie en verlamming.
  • Matthiolus: Voor het hart.
  • Geoffroy: Bij migraine, tegen duizeligheid.
  • Dodonaeus: «Voor Beroertheiyt, Lammigheijt, Jicht en bedewinghe of ontstekinge van het Bloedt.» «Voor Steen in de Nieren en Blaes.»
  • Fuchs: «Voor wonden en kwetsuren».
  • Schroderus: 'Voor Tandt-pijn'. Neem de wortelen, weekt ze in azijn, haalt hiervan een weinig in de neusgaten op'.
Oude wetenschappelijke literatuur
  • H. Leclerc: Les remèdes des champs et des bois: La Primevère. Verhoogt speeksel- en bronchiale secreties (bronchitis, pneumonie, kinkhoest). Leclerc beschrijft zijnervaring als middel tegen bloeduitstorting bij soldaten in 1ste wereldoorlog (vergelijkende proeven). Goris, Mascré en Vischniac isoleerden de glucosiden.) Presse médical - 1925.
  • Gaisbock F.: Action expectorante de Pr. off. Klin. Wochens 12/474 - 1924.
  • Kurz.: Action expectorante de Prim. off. Méd. Klin. 26/901 - 1924.
Referenties
  • Petitjean, F. C., A. Carnat, et al. (1993). Primrose: Comparative study of Primula veris L. and Primula elatior (L.) L. Plantes Medicinales et Phytotherapie 26(1): 27-35. Lab. Pharmacognosie Phytotherapie, Faculte Pharmacie, Univ. d'Auvergne, 28 Place Henri Dunant, F 63000 Clermont-Ferrand
  • Calis, I., A. Yuruker, et al. (1299). Triterpene saponins from Primula veris ssp. macrocalyx and Primula elatior ssp. meyeri. Journal Of Natural Products 55(9): 1299-1306.
Algemene literatuur
  • Smets J.: Primula veris L. Werkstuk in eindexamenopdracht van de Vlaamse Herboristen Opleiding v.z.w. "Dodonaeus" - 1991
  • Wichtl M. - Theedrogen. Wissenschaftliche Verlag. Stuttgart


Sleutelbloem, verhalen en legendes

De gewone Sleutelbloem, Primula officinalis of Primula veris, komt in ons land in vochtige weilanden en in bossen nog wel voor. Het is vooral in de Ardennen dat we de gele bloemen volop zien bloeien. De Sleutelbloem, vroeger ook wel hemelsleutel genoemd, is een der eerste voorjaarsbloemen, vandaar ook de geslachtnaam Primula, van het Latijnse primus, de eerste.

In de antieke geschriften is de gewone sleutelbloem blijkbaar niet terug te vinden en waarschijnlijk was zij in de oudheid niet bekend, mogelijk omdat zij in Griekenland en in Italië weinig voorkomt. Pas bij Hildegard von Bingen, abdis van het klooster op de St. Ruprechtsberg bij Bingen (1098—1179) vinden wij in haar werk „Physica" de naam „Hymelslozel" vermeld. Zij gebruikte deze plant tegen melancholie, hoofdpijn en verlammingen, In de kruidenboeken van de 16e eeuw verschijnt de Primula officinalis onder verschil­lende namen, zooals Herba Paralysis (bij Otto Brunfels), Verbasculum odoratum (Fuchs), Arthritica (Gesner) enz. Laatstgenoemde benaming wijst op het gebruik van de plant tegen arthritis en jicht. Vooral in de wijn getrokken Sleutelbloemen ston­den in die tijd in hoog aanzien.

Sleutelbloem bij Bock en van Beverwijck
De kruidkundige Hieronymus Bock bericht in zijn kruidenboek (1731) over de Sleutelbloem, die bij hem Betonica alba, Witte Betonie noemt, dat de in wijn ge­trokken bloemen als schoonheidsmiddel dienen om vlekken en puistjes uit het gelaat te verwijderen. De Dordtse geneesheer Johan van Beverwyck schrijft in zijn „Schat der Ongesontheydt ofte Geneeskonste van de Sieckten" (1656) : „Sleutelbloemen, die oock om de gehelyckenisse van haer bla­deren Witte Betonye ghenoemt werden, werden vordelyck ghebruyckt in alle koude ghebreken der Herssenen en Zenuwen, insonderheyt met Salye (Salie) en Maryoleyne (Marjolein) ge­kookt. Welcken drank oock bequaem is voor de gene, die bevende Leden hebben, of geraeckt en beroert zijn, 't welck de oorsaeck is, dat de Sleutelbloemen in 't Latijn oock Herba Paralysis ghenoemt zijn".

Volkse verhalen over de sleutelbloem
Als eerste lentebode moet, volgens het volksgeloof, de Sleutelbloem bijzondere geneeskracht bezit­ten en kon zij zelfs voorbehoedend werken tegen allerlei ziekten; zo worden in het vroegere Pruisen drie Sleutelbloemen ingeslikt als een voorbe­hoedmiddel tegen de koorts en de Roethenen in Boekowina deden dat ook om zich tegen klierziekte te beschermen. (Dr, H. Marzell „Unsere Pflanzen").
Onder bepaalde omstandigheden konden Sleutelbloemen echter ook zeer schadelijk werken en in vele streken meende men, dat het in huis halen van deze voorjaarsbloemen ongeluk ­bracht. In Engeland en Frankrijk werd verteld, dat de kuikens niet uit de eieren kunnen kruipen, als men Sleutel­bloemen in huis heeft gebracht. In Beieren heerste de volksmening, dat men uit de lengte van de Sleutelbloemen de hoedanigheid van de graanoogst kon aflezen. Hadden de Sleutelbloemen n.l. lange stelen, dan zou de gerst dat jaar hoog worden, bleven ze kort, dan zou ook de gerst kort zijn.

De Sleutelbloem geldt verder, vooral in Frankrijk, als een orakel voor trouwlustige meisjes. Meerdere bloe­men in een glas water kregen de naam van een aanwezig meisje. De bloemen, die dan rechtop in het water bleven staan, brachten het betreffende meisje geluk, de bloemen die snel verwelkten betekende ongeluk. In Bretagne zou het meisje, dat een Sleutelbloem met zeven (in plaats van vijf) kroonbladen vindt, nog in het zelfde jaar een man krijgen. (H. Marzell).
In een volkssage werd de Sleutelbloem gebruikt om in toverbergen de schatten, die er verborgen waren aan te wijzen. Dit steunt op de volksetymo­logie dat sleutelvormige bloemen de deuren van onderaardse schatplaatsen kunnen openen.

Sleutelbloem in apothekersboeken
In de apotekersboeken van 19de en zelfs 20ste eeuw werden vooral de sleutelbloemwortels als geneeskrachtig beschreven.
De 'radix primulae' werden voorgeschreven als expectorans, dus vooral gebruikt om taai slijm uit de luchtwegen te verwijderen.
Maar ook als pijnstillend en ontstekingswerend middel waren ze bekend. De wortels bevatten aspirine-achtige stoffen, die je ook kan reuken als je de wortels oogst.

Wetenschappelijk onderzoek met Primula species
Vet Rec. 2005 Dec 3;157(23):733-6. Improvement of the lung function of horses with heaves by treatment with a botanical preparation for 14 days. Anour R, Leinker S, van den Hoven R.
J Ethnopharmacol. 2006 Apr 21;105(1-2):294-300. Epub 2005 Nov 15. Screening of plants used in Danish folk medicine to treat epilepsy and convulsions. Jäger AK, Gauguin B, Adsersen A, Gudiksen L


Primula veris (LINN.) uit Mrs. Grieve 'A Modern Herbal' 1931

Family: N.O. Primulaceae
Synonyms---Herb Peter. Paigle. Peggle. Key Flower. Key of Heaven. Fairy Cups. Petty Mulleins. Crewel. Buckles. Palsywort. Plumrocks. Mayflower. Password. Artetyke. Drelip. Our Lady's Keys. Arthritica.
(Anglo-Saxon) Cuy lippe, (Greek) Paralysio.

Many of the Primrose tribe possess active medicinal properties. Besides the Cowslip and the Primrose, this family includes the little Scarlet Pimpernel (Anagallis), as truly a herald of warm summer weather as the Primrose is of spring, the Yellow Loosestrife and the Moneywort (Lysimachia vulgaris and Nummularia), the handsome Water Violet (Hottonia) and the nodding Cyclamen or Sowbread, all of which have medicinal value to a greater or lesser degree. Less important British members of the group are the Chaffweed (Centunculus minimus), one of the smallest among British plants, the Chickweed Wintergreen (Trientalis), the Sea Milk-wort (Glaux maritima), which has succulent salty leaves and has been used as a pickle, and the Common Brookweed or Water Pimpernel (Samolus).
The botanical name of the order, Primulaceae, is based on that of the genus Primula, to which belong not only those favourite spring flowers of the country-side, the Primrose, Cowslip, and their less common relative the Oxlip, but also the delicately-tinted greenhouse species that are such welcome pot plants for our rooms in mid-winter.
Linnaeus considered the Primrose, Cowslip and Oxlip to be but varieties of one species, but in this opinion later botanists have not followed him, though in all essential points they are identical.

Description

Quite early in the spring, the Cowslip begins to produce its leaves. At first, each is just two tight coils, rolled backwards and lying side by side; these slowly unroll and a leaf similar to that of a Primrose, but shorter and rounder, appears. All the leaves lie nearly flat on the ground in a rosette, from the centre of which rises a long stalk, crowned by the flowers, which spring all from one point, in separate little stalks, and thus form an 'umbel.' The number of the flowers in an umbel varies very much in different specimens.

We quote the following from Familiar Wild Flowers:
'It is a curious fact that the inflorescence of the Primrose is as truly umbellate as that of the Cowslip, though in the former case it can only be detected by carefully tracing the flower stems to their base, when all will be found to spring from one common point. In some varieties of the Primrose the umbel is raised on a stalk, as in the Cowslip. This form is sometimes called Oxlip; it is by some writers raised to the dignity of an independent position as a true and distinct species. . . . Primrose roots may at times be met with bearing both forms, one or more stalked umbels together with a number of the ordinary type of flower.'

The sepals of the flowers are united to form pale green crinkled bags, from which the corolla projects, showing a golden disk about inch across with scalloped edges, the petals being united into a narrow tube within the calyx. On the yellow disk are five red spots, one on each petal.

'In their gold coats spots you see,
These be rubies fairy favours
In those freckles lie their savours.'

The Midsummer Night's Dream refers to the old belief that the flower held a magic value for the complexion.
The origin of Cowslip is obscure: it has been suggested that it is a corruption of 'Cow's Leek,' leek being derived from the Anglo-Saxon word leac, meaning a plant (comp. Houseleek).
In old Herbals we find the plant called Herb Peter and Key Flower, the pendent flowers suggesting a bunch of keys, the emblem of St. Peter, the idea having descended from old pagan times, for in Norse mythology the flower was dedicated to Frcya, the Key Virgin, and was thought to admit to her treasure palace. In northern Europe the idea of dedication to the goddess was transferred with the change of religion, and it became dedicated to the Virgin Mary, so we find it called 'Our Lady's Keys' and 'Key of Heaven,' and 'Keyflower' remains still the most usual name.

Cowslip Wine
The flowers have a very distinctive and fresh fragrance and somewhat narcotic juices, which have given rise to their use in making the fermented liquor called Cowslip Wine, which had formerly a great and deserved reputation and is still largely drunk in country parts, being much produced in the Midlands. It is made from the 'peeps,' i.e. the yellow petal rings, in the following way: A gallon of 'peeps' with 4 lb. of lump sugar and the rind of 3 lemons is added to a gallon of cold spring water. A cup of fresh yeast is then included and the liquor stirred every day for a week. It is then put into a barrel with the juice of the lemons and left to 'work.' When 'quiet,' it is corked down for eight or nine months and finally bottled. The wine should be perfectly clear and of a pale yellow colour and has almost the value of a liqueur. In certain children's ailments, Cowslip Wine, given in small doses as a medicine, is particularly beneficial.
Young Cowslip leaves were at one time eaten in country salads and mixed with other herbs to stuff meat, whilst the flowers were made into a delicate conserve. Cowslip salad from the petals, with white sugar, is said to make an excellent and refreshing dish.
Children delight in making Cowslip Balls, or 'tosties,' from the flowers. The umbels are picked off close to the top of the main flowerstalk and about fifty to sixty are hung across a string which may be stretched for convenience between the backs of two chairs. The flowers are then pressed carefully together and the string tied tightly so as to collect them into a ball. Care must be taken to choose only such heads or umbels in which all the flowers are open, as otherwise the surface of the ball will be uneven.

Part Used Medicinally
The yellow corolla is alone needed, no stalk or green part whatever is required, only the yellow part, plucked out of the green calyx.

Constituents
The roots and the flowers have somewhat of the odour of Anise, due to their containing some volatile oil identical with Mannite. Their acrid principle is Saponin.

Medicinal Action and Uses
  • Sedative, antispasmodic.
In olden days, Cowslip flowers were ingreat request for homely remedies, their special value Iying in strengthening the nerves and the brain, and relieving restlessness and insomnia. The Cowslip was held good 'to ease paines in the head and is accounted next with Betony, the best for that purpose.'
Cowslip Wine made from the flowers, as above described, is an excellent sedative. Also, 1 lb. of the freshly gathered blossom infused in 1 1/2 pint of boiling water and simmered down with loaf sugar to a fine yellow syrup, taken with a little water is admirable for giddiness from nervous debility or from previous nervous excitement, and this syrup was formerly given against palsy.
In earlier times, the Cowslip was considered beneficial in all paralytic ailments, being, as we have seen, often called Palsy Wort or Herba paralysis. The root was also called in old Herbals Radix arthritica, from its use as a cure for muscular rheumatisrm.

In A Plain Plantain (Russell G. Alexander) we read:
'Cowslip water was considered to be good for the memory, and Cowslips of Jerusalem for mitigating "hectical fevers." Mrs. Raffald (English Housekeeper, 1778) gives a recipe for the wine. "For the future," says the poet Pope, in one of his letters, "I'll drown all high thoughts in the Lethe of Cowslip Wine" (which is pleasantly soporific). Our Lady's Cowslip is Gagea lutea.'
The old writers give a long list of ills that may be remedied by application of the roots or leaves of the plant; the juice of the flowers 'takes off spots and wrinkles from the face and other vices of the skin,' the water of the flowers being 'very proper medicine for weakly people.'

Turner says:
'Some weomen we find, sprinkle ye floures of cowslip wt whyte wine and after still it and wash their faces wt that water to drive wrinkles away and to make them fayre in the eyes of the worlde rather than in the eyes of God, Whom they are not afrayd to offend.'
Formerly an ointment was made from the flowers as a cosmetic. Culpepper says:
'Our city dames know well enough the ointment or distilled water of it adds to beauty or at least restores it when lost. The flowers are held to be more effectual than the leaves and the roots of little use. An ointment being made with them taketh away spots and wrinkles of the skin, sunburnings and freckles and promotes beauty; they remedy all infirmities of the head coming of heat and wind, as vertigo, false apparitions, phrensies, falling sickess, palsies, convulsions, cramps, pains in the nerves, and the roots ease pains in the back and bladder. The leaves are good in wounds and the flowers take away trembling. Because they strengthen the brains and nerves and remedy palsies, the Greeks gave them the name Paralysio. The flowers preserved or conserved and a quantity the size of a nutmeg taken every morning is a sufficient dose for inward diseases, but for wounds, spots, wrinkles and sunburnings an ointment is made of the leaves and hog's lard.'

A later writer, Hill (1755),
tells us that when boiled in ale, the powdered roots were taken with success by country folk for giddiness, wakefulness and similar nervous troubles for which the syrup made from the flowers was also taken.
The usual dose of the dried and powdered flowers is 15 to 20 grain


Uit Gerard's Herball 1597

"These plants grow very plentifully in moist and squally grounds in the North parts of England, as in Harwood, neere to Blackburne in Lancashire, and ten miles from Preston in Aundernesse; also at Crosby, Ravensnaith, and Craig-close in Westmorland. They likewise grow in the meadows belonging to a village in Lancashire neere Maudsley called Harwood, and at Hasketh, not far from thence, and in many other places of Lancashire, but not on this side Trent' (Gerard writes as a Londoner) 'that I could ever have certain knowledge of. Lobel reporteth, That Doctor Penny, a famous Physition of our London Colledge, did find them in these Southerne Parts.'

Specimens of the Bird's-eye Primrose growing in the North of Scotland, in Caithness and the Orkney Islands, and in other localities bordering on the sea, vary from the typical form of the plant in being of stouter habit and much smaller, in having leaves of broader proportions and flowers of a deeper purple; and some botanists are inclined to distinguish this variety by creating it an independent species, and calling it the ScotchBird's-eye (P. Scotica), while others are content to consider it but a variety from the type, and label it P. farinosa, var. Scotica.
All the hardy varieties of Primula, whether Primrose, Cowslip, Polyanthus or Auricula, may be easily propagated by dividing the roots of old plants in autumn. New varieties are raised from seed, which should be sown as soon as ripe, in leaf-mould, and pricked out into beds when large enough. 

Primula volgens Tabernaemontanus anno 1625


Die Schlüsselblumen oder Himmelschlüssel/ PRIMULAE VERIS genennt/ werden von LEONARDO FUCHSIO under die Wüllkreuter gerechnet/ dieweil jre Bletter etwas weissfarbig und wollecht seyn/ Es seyn bemeldter Blumen zwey Geschlecht/ erstlich die gemeine/ so in Gärten und Wiesen wachsen: Darnach das wilde Geschlecht/ so in Wälden erfunden wirdt. Es meldet CAMERARIUS dass so viel Geschlecht der Schlüsselblumen wachsen/ dass man sie kaum zelen könte: Jedoch seyn sie einander an Form und Gestalt also nahe verwandt/ dass/ wie LOBELIUS zeuget/ welchem derselben nur ein Geschlecht bekandt sey/ derselbige die andere Geschlecht alle gar leichtlich unnd wol erkennen möge. Haben allein jhren grössten Underscheidt an den Blumen/ deren etlich gefüllt/ etliche ungefüllt/ ein Theil gantz gelb/ ein Theil aber bleych gelb: Etliche auch grün erfunden werden/ unnd dass die Bletter an etlichen grösser und breyter erfunden werden/ denn an andern.

Von den Namen
Die Schlüsselblumen haben bey den LATINIS viel Namen. Erstlich werden sie genennet PRIMULA VERIS, dieweil sie baldt im Frühling herfür kommen: Darnach HERBA PARALYSIS oder ARTHRITICA, das ist Gichtkraut/ wegen seiner grossen Krafft zum Gegicht. BETONICA ALBA/ VERBASCULUM ODORATUM.
Deutsch Himmelschlüssel/ S.Petersschlüssel/ Handtschuchblumen. (Fastenblumen/ weiss Betonien.)

Von der Natur/ Krafft/ Wirckung und Eygenschafft der Schlüsselblumen
Die Schlüsselblumen seyn an Geschmack etwas scharpff und bitter/ unnd haben eine zusammenziehende Natur/ daher sie von FERNELIO und andern mehr/ warm und trucken geachtet werden. (die gäle aussgeropffte Blümlein seyn zart/ süss/ und eins Honiggeruchs/ daher sie gesamblet werden/ und Zucker oder conserven darauss gemacht.)

Jnnerlicher Gebrauch der Schlüsselblumen
Etliche Artzte nemen die Wurtzel von den Schlüsselblumen/ thun darzu Calmus und Eysopwurtzeln/ und schwartzen Pfeffer/ zerschneiden und zerstossen solche stück/ binden sie in ein seiden Tüchlein/ unnd henckens zwen oder drey tage in Brandtenwein oder in andere AQUAS VITAE, darnach vermischen sie solchs mit Schlüsselblumen und Endivienwasser/ geben davon dem Krancken drey oder vier loth zu trincken/ und wirdt für ein sonderlich experiment gehalten. Es wirdt auch die Wurtzel gebraucht die Verstopffung der Nieren und Blasen zu eröffnen/ in Wein oder Wasser gesotten und darvon getruncken. (Die Wurtzel gestossen/ kan mit nutz den Kindern gebrauchet werden wider die Würm.)
An etlichen Orthen machet man auss den jungen Schösslingen der Blumen Salat/ und isset dieselbige.

Eusserlicher Gebrauch
Es wird diss Kraut auch eusserlich zu dem Gicht gebraucht. Dann es schreibet FERNELIUS, dass die Schlüsselblumen zerstossen und auff das schmertzhaffte Gliedt gelegt/ demselben gar wol thun.
Da man auch die Bletter oder Blumen auff Geschwülst legt/ (so von gifftigen Thieren entstanden/ trücken sie dieselbige nider.
Mit dem Safft so auss den Blümlein getruckt worden/ das Angesicht uberstriechen/ vertreibt die Flecken/ Masen/ und Runtzel derselbigen wunderbarlich/ verzehret auch die Feigwartzen im hinderen/ miltert die Harnwinde.

Kraeuterbuch Tabernaemontanus


Hartman's Family Physitian 1696

'Another way to make Cowslip Wine

'Having boil'd your Water and Sugar together, pour it boiling hot upon your Cowslips beaten, stir them well together, and let them stand in a Vessel close cover'd till it be almost cold; then put into it the Yest beaten with the Juice of Lemons; let it stand for two days, then press it out with as much speed as you can, and put it up into a Cask, and leave a little hole open, for the working; when it hath quite done working stop it up close for a Month or Six Weeks, then Bottle it. Cowslip Wine is very Cordial, and a glass of it being drank at night Bedward, causes sleep and rest. . . .'

The Bird's-eye Primrose (Primula farinosa) is a plant of mountain slopes and pastures, and may be met with on the mountain ranges of Europe and Asia. It is not uncommon in the northern counties of England, though much less common in Scotland. 


King's American Dispensatory 1889

Action, Medical Uses, and Dosage:

—This plant constituted an important remedy in the early days of medicine. Under the names Radix paralyseos and Radix arthritica, it was formerly in great repute in paralysis and gout, and the plant was valued as a remedy in muscular rheumatism, neuralgic headache (hemicrania), dysmenorrhoea, toothache, gravel, and insomnia. Primula possesses sternutatory, astringent, vermifuge, antispasmodic, and pain-relieving properties. It is now seldom employed in medicine. Prof. J. M. Scudder (Spec. Med., p. 212) suggests a tincture of the fresh plant in bloom, the dose of which should range from the fraction of a drop to 10 drops. He gives the following indications: "Extreme sensitiveness, pain from slight impressions, restlessness, and insomnia." Infusion may be made of 5 to 10 per cent strength, the dose being 1 fluid ounce; dose of the flowers, 5 to 15 grains. 


Primulae radix Commission E Monograph 1990

Primrose root
Primelwurzel
Published July 6, 1988; Revised March 13, 1990

Name of Drug
Primulae radix, primrose root, cowslip root. [This herb is not evening primrose, Oenothera biennis.]

Composition of Drug
Primrose root consists of the dried rhizome with roots of Primula veris L. and/or P. elatior (L.) Hill [Fam. Primulaceae], as well as its preparations in effective dosage.
The drug contains saponins.

Uses
Catarrhs of the respiratory tract.

Contraindications
None known.

Side Effects
Stomach upsets and nausea can occasionally occur.

Interactions with Other Drugs
None known.

Dosage

Daily dosage: 0.5 - 1.5 g of drug;
1.5 - 3 g of tincture (according to the Austrian Pharmacopoeia 9); equivalent preparations.

Mode of Administration
Comminuted drug for teas and cold macerations, as well as other galenical preparations for internal use.

Actions
Secretolytic
Expectorant

Excerpt from The Complete German Commission E Monographs: Therapeutic Guide to Herbal MedicinesCopyright © 1998 American Botanical Council Published by Integrative Medicine Communications 


Kommission E theemengsel

Fixed Combinations of Licorice root, Primrose root, Marshmallow root, and Anise seed
Published March 11, 1992
Name of Drug: Fixed combinations of licorice root, primrose root [Primula, not Oenothera (evening primrose)], marshmallow root, and anise seed.

Composition of Drug
Fixed combinations consisting of:
Licorice root corresponding to the monograph published May 6, 1985;
Primrose root corresponding to the monograph published April 11, 1988;
Marshmallow root corresponding to the monograph published January 5, 1989;
Anise seed corresponding to the monograph published April 11, 1988; as well as their preparations in effective dosage.

Uses
Catarrh of the upper respiratory tract and resulting dry cough.

Contraindications
For daily dosages of less than 100 mg glycyrrhizin: Hypersensitivity to anise and anethole.
For daily dosages of more than 100 mg glycyrrhizin: Cholestatic liver disorders, cirrhosis of the liver, hypertonia, hypokalemia, severe kidney insufficiency, pregnancy. Hypersensitivity to anise and anethole.

Side Effects
For daily dosages below 100 mg glycyrrhizin: Occasionally allergic reactions involving skin, respiratory tract and gastrointestinal tract. Isolated stomach discomforts and nausea can occur.
For daily dosages above 100 mg glycyrrhizin: Extended use and higher dosages can cause mineralocorticoid effects, such as sodium and water retention, loss of potassium coupled with high blood pressure, edema and hypokalemia with weakness of the muscles, and, in rare cases, myoglobinuria. Occasionally allergic reactions involving skin, respiratory tract and gastrointestinal tract. Isolated stomach discomforts and nausea can occur.

Interactions with Other Drugs
For daily dosages below 100 mg glycyrrhizin: None known.
For daily dosages above 100 mg glycyrrhizin: Loss of potassium due to other medications, e.g., thiazide and loop diuretics, can be increased. Loss of potassium can increase the sensitivity to digitalis glycosides.
Note: The absorption of other, simultaneously administered drugs can be delayed.

Dosage
Unless otherwise prescribed:
Marshmallow root must be present in the dosage given in its monograph.
Licorice root, primrose root, and anise must be at the concentration of 30 - 50 percent of the daily dosage given in the individual monographs.
Deviating dosages must be justified specifically for the preparation.

Mode of Administration
Liquid and solid forms of preparations for oral use.

Duration of Administration
Without medical advice, not longer than 4 - 6 weeks.

Actions
An expectorant effect is documented for Licorice root, primrose root and anise seed. In addition, a secretolytic action is shown for licorice root and primrose root. Anise has an antibacterial and mild antispasmodic action; marshmallow root has a soothing action and inhibits ciliary activity in vitro. Pharmacological experiments for the fixed combinations are not available. 


Primulae flos Commission E

Primrose flower
Schlüsselblumenblüten
Published July 6, 1988; Revised March 13, 1990

Name of Drug

Primulae flos, primrose flower. [This herb is not evening primrose, Oenothera biennis.]

Composition of Drug

Primrose flower consists of the dried, whole flowers with calyx of Primula veris L. and/or P. elatior (L.) Hill [Fam. Primulaceae], as well as its preparations in effective dosage.
The calyces contain saponins.

Uses
Catarrhs of the respiratory tract.

Contraindications

Known allergies to primrose.

Side Effects
Gastric discomforts and nausea can occasionally occur.

Interactions with Other Drugs
None known.

Dosage
Daily dosage: 2 - 4 g of drug;
2.5 - 7.5 g of tincture (according to Erg. B. 6); equivalent preparations.

Mode of Administration
Comminuted herb for teas and other galenical preparations for internal use.

Actions
Secretolytic
Expectorant 

* Excerpt from The Complete German Commission E Monographs: Therapeutic Guide to Herbal Medicines 


Primula veris L. (syn. P. officinalis (L.) Hill. [Fam. Primulaceae]

Forms: 
Cut and dried Primula flowers for infusions; Primula flower tincture; Primula root and Primula root preparations; Primula leaf juice.

Traditional Usage:
- Acne (leaf juice)
- Anxiety
- Bone and Joint Conditions
- Breathing Disorders
- Bronchitis
- Catarrh (respiratory mucous)
- Coughs
- Dizziness
- Expectorant
- Headache
- Laryngitis
- Nerve Pain
- Skin Conditions
- Vascular Disorders

Overview:
Primula flowers, Primula veris L. (syn. P. officinalis (L.) Hill. [Fam. Primulaceae], otherwise known as cowslip, are found in meadows and light undergrowth throughout the sunny regions of central and western Europe and Asia. They grow about 20 cm tall, have coarse and wrinkled leaves, and honey-scented, yellow flowers. Primula is primarily used for respiratory conditions such as bronchitis and coughs, as it has decongestant and phlegm thinning and loosening properties. It was popular in folk medicine and was believed to treat headache and nerve pain, as well as shaking and dizziness related to vascular weakness, although the validity of these claims has not been proven. The tea was traditionally recommended as a vascular tonic for sensations of dizziness and vascular insufficiency. Primrose root was taken for whooping cough, acute breathing disorders, bone and joint pain and stiffness, and nerve pain. In homeopathic medicine, primrose is prescribed for skin conditions. Primula leaf juice was also traditionally used for treating acne. The flowers can be made into a strong wine. Primula flowers can be taken as an infusion or in tinctures. The German Commission E recommends one to two teaspoons of dried primrose flowers or one teaspoon of the plant's dried root as a respiratory remedy for laryngitis, bronchitis, colds and coughs. The flowers and root are particularly recommended for dispelling catarrh of the respiratory tract – thick mucous that is difficult to move without a tea or other medicine. New studies using bioassays show that Primula veris has potential anxiolytic activity, and based on a study using chicks, Primula botanical extract may be useful in modulating anxiety states without causing sedation.

Active Ingredients:
Primula flowers contain: Up to 2% saponins, especially primula acid, largely concentrated in the sepals. In the other parts of the flowers flavonoids (gossypetin, kaempferol dirhamnoside, and 3-gentiotrioside, quercetin), carotenoids, traces of essential oil, and enzymes (primverase). Six new flavonoids have recently been identified: 3',4',5'-trimethoxyflavone and mono-, di- tri- and pentamethoxyflavones.
Primula root contains: 5-10% triterpenoid saponins including priverogenin A, B and others; phenolic glycosides especially primulaverin; rare sugars; sugar alcohols and small amounts of tannin.

Suggested Amount:
As an expectorant and supportive treatment in promoting the secretion of phlegm (secretolytic) and alleviation of irritation in catarrh (mucous) of the upper respiratory tract, the recommended dosage for Primula flower tea is: 1.5-3 teaspoons (2-4 g) of cut and dried flowers daily. Pour (150 ml) of boiling water over the cut and dried herbal drug and steep 10-15 minutes, then strain. Drink hot infusion several times a day, especially in the morning and before bed. May sweeten with honey. 1 Teaspoon = 1.3 g. Primrose flower tincture is recommended with the daily dosage of 1.5 to 3 grams (about 0.25-0.5 teaspoonfuls); tincture prepared according to the German Erg. B 6 is recommended with the daily dosage of 2.5-7.5 grams. Primrose root is recommended with the daily dosage of 0.5 to 1.5 grams. As an expectorant, a cupful of the root infusion, sweetened with honey, is drunk every two to three hours. 1 teaspoon = ca. 3.5 grams. According to the German Commission E, primrose root tincture is recommended with the daily dosage of 1.5 to 3 grams, but other sources say up to 7.5g or about 1.5 teaspoonfuls. Because the potency of commercial preparations may vary, follow the manufacturer's directions whenever available.

Drug Interactions: None known.

Contraindications:
Skin reactions may occur for those allergic to Primula. The roots are not to be taken with aspirin as they are high in salicylates.

Side Effects:
Over-dosage of Primula may cause stomach upset, nausea and diarrhea.

References:
  • Duke, J. 1997: The Green Pharmacy, The Ultimate Compendium of Natural Remedies from the World's Foremost Authority on Healing and Herbs. Pp. 119-120; 181; 373. Rodale Press.
  • Huck CW, Huber CG, Ongania KH, Bonn GK. 2000. Isolation and characterization of methoxylated flavones in the flowers of Primula veris by liquid chromatography and mass spectrometry. J Chromatogr A. 2000 Feb 18; 870(1-2): 453-62.
  • Sufka KJ, Roach JT, Chambliss WG Jr, Broom SL, Feltenstein MW, Wyandt CM, Zeng L. 2001. Anxiolytic properties of botanical extracts in the chick social separation-stress procedure. Psychopharmacology (Berl). 2001 Jan 1; 153(2): 219-24.
  • Wichtl, M and NG Bisset (Eds). 1994. Primulae flos - Primula flower. In Herbal Drugs and Phyto-pharmaceuticals. (English translation by Norman Grainger Bisset). CRC Press, Stuttgart, pp. 388-389.
  • Wichtl, M and NG Bisset (Eds). 1994. Primulae radix - Primula root. In Herbal Drugs and Phyto-pharmaceuticals. (English translation by Norman Grainger Bisset). CRC Press, Stuttgart, pp. 390-392.

Der Naturen Bloeme .x. - van cruden. Van Maerlant



Primula dats .i. cruud,
t'erst dat lentin comet uut,
hets 't eerste dat bloemen dragt.

Dat cruud, alsmen ghewagt,
ghesoden in roden wine,
dats vulmaecte medicine,
ghedronken in alre noet
jeghen dat sware evel groot.