Geschiedenis‎ > ‎

Dioscorides


De Materia Medica van Dioscorides

Omstreeks het begin van onze jaartelling ontstonden de eerste boeken met beschrijvingen van geneeskruiden. Door een gelukkig toeval is het geïllustreerd kruidboek van Dioscorides uit circa 512 bewaard gebleven. Dit exemplaar is niet eigenhandig door Dioscorides geschreven, maar in opdracht van een lid van de keizerlijke familie in Constantinopel gekopieerd. De vroegste werken van Dioscorides schijnen ongeïllustreerd te zijn geweest.


De circa 400 afbeeldingen in de Dioscorides wijken zozeer af van de gangbare Byzantijnse kunst dat men vermoedt dat deze uit verschillende oudere manuscripten zijn overgenomen. Het werk is in het Grieks geschreven en bekend geworden onder de Latijnse titel De Materia Medica: over zaken van de geneeskunde.

Dioscorides.

Dioscorides leefde in de eerste eeuw na Christus en diende als arts in het leger van de Romeinse keizer Nero. Tijdens de verschillende troepenbewegingen in het Middellandse-Zeegebied verzamelde hij gegevens over inheemse planten en hun medische toepassing. Dioscorides was een praktische man die vertrouwde op eigen ervaring en observatie. Hij rangschikte zijn planten naar hun manier van groeien. Op moderne wijze kwamen sommige plantenfamilies, zoals lipbloemigen en vlinderbloemigen inderdaad bij elkaar te staan,

Redenen om 'De Materia Medica' te schrijven.

Zijn redenen om dit werk te schrijven motiveert Dioscorides naar zijn vriend Areius: Alhoewel vele schrijvers verhandelingen hebben geschreven betreffende geneeskrachtige kruiden, zal ik trachten aan te tonen dat ik bij dit werk niet gedreven werd door ijdelheid of een zinloze opwelling. Sommigen van deze schrijvers schoten echter tekort en anderen haalden hun meeste informatie uit verhaaltjes...Ik mag wel zeggen dat ik vanaf mjn vroegste jeugd een onstuitbaar verlangen naar kennis over deze materie heb gehad en doordat ik veel gereisd heb, kon ik alles zelf verzamelen, waarover ik verslag heb uitgebracht in vijf boeken.

Het kruidboek kreeg grote bekendheid in de westerse wereld door de Commentaren van de Italiaanse medicus Pierandrea Matthioli. Hij gaf het kruidboek in 1554 uit, aangevuld met zijn eigen commentaar en de medische inzichten van zijn tijd. Van de 600 planten die Dioscorides beschreef, komen er nog veel voor voor op de officiële Europese apotekerslijsten.

Over Braam, Heemst, Basilicum en Bernagie.

Een van de meest gereproduceerde afbeeldingen uit de Codex Vindobonensis, zoals zijn kruidenboek ook werd genoemd, is die van de ‘Batos’ of onze gewone Braam. Hij schrijft daarover ‘ versterkt en verdroogt, en houdt het haar op kleur; afkooksel van de spruiten kan worden aangewend tegen diarree en vloeiingen bij vrouwen en helpt uitstekend tegen darmkoliek. Het kauwen van de bladeren versterkt het tandvlees en heelt ontstekingen van het slijmvlies van de mond. Als pleister gebruikte bladeren genezen huiduitslag, open zweren van het hoofd en aangetaste ogen.’
Opvallend is toch wel dat voor deze indicaties, het braamblad in onze tijd nog steeds terecht gebruikt wordt.

Een ander voorbeeld is de Heemst, Althaia, volgens Dioscorides zou het goed zijn om verwondingen, kneuzingen, abcessen, en bijensteken te verzorgen. Maar ook tegen maagproblemen, diarree, en dysenterie zou de plant werkzaam zijn. Dit zijn allemaal indicaties die te begrijpen zijn door de slijmstoffen die verzachtend en ontstekingswerend werken op huid en slijmvliezen. Natuurlijk zijn er even zovele indicaties die twijfelachtig of moeilijk te begrijpen zijn.

Basilikom of Ôkimon zou het zicht verminderen (ambluopia), indien in grote hoeveelheden gegeten en Bouglosson of Borrago maakt een mens vrolijk, vooral ingenomen met wijn. Wat natuurlijk niet verwonderlijk is.

Een zeer gewaardeerd plant in die tijd was Bettonike of Betonie, hij werd voor niet minder dan 47 verschillende aandoeningen aanbevolen, tegen breuken, baarmoederverzakking, giftige beten, leverproblemen, nier- en blaasproblemen enz. Misschien toch een plant die we weer eens opnieuw moeten onderzoeken.

De Materia Medica, nuttig voor onze tijd?

De Materia medica was en is een onmisbaar standaardwerk. Tot in de 16de eeuw werden er mooi geïllustreerde commentaren op geschreven door bekende botanici zoals Brunfels, Fuchs en Matthiolus. In dezelfde periode schreven Dodonaeus en Lobelius nieuwe, originele kruidenboeken, maar toch citeerden ze nog voortdurend Dioscorides.
De autoriteit van Dioscorides was terecht zeer groot, maar zijn gezag had ook wat vreemde gevolgen. Men ging er van uit dat Dios werkelijk alle planten kende en dat alle planten door hem beschreven ook overal voorkwamen. Deze instelling heeft de plantkunde in de Middeleeuwen afgeremd omdat men de planten die men vond steeds wou terug vinden bij Dioscorides.

Overdreven bewondering kan zeker remmend zijn, maar op een kritische manier deze oude werken opnieuw bestuderen kan leerrijk zijn en heeft ten andere al tot nieuwe vindingen geleid.

Rechtstreeks naar 'De Materia Medica'

Download - An electronic [Adobe PDF] version of
Book One De Materia Medica of Dioscorides

Download - An electronic [Adobe PDF] version of
Book Two De Materia Medica of Dioscorides

Download - An electronic [Adobe PDF] version of
Book Three De Materia Medica of Dioscorides

Download - An electronic [Adobe PDF] version of
Book Four De Materia Medica of Dioscorides

Download - An electronic [Adobe PDF] version of
Book Five De Materia Medica of Dioscorides

Download - An electronic [Adobe PDF] version of
Indexes De Materia Medica of Dioscorides

Download - An electronic [Adobe PDF] version of
Front De Materia Medica of Dioscorides


Dioscorides' De Materia Medica

Precious little is known about Pedaniius Dioscorides (Fig. 4), the Latinized name of Pedianos Dioskurides (ca. 20-70 CE). He was born in Anazarba, a city in Northern Cilicia, in SE Asia Minor (lesser Armenia), near Tarsus, in what is now Southeastern Turkey. He served in the Roman army, perhaps as a physician and traveled widely. His endearing fame rests on a his only known work, a compilation concerning approximately 500 plants, written in Greek in the year 65, now known under its Latin title De Materia Medica. It contains good descriptions of plants giving their origins and medical virtues. The work was translated into Syriac and then translated into Arabic and Persian and became an important text in the Moslem world. In the West it was translated into Latin and in the Renaissance was translated with commentaries in Italian, German, French, Spanish, and Bohemian. Between 1652 and 1655 the English botanist John Goodyer translated it into English but this version remained unpublished until 1933! (See Reading 23-1)

Although the original manuscript appears not to have been illustrated, a magnificent copy with over 400 colored illustrations (Fig. 5) was made in 512 for Juliana Anicia, daughter of Flavius Anicius Olybrius, briefly Emperor of the West before his death in 472 and this manuscript may be the source of other copies. This manuscript passed through several hands where it was amended with plant names in Turkish and Arabic by the various owners, and, after it came in possession of the Jewish physician to Suleiman the Magnificant, in Hebrew. In 1562 the ambassador to Turkey from the Holy Roman Emperor, Ogier Ghiselin de Busbecq (1522–92), famous for the introduction of the horse chestnut, lilac, and tulip from the near East to Western Europe, noted the existence of the manuscript but could not negotiate a price. It was eventually purchased, probably by the Emperor of the Holy Roman Empire, Maximilian II, and placed in the Imperial Library in Vienna and it is now the most valued possession of the Osterreichische Nationalbibiothek. A facsimile edition was published in five volumes in 1965–1970.

Of the 500 plants in the text, about 130 were noted in earlier Greek fragments (Hippocratic Collection) several centuries earlier. According to Singer (1927), 44 of the drugs mentioned by Dioscorides survived in the official pharmacopoeias of Europe up to the twentieth. Despite the fact that there is precious little in the book that could be construed as efficacious, Disocorides work was to become the most influential herbal written, and remained the final authority on pharmacy for over 1,500 years.

De Material Medica is justly considered the foundation for all herbal literature. Why was De Materia Medica in contrast to the botanical works of Theophrastus so influential? First, as indicated by Dioscorides’ introductory remarks, it was clearly written as a medical treatise speaking directly to the needs of the patient: "Now it is obvious to everybody that a Treatise on Medicines is necessary for it is conjoined to the whole art of Healing, and by itself yields amighty assistance to every part". Furthermore, it is presented in a straightforward, more practical manner, than the earlier botanical treatises by Theophrastus who is more scholarly and scientific, and more interested in plants for their own sake. Yet, Dioscorides did make an effort to systematize knowledge with plants originally grouped by form and origin, a practice continued until Linnaeus.

Comments