Willibrord

Een geloofsverkondiger van overzee

Biografie    Achtergronden    Tips voor verdieping en verwerking

Zijn jonge jaren
Willibrord werd rond 660 in het noorden van Engeland geboren. De naam die zijn ouders hem bij zijn geboorte schonken, betekent: ‘Moge de speer (brord) van Willi (broer van Wodan) u beschermen’.Na de dood van zijn moeder werd Willibrord op vierjarige leeftijd door zijn vader toevertrouwd aan de zorgen van Wilfred, abt van het benedictijnenklooster Ripon, die later bisschop van York wordt. Wilfred en Willibrord waren zeer op elkaar gesteld; Willibrord zag in Wilfred zijn leermeester. Toen Wilfred in 678 van zijn bisschopszetel werd verdreven, verliet ook Willibrord met andere monniken het klooster en trok naar het klooster Rathmelsigi in Ierland. Daar zou het nog twaalf jaar duren totdat hij tot priester werd gewijd.

In de Nederlanden
In 690 besloot Willibrord met elf gezellen (waaronder Adelbert), in navolging van zijn leermeester Wilfred, de oversteek naar de Nederlandse kust te wagen. Als meest waarschijnlijke plaats van landing wordt de monding van de Rijn in de buurt van het huidige Katwijk gezien. Enige tijd na de landing vertrok Willibrord naar het hof van de Frankische hofmeier Pippijn II, die kort daarvoor de Friese vorst Radboud in de buurt van Wijk bij Duurstede heeft verslagen. Hij ontving Willibrord en de andere geloofsverkondigers met open armen. Willibrord wilde niet afhankelijk zijn van Frankische machthebbers en vertrok daarom na enige tijd naar Rome. Daar kreeg hij van de paus een bekrachtiging van zijn zending. De paus gaf hem bovendien kostbare relieken mee om daarmee nieuwe kerken te kunnen heiligen.

Terug uit Rome vestigde Willibrord zich in Utrecht, de plaats die Radboud na een oorlog aan Pippijn had moeten afstaan. Hij begon aan de herbouw van het kerkje dat rond 630 door koning Dagobert was gebouwd, maar door de Friezen daarna was verwoest. Het werd gewijd aan St.-Maarten, de patroon van de monniken en het Frankische leger.

Aartsbisschop van de Friezen
Het was in Ierse en Engelse kloostergemeenschappen gebruikelijk dat niet de eigenlijke leider de bisschoppelijke wijdingen en taken verrichtte. Daarom werd niet Willibrord maar Suidbert, een van zijn gezellen, tot bisschop gekozen. Pippijn was met de gang van zaken weinig gelukkig; op aandringen van Pippijn vertrok Willibrord in 695 voor een tweede reis naar Rome. Paus Sergius I voelde wel voor het plan van Pippijn om Utrecht tot middelpunt van de Friese Kerk te maken. In november van dat jaar wijdde hij Willibrord tot aartsbisschop van de Friezen. Terug in Utrecht bouwde Willibrord de St.-Salvatorkerk en het St.-Maartensklooster, waaraan een school voor de opleiding van geestelijken werd verbonden.

Geloofsverkondiging
Over de activiteiten van Willibrord als reizende geloofsverkondiger zijn verschillende verhalen in de loop der eeuwen ontstaan. Zo zou Willibrord tijdens het vernietigen van een afgodsbeeld op Walcheren zijn aangevallen door een tempelwachter. Hij raakte wonder boven wonder niet gewond, maar de dader stierf na enkele dagen vrij plotseling.
Volgens een andere legende zou Willibrord koning Radboud bijna hebben gedoopt. Toen de vorst reeds met één voet in doopwater stond, trok hij zich alsnog terug. Hij gaf er de voorkeur aan na zijn dood met zijn voorvaderen te worden verenigd, ook al zou dat in de hel zijn. Toch worden op heel wat plaatsen kerkjes gebouwd, waaraan later de naam van Willibrord zou worden verbonden. Sommige van die christelijke kerken bouwde hij waarschijnlijk omwille van de continuïteit op oude heidense offerplaatsen zoals in Elst, waar eerst een Romeinse tempel had gestaan. De zgn. Willibrordsputten (een daarvan is nog steeds in Heiloo te zien) hebben waarschijnlijk ook met de heidense cultus in verband gestaan, maar werden wel door Willibrord opnieuw gewijd.

Vlucht uit Utrecht
De dood van Pippijn II in 714 bracht voor Willibrord een grote tegenslag. Radboud wist van de verwarring te profiteren, kwam in opstand en verwoestte tal van kerken. Willibrord ontvluchtte Utrecht te en vond een schuilplaats in Echternach (Luxemburg). Daar nam hij zijn intrek in een klooster dat eerder door abdis Irmina uit Trier aan hem was geschonken. Echternach zou een belangrijk steunpunt voor zijn missioneringswerk worden.

In de daaropvolgende jaren maakte Willibrord tochten naar Thüringen; hij zou er ook een naar de Denen in het hoge noorden hebben gemaakt. Op een landgoed in Susteren, dat hem door de vrome Plectrudis werd geschonken, stichtte Willibrord een klooster, dat een tweede steunpunt voor zijn geloofsverkondiging en toevluchtsoord in geval van nood werd.

Laatste jaren
Na de herovering van het gebied ten zuiden van de Zuiderzee door Karel Martel kon Willibrord in 719 in Utrecht terugkeren. De laatste jaren kreeg de al wat oudere Willibrord de nodige steun van zijn landgenoot Bonifatius. Op de leeftijd van 81 jaar overleed hij in 739 in het klooster in Echternach. Daar werd zijn stoffelijk overschot bijgezet in een stenen sarcofaag in de crypte van de kerk.

In de loop der jaren werd zijn graf een plaats van verering en genezing die door steeds meer pelgrims zijn werd bezocht. Ieder jaar wordt in Echternach op de derde Pinksterdag een zg. springprocessie gehouden. Op de maat van muziek springt men drie tot vijf passen vooruit en dan twee à drie achteruit. Willibrord is de patroon van de bisdommen Utrecht en Haarlem en werd in 1939 uitgeroepen tot apostel van de Nederlandse kerkprovincie. Meer dan 70 kerken, maar ook scholen in Nederland zijn naar hem vernoemd. Zijn feestdag is op 7 november.

Willibrord

Schoolplaat 'Willibrord, apostel der Friezen', gemaakt door J.H. Isings (1939-1940)

Willibord bij Wodanseik
Willibrord preekt bij een Wodanseik. Tekening door Cornelis Jetses uit 1922.

De springprcessie in Echternach (Luxemburg)