Nel Benschop

Een pastoraal dichteres met een enorm bereik

Als Nel Benschop in januari 1918 wordt geboren, loopt het tegen het einde van de Eerste Wereldoorlog. Deze oorlog liet in negatieve zin zien waartoe de moderne mens in staat is. Ruim 20 miljoen doden, ook meer dan 20 miljoen gewonden, enorme verwoestingen, ontwrichte staten en de verbijsterende ervaring dat de oorlog eigenlijk “zomaar” is uitgebroken. En dat terwijl voorafgaand aan de oorlog de overtuiging heerste dat in de toenmalige omstandigheden niemand bij een oorlog baat zou hebben en dat dus diplomatie en redelijkheid de oplossing voor conflicten zouden moeten bieden….

Na de Eerste Wereldoorlog

Ook het neutrale Nederland had last van de gevolgen van de oorlog, al was het er zelf niet direct bij betrokken. Het herbergde vele vluchtelingen, het voedsel was schaars, de handel stagneerde ten gevolge van de oorlogshandelingen. In de jaren ’20 lijkt het echter weer de goede kant op te gaan, al profiteert lang niet iedereen van de economische opleving. Er is een groot verschil tussen de bovenlaag en de gewone mensen. En in de jaren ’30 slaat de economische crisis toe. Er heerst grote armoede ten gevolge van de werkloosheid. Omdat de regering een rem zet op de uitgaven, is er ook bij de overheid minder werk.

Moeizame start

Daardoor is er een overschot aan kwekelingen met een onderwijzersdiploma, als Nel Benschop in 1937 klaar is met haar opleiding tot onderwijzeres. Kwekelingen met akte, bevoegde onderwijzers dus, kunnen vaak alleen aan een minimaal betaald baantje komen: ze krijgen 10 tot hooguit 25 gulden per maand, terwijl ze wel het werk van een onderwijzer doen. Zo kunnen ze natuurlijk geen zelfstandig bestaan opbouwen. Velen blijven noodgedwongen thuis bij hun ouders wonen.

Tweede wereldoorlog

Na de economische crisis breekt de Tweede Wereldoorlog uit. Ditmaal wordt Nederland wel in de oorlog betrokken, als de Duitsers het land binnenvallen en na een paar dagen felle strijd volledig bezetten. Tijdens de oorlog gaat het leven voor veel mensen “gewoon” door. Uiteraard is er schaarste, later zeker in de Randstad zelfs honger; ook gelden er beperkingen, zoals een avondklok, maar veel Nederlanders maken er het beste van. Nel Benschop heeft in de oorlog in elk geval de gelegenheid tot studeren: ze haalt de lagere aktes voor Engels en Frans, waarmee ze bevoegd is in die vakken les te geven op de mulo.

Na de oorlog

Na de oorlog krijgt Nel Benschop de kans om een eigen leven op te bouwen. Aanvankelijk is ze intern als lerares aan een internaat in Driebergen. Dat geeft haar de gelegenheid een middelbare akte Frans te halen. Ze ontmoet er ook een goede vriendin.

Pas na haar verhuizing naar Arnhem komt ze helemaal op eigen benen te staan, maar dan beleeft ze een tragische verliefdheid op een getrouwde man. Ook later in de jaren ’50 wordt ze verliefd op een getrouwde man, en moet ze besluiten hem los te laten. Ze ziet er een vingerwijzing van God in dat een huwelijk voor haar niet is weggelegd.

Eigen keuzes

Ze blijft haar gereformeerde achtergrond trouw, al maakt ze daarin eigen keuzes. Zo heeft ze aandacht voor andere opvattingen en besteedt ze in haar literatuurlessen ook aandacht aan moderne stromingen en aan schrijvers die afstand namen van het geloof. In die tijd was dat niet op alle protestantse scholen gebruikelijk. De Rooms-katholieke mystiek en het kloosterleven interesseren haar eveneens: ze bezocht graag kloosters. Zonder haar eigen opvattingen onder stoelen of banken te steken, staat ze open voor die van anderen. Haar gedichten spreken misschien wel daarom zowel traditionele als meer moderne gelovigen, en zelfs niet-gelovigen aan.

Nel Benschop als jonge vrouw. Zij ervaart dan de negatieve gevolgen van de economische crisis in de jaren '30. Als afgestudeerd onderwijzeres kan zij slechts als kwekeling met akte in een minimaal betaald baantje aan de slag.

Handtekening van Nel Benschop bij de tekst: 'God is trouw, tot in het laatst geslacht.'