Martin Bucer

Een vergeten reformator

In Straatsburg, een vrije handelsstad, bestuurd door vertegenwoordigers van de gilden en de plaatselijke adel, is al vroeg veel belangstelling voor humanisme en hervorming.

De plaatselijke drukkerijen spelen daarbij ook een belangrijke rol: al in 1519 worden er werken van Luther uitgegeven. De stad telt eind vijftiende eeuw niet minder dan negen kerken, waarvan de dom de belangrijkste is. Er leven veel geestelijken in de stad.

Tolerantie en mondigheid van de burgers zijn belangrijke factoren ten gunste van reformatie.

Matthias Zell

Drijvende kracht achter de Straatsburgse hervorming is de voorganger van de Münstergemeente, Matthias Zell. In de zomer van 1521 begint hij met een reformatorische uitleg van Paulus’ brief aan de Romeinen. Het stadsbestuur steunt hem.

Aanvankelijk lijkt er geen plaats voor Bucer te zijn, maar als het gilde van de gaardeniers hem kiest als hun predikant, krijgt hij uiteindelijk toestemming in Straatsburg te blijven.

Al snel wordt hij de leider van de plaatselijke voorgangers. In 1523 publiceert hij een manifest waarin hij zijn ideeën uiteenzet: de liefde staat bij hem op de eerste plaats. In liefde wil hij God en de medemens dienen. De gemeente moet volgens hem ook een geloofs- en liefdesgemeenschap zijn.

Hervorming Straatsburg

In datzelfde jaar besluit het stadsbestuur dat alle predikanten zich moeten houden aan het evangelie, en de katholieke kerkelijke voorschriften die daaruit niet rechtstreeks zijn afgeleid moeten negeren. In 1524 wordt de hervorming in Straatsburg officieel. Bucer begeleidt en stuurt de bijbehorende veranderingen, zowel in de praktijk als met gedegen publicaties, waarin hij de veranderingen uitvoerig verantwoordt met verwijzingen naar de Bijbel.

Prediking, sacramenten, inrichting en organisatie van de kerk, alles wordt voortaan gebaseerd op de Bijbel; veel katholieke, traditionele gebruiken worden afgeschaft. Heiligendagen verdwijnen; alleen de zondag blijft over als rustdag. Zelfs feesten als Kerst en Pasen hoeven volgens Bucer niet apart te worden gevierd: de zondagse kerkdiensten volstaan. Het Latijn wordt vervangen door de volkstaal: iedereen moet kunnen verstaan wat er wordt gezegd en gezongen.

Strijd

Uiteraard komt er verzet. Bucer voert twistgesprekken met katholieke geestelijken.

Als opstandige boeren oprukken in de richting van Straatsburg (1525), probeert Bucer hen samen met zijn collega Capito tot bedaren te brengen, maar dat mislukt. Vervolgens worden de boeren verslagen door de hertog van Lotharingen. Voor sommigen in Straatsburg gaat de hervorming niet ver genoeg: spiritualisten (mensen die zich willen laten leiden door de Heilige Geest) en wederdopers (die op bijbelse gronden de doop van kinderen afwijzen) vinden dat Bucer en zijn collega’s zich te letterlijk aan de Bijbel houden en geen ruimte laten voor “voortschrijdend inzicht” van gelovigen.

Streven naar eenheid

Bucer probeert met iedereen in gesprek te blijven. Als Melchior Hoffman, een rondreizende wederdoper, in Straatsburg een eigen kerk wil claimen, is de grens echter bereikt. Een aparte kerk voor de dopers zou immers een scheuring betekenen. De eenheid van de kerk gaat Bucer boven alles. Het stadsbestuur staat achter hem, en Hoffman moet naar Emden uitwijken. Daar wordt hem voorspeld dat Christus zal wederkomen als hij een half jaar in Straatsburg gevangen zal hebben gezeten. Hoffman gaat dus terug naar Straatsburg, wordt inderdaad gevangen gezet, maar overlijdt in de gevangenis…

Onenigheid

Bucer vraagt het stadsbestuur dan om duidelijke maatregelen tegen de wederdopers.

Onder de protestanten ontstaat nu verdeeldheid over de betekenis van het Avondmaal. Bucer komt tot de overtuiging dat brood en wijn weliswaar naar Christus’ lichaam verwijzen, maar het niet letterlijk worden. De Zwitserse hervormer Zwingli is dat met hem eens, maar Luther denkt nog meer in de richting van de traditionele transsubstantiatieleer: brood en wijn worden werkelijk lichaam en bloed van Christus.

Tussen 1524 en 1530 voert Bucer vele gesprekken met Luther en Zwingli over deze materie; Luther en Melanchthon blijven het echter oneens met Zwingli en Bucer, zeer tot verdriet van de laatste. Bucer en Capito formuleren hun visie in de Confessio Tetrapolitana, gesteund door de vier steden Straatsburg, Konstanz, Memmingen en Lindau. Melanchthon komt met het concept van de Augsburgse confessie. Onder druk van Karel V worden Melanchthon en Bucer het eens over een aantal artikelen, waarna Bucer langs Zwitserse steden reist om tot een compromis te komen. Uiteindelijk haken de Zwitsers toch af.

Basisdocumenten

Terug in Straatsburg krijgt Bucer de taak de kerk moreel te disciplineren. In 1524 accepteert het stadsbestuur Bucers Confessio Tetrapolitana, samen met zijn zestien artikelen over de leer van de kerk, als officiële basis van de Straatsburgse reformatie.

Bucer houdt zich ook bezig met de vorming van de jeugd. Hij schrijft een catechismus, waarin de hervormde leer wordt uitgelegd in vraag- en antwoordvorm. Tijdens de zondagse kerkdiensten wordt daarvan gebruik gemaakt.

Bucer vindt dat het kerkelijk onderwijs aan de jeugd een officiële afsluiting moet krijgen. Daarvoor denkt hij aan een afsluitend examen, gevolgd door een openbare belijdenis van het geloof. Het stadsbestuur van Straatsburg geeft daartoe geen toestemming, maar in andere plaatsen worden Bucers ideeën wel gerealiseerd: tot op heden is openbare geloofsbelijdenis als afronding van de catechisatie in veel protestantse kerken gebruikelijk.

Zending

Bucer is een warm voorstander van zending als middel om het evangelie bekend te maken onder “heidense” volkeren. Hij vindt dat daar ook een taak ligt voor de overheid. Hij is tegen kolonisatie op basis van alleen economische motieven: volgens Bucer moet men de liefde van God wereldwijd bekend maken, en zo “Joden, Turken en andere heidenen” winnen voor het evangelie. Om die reden steunt hij ook een vertaling van de Koran, met als doel de moslims beter te begrijpen en hen daardoor beter te kunnen bereiken.

Vergeten?

Het voortdurend streven naar behoud van de eenheid onder gelovigen is Bucer vaak niet in dank afgenomen. Velen vonden hem te weinig principieel en te makkelijk bereid tot compromissen. Hij verliest het vertrouwen van Luther. Calvijn verwijt hem te grote soepelheid tegenover katholieke theologen. De Nederlandse remonstranten daarentegen vinden Bucer goed passen bij het liberale, tolerante christendom dat zij beogen. Misschien is Bucers onvermoeibare streven naar eenheid en verzoening tussen geloofsgenoten wel de belangrijkste reden dat hij voor velen een “vergeten reformator” is.

Gezicht op Straatsburg, waarvan het stadsbeeld duidelijk wordt gedomineerd door de dom of kathedraal. In de tijd van Bucer was Straatsburg een belangrijke handelsstad.

Wikimedia Commons

De edelman Franz von Sickingen (1481-1523, afgebeeld in harnas en met een baret met veer, was gedurende een aantal jaren de beschermer van verschillende hervormers waaronder Martin Bucer.

Wikimedia Commons

Matthias Zell was de eerste drijvende kracht achter de hervorming in Straatsburg, waarin later Martin Bucer zich als voornaamste leider ontpopt.

Een ontwerp van een gedenkmunt voor Martin Bucer, ontworpen in 1706.

Wikimedia Commons