Marga Klompé

De vrouw die het symbool werd van katholieke emancipatie

Biografie    Achtergronden    Tips voor verdieping en verwerking

Afkomst en studie
Marga Klompé wordt op 16 augustus 1912 geboren in Arnhem als tweede van vijf kinderen in een burgerlijk gezin. Haar vader is eigenaar van een fabriekje, dat postpapier produceert. Zijn logo is een klompje. Marga is intelligent en steeds de beste van de klas. Ze is nog 16 als ze HBS-B-examen doet en pas 17 als ze begint met de studie scheikunde aan de Universiteit van Utrecht. Het is 1929, het jaar van het uitbreken van de economische wereldcrisis. Haar vader wordt psychisch ziek en zijn bedrijfje gaat failliet. Marga moet nu haar studie zelf gaan betalen en gaat – slechts 20 jaar oud - parttime lessen natuur- en scheikunde geven aan het katholieke meisjeslyceum ‘Mater Dei’ in Nijmegen. Het afstuderen wordt nu vertraagd. In 1937 haalt ze haar doctoraal, krijgt een volledige betrekking op haar school en weet toch ook nog in 1941 te promoveren tot doctor in de wis- en natuurwetenschappen.

In de Tweede Wereldoorlog is ze volop actief in het verzet. In de meidagen van 1940 verpleegt ze gewonde soldaten bij de Slag om de Grebbeberg. Ze wordt lid van de Vrijwilligers Vrouwen Hulpdienst en komt in het bestuur van Unie van Vrouwelijke Vrijwilligers. Onder de schuilnaam ‘dr. Meerbergen’ verricht ze allerlei koeriersdiensten voor kardinaal De Jong, die zich als aartsbisschop van Utrecht een geducht tegenstander van de Duitse bezettingsautoriteiten toont.


Politieke keuze
Aan het eind van de oorlog meldt Marga zich aan als lid van de Nationale Volksbeweging: de politieke groepering die de indeling van de oude politieke partijen wil doorbreken en één nieuwe progressieve partij wil vormen. Als de uit die beweging ontstane partij, de Partij van de Arbeid (PvdA), volgens haar te eenzijdig socialistisch blijkt te zijn, sluit Marga Klompé zich alsnog aan bij de Katholieke Volkspartij (KVP). In 1946 blijkt dat geen enkele vrouw tot de kandidatenlijst van de KVP voor de Tweede Kamerverkiezingen is doorgedrongen. Uit woede daarover richt Klompé met enkele andere vrouwen het Katholieke Vrouwendispuut op om ‘te bevorderen, dat katholieke vrouwen de hun toekomende plaats in het openbare en maatschappelijke leven innemen’. Spoedig daarna zal de KVP zowel in het eigen bestuur als in de fractie van de Tweede Kamer alsnog een vrouw opnemen.

Namens de Nederlandse vrouwenbeweging wordt Marga Klompé in 1947 opgenomen in de Nederlandse delegatie naar de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in New York. Haar goede werk in deze delegatie maakt haar volgens de KVP-top geschikt Kamerlid te worden. Ze geeft er de voorkeur aan lerares te blijven en komt betrekkelijk laag op de kandidatenlijst te staan. Uiteindelijk wordt ze toch gekozen en vanaf 1948 is ze politica. Ze wordt woordvoerder buitenlandse zaken. Ze wil niet als woordvoerder specifieke vrouwenbelangen behartigen: ‘Een typisch vrouwenbelang moet door een man worden verdedigd’, zegt ze. Dat getuigt van groot psychologisch inzicht.

Ministerschap
Na acht jaar Kamerlidmaatschap wordt Marga Klompé in 1956 minister van Maatschappelijk Werk, de eerste vrouwelijke minister van ons land. Ze krijgt te maken met de opvang van repatrianten uit Indonesië, de hulp aan oorlogsslachtoffers en het subsidiebeleid voor jeugd- en jongerenwerk. Van haar wetgevende arbeid zullen vooral de Wet op de bejaardenoorden, de Algemene Bijstandswet en de Omroepwet bekend blijven. In totaal zal ze elf jaar minister zijn in vijf verschillende kabinetten. Van 1966 tot 1971 is ze minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk. In die periode kent ze de P.C. Hooftprijs, de belangrijkste staatsprijs voor literatuur, toe aan de homofiele schrijver G.K. van het Reve. De in die tijd volstrekt ongebruikelijke kus die deze bij de uitreiking op het Muiderslot geeft aan de ‘ongehuwde juffrouw’ Klompé wordt ook tegenwoordig nog in de emancipatiegeschiedenis vermeld en in beelden getoond.

In 1971 trekt Marga Klompé zich terug uit politiek. Koningin Juliana benoemt haar als eerste vrouw tot Minister van Staat, een eretitel voor enkele wijze oud-politici, die nog eens om advies gevraagd kunnen worden.

Katholieke kerk

Vanaf die tijd wijdt ze veel tijd aan de ontwikkelingen in de katholieke kerk. Paus Paulus VI heeft haar al in 1967 benoemd tot lid van de pauselijke commissie Justitia et Pax, die de paus adviseert over allerlei vraagstukken van internationale politiek, gericht op ontwapening, ontwikkelingshulp en mensenrechten. Als betrokkene bij de vernieuwingsbeweging in de katholieke kerk is ze in de gelegenheid het in Rome bestaande negatieve beeld over de kerk in Nederland wat recht te trekken. Na haar ministerschap wordt ze ook lid van de beleidsadviescommissie van de Nederlandse Bisschoppenconferentie. Toch raakt ze teleurgesteld over het feit dat de kerk autoritair blijft optreden, dat de paus een reeks conservatieve bisschoppen in Nederland benoemt en invloed van de leken weinig op prijs stelt. Bij het niet zo geslaagde bezoek van paus Johannes Paulus II aan Nederland in 1985 doet ze op 8 mei mee aan een protestactie op het Malieveld in Den Haag. Hieruit ontstaat de kerkkritische Acht Mei Beweging. Ze voelt zich dan te oud om daarin nog een actieve rol te spelen. Ze blijft wel loyaal katholiek en is tot het eind strijdbaar voor meer openheid en meer mogelijkheden tot beïnvloeding van de kerkleiding van onderaf. Een jaar later sterft ze op 74-jarige leeftijd in Den Haag, waar ze sinds 1948 al woonde.

Marga Klompé
Marga Klompé

Foto van het kabinet-Drees in 1956. Marga Klompé (zittend tweede van links) was daarin de eerste vrouwelijke minister.

Samen met haar collega Veldkamp (Sociale Zaken) verdedigt Klompé (Maatschappelijk Werk) de Algemene Bijstandswet in de Tweede Kamer (1963).

De befaamde 'kus' van schrijver G. van 't Reve op beide wangen van minister Klompé tijdens de uitreiking van de P.C. Hooftprijs (1969).