Jan Hus

Een wegbereider van de Hervorming

In de late middeleeuwen (14e en 15e eeuw) verliezen de traditionele gezagsdragers, adel en geestelijkheid, hoe langer hoe meer hun greep op de maatschappij. In zulke maatschappelijk onzekere tijden krijgen hervormingsbewegingen hun kans. Als de pausen te Avignon resideren, en in Engeland nationalistische (en anti-Franse) gevoelens de kop opsteken, krijgt John Wyclif, een theoloog uit Oxford (1330-1384), veel steun voor zijn “moderne” ideeën: een bezitloze kerk, direct contact van de gelovigen met God, dus zonder tussenkomst van een priester, een Bijbelvertaling in de volkstaal. Het zijn precies de speerpunten van de latere Hervorming van Maarten Luther…. De combinatie van nationalisme en hervormingsgezindheid is ook kenmerkend voor de beweging van de Hussieten in Bohemen. De kerk in Bohemen staat in de tijd van Hus sterk onder leiding van Duitse geestelijken. Ook de universiteit van Praag wordt door Duitse hoogleraren gedomineerd. In 1409 slaagt Hus erin de structuur van de universiteit zo te wijzigen dat de Bohemers een meerderheid krijgen. En zijn strijd voor hervorming van de Boheemse kerk is ook sterk gericht tegen de Duitse kerkleiders.

Wyclif

In zijn kritiek op de kerk zijn de ideeën van Wyclif zeer herkenbaar. Hus was in die tijd nl. een groot kenner van Wyclifs werk, dat hij als student integraal had moeten overschrijven. Hus slaagt erin de gedachten van Wyclif te populariseren, via preken en publicaties in het Tsjechisch. Daardoor wordt Hus razend populair onder de Boheemse bevolking. Koningin Sophia benoemt hem zelfs aan het hof, zodat hij ook in de politiek bescherming geniet. Hus valt de katholieke kerk aan op een aantal punten: hij keert zich tegen de grote rijkdom van kerk en geestelijkheid, is tegen de handel in kerkelijke ambten, wil de gelovigen ook laten delen in de wijn tijdens de communie en betwist het absolute gezag van de paus. Daarmee wordt hij erg populair.

Ban

Uiteindelijk slaat de kerk echter terug. In 1409 wordt Hus in de ban gedaan door de aartsbisschop van Praag (1409) en vervolgens vervloekt door de paus via het Grote Anathema van 1412. De bewoners van Praag moeten daardoor op straffe van excommunicatie (verwijdering uit de kerk) Hus volkomen isoleren. Ze moeten hem overal mijden, mogen hem niets verkopen, noch hem gastvrij ontvangen. Onder deze omstandigheden kan Hus weinig anders doen dan Praag verlaten. De Boheemse koning, Wenceslas IV, die tot nu toe de gevangenneming van Hus had geweigerd, begrijpt dat het zo niet langer kan doorgaan. Hij haalt zijn broer, keizer Sigismund van het Duitse rijk, over om Hus een vrijgeleide te verschaffen naar het concilie van Konstanz om daar zijn standpunten toe te lichten en zich te verdedigen. Hus arriveert in oktober 1414 in Konstanz. De paus laat hem in november van dat jaar toch gevangen nemen, ondanks het keizerlijke vrijgeleide.

Boheemse reactie

Deze hele gang van zaken bevalt de Bohemers totaal niet. Eerst sturen ze een petitie, ondertekend door 50 Boheemse edelen, daarna een nieuwe, getekend door 250 prominenten uit Bohemen, Moravië en Polen, maar Sigismund grijpt niet in, ook niet als Hus in juli 1415 ter dood wordt veroordeeld. Op weg naar de brandstapel herinnert Hus Sigismund nog aan diens belofte. Sigismund krijgt het schaamrood op de kaken, maar doet niets. Het geblakerde skelet van Hus wordt na de executie vermorzeld en in het meer van Konstanz gegooid. In Bohemen beschouwt men de dood van Hus als een schandaal. Als Sigismund in 1419 zijn broer Wenceslaus opvolgt, breekt er dan ook een volksopstand uit. Het voorbereidingscomité van de intocht van Sigismund in Praag wordt door het woedende volk gelyncht. Daarop reageert Sigismund met zeven kruistochten tegen de Hussieten (1420 – 1436). Zijn leger van Duitse ridders wordt door de eenvoudige opstandelingen echter telkens teruggeslagen. Direct in 1420 al wordt Sigismund uit Bohemen verjaagd; Bohemen wordt een protestantse staat. Op het concilie van Basel (1431) komt het nog niet tot een compromis, maar in november 1433 wordt een akkoord gesloten waarbij belangrijke punten voor de Hussieten werden bereikt: de Compacta van Praag. Ze mogen preken in de volkstaal, brood en wijn ook aan leken uitreiken; wereldlijke macht en rijkdom voor geestelijken worden beperkt.

Later

De gematigde Hussieten kunnen hiermee leven, maar de meer fanatieke Taborieten niet: zij zetten de strijd voort. Uiteindelijk delven zij het onderspit: in 1436 wordt Sigismund geaccepteerd als koning van Bohemen en in 1437 worden de Taborieten verslagen.In 1462 verklaart paus Pius II de Compacta van Praag nietig. Meer en meer worden de Hussieten daarna gemarginaliseerd. In de 19e eeuw, en zeker na de Tsjechische onafhankelijkheid in april 1918, komt Hus weer volop in de belangstelling te staan. Zijn sterfdag, 6 juli, wordt een nationale feestdag. In 1920 wordt een oude kerk tot nationale Hussitische kerk omgedoopt, waarna een half miljoen Tsjechen de katholieke kerk verlaten en overstappen. Het groeiende anti-katholicisme leidt zelfs tot spanningen tussen Rome en Praag. De huidige Tsjechische Hussitische kerk telt in Tsjechië en Slowakije ruim 300 kerkelijke gemeenten, die allemaal hun voorganger en een of twee gemeenteleden afvaardigen naar het concilie, het hoogste orgaan van de Hussitische kerk. De kerk doet veel aan vorming van haar leden, via bijbelstudie, godsdienstonderwijs en pastoraat.

Jan Hus wordt op de brandstapel terechtgesteld (boven). Zijn as wordt daarna verstrooid (onder).

Op het voornaamste plein in de benedenstad van Praag bevindt zich dit grote monument ter ere van Jan Hus, ontworpen door Ladislav Šaloun en voltooid in 1915.