Guillaume Groen van Prinsterer

De eerste antirevolutionaire politicus

De koning en de kerk

Na de Franse overheersing werd Nederland in 1813 een constitutionele monarchie; in 1814 werd België van Frankrijk losgemaakt en bij Nederland gevoegd. De zoon van stadhouder Willem V werd koning Willem I. Hij ontpopte zich tot een echte autocraat. In 1816 werd bij koninklijk besluit de Nederlandse Hervormde kerk ingesteld. Ze kreeg een Algemeen Reglement, de koning stond, net als in Engeland, aan het hoofd van de kerk, en ze zou “het nationale geloof” vorm en inhoud geven. Dit ingrijpen van de overheid in kerkelijke zaken paste wellicht bij de tijdgeest, maar ging in tegen de orthodoxe calvinistische opvattingen. Ook de katholieken waren er niet blij mee. Ondanks het streven naar nationale eenheid, bleven grote verschillen aanwezig.

Zuiver en onzuiver geloof

Het officiële nationalisme was humanistisch van karakter. Het werd gedragen door een bovenlaag van geleerden en politici. Maar onder de bevolking miste het draagvlak, vaak vanwege religieuze ideeën. Zowel onder katholieken als onder protestanten leefden grote bezwaren tegen in hun ogen onverantwoorde tolerantie tegenover andersdenkenden. Velen wilden juist duidelijk onderscheid maken tussen zuiver en onzuiver geloof. Trouw aan oude principes was voor hen meer waard dan geloof in moderne opvattingen.

In het noorden overheersten conservatisme en royalisme de politiek; in het zuiden kwamen romantische idealen van vrijheid tot ontwikkeling. Vrijheid van de kerk, het onderwijs, de pers, werd geclaimd door katholieken en gesteund door neoliberalen, die veel energie staken in bestrijding van de macht van de koning en de staat. Er ontstond onrust toen zuidelijke partijen zich begonnen te organiseren. Uiteindelijk leidde die onrust tot de Belgische opstand, in 1839 tot een definitieve afsplitsing van België.

Groens visie

In deze roerige tijden ontwikkelde Groen van Prinsterer zijn anti-revolutionaire opvattingen. Hij zag in revolutie een opstand tegen God zelf. Zowel door zijn werk bij het kabinet van de koning als zijn redactiewerk voor zijn eigen tijdschrift Nederlandsche gedachten was hij goed op de hoogte van de politieke situatie. Zijn visie dat God zich in de geschiedenis openbaart, en alle menselijk gezag moet legitimeren, is lang een drijvende kracht geweest voor christelijke politiek. Het is dan ook geen toeval dat Abraham Kuyper als “opvolger” van Groen de Anti-Revolutionaire Partij (ARP) oprichtte (1879).

Naar vrijheid van onderwijs

Na de definitieve scheiding tussen Nederland en België, en de opvolging van koning Willem I door zijn zoon, Willem II, komt er ruimte voor nieuwe politieke initiatieven. De gegoede burgerij, vooral vertegenwoordigd door de liberalen, probeert de aristocratie van haar plaats te verdrijven. Ze willen de macht van de koning inperken, het kiesstelsel hervormen en ministers verantwoordelijk maken voor het beleid. Vanwege hun verdraagzame houding op godsdienstig gebied, worden de liberalen gesteund door de katholieken. In de herziening in 1848 worden de ideeën van de liberalen over het bestuur van het land in de grondwet vastgelegd. Een van de rechten die daarin worden opgenomen is de vrijheid van onderwijs. De overheid is verantwoordelijk voor het openbaar onderwijs en bekostigt dit ook. Het is voor godsdienstige groeperingen als protestanten en katholieken voortaan wettelijk mogelijk eigen bijzondere scholen op te richten. De ouders van de leerlingen op deze scholen moeten het schoolgeld wel zelf opbrengen, want de overheid gaf aan deze scholen geen vergoeding.

Vóór bijzonder onderwijs

In deze tijd blijft Groen van Prinsterer pleiten voor het geloof der vaderen: godsdienst moet een zaak van het hart zijn en staatsscholen zijn niet voldoende. In zijn visie waren openbare scholen onvoldoende toegerust om de godsdienstige vorming van de leerlingen te kunnen verzorgen. Zo wordt hij een voorstander van apart bijzonder onderwijs. Meer en meer wordt hij de woordvoerder van de orthodox gereformeerde “kleine luyden” (zie ook onder Abraham Kuyper).

Koning Willem 1, staand met en wijzend naar de grondwet van 1815. Staatsieportret door Mattheus Ignatius van Bree (1773–1839). Zijn pogingen de overheid in kerkelijke zaken te laten ingrijpen vielen niet in goede aarde.

Wikimedia Commons

In dit huis aan de Korte Vijverberg in Den Haag heeft Groen van Prinsterer gewoond. Thans is het Kabinet van de Koning(in) er gehuisvest.