Jan Pietersz. Sweelinck

Een Nederlandse componist van Europese betekenis

In de tijd dat Sweelinck muzikaal actief was bestond er in de Nederlanden een rijke muzikale traditie, die zich vooral in de Zuidelijke Nederlanden had ontwikkeld met componisten als Dufay, Des Prez, Ockegem en Roland Lassus (of Orlando di Lasso). De vormen en technieken die zij in hun werken toepasten zoals cantusfirmus en polyfone meerstemmigheid zouden ook later in de werken van Sweelinck terug te vinden zijn.

In tal van plaatsen kende men koorscholen bij kerken, waar menigeen zijn muzikale loopbaan begon. Buitenlandse bezoekers in deze tijd getuigden overigens ook van het enthousiasme voor het zingen en de muzikaliteit van het gewone volk.

Veranderingen

In dezelfde tijd was de maatschappij in de Nederlanden onderhevig aan een aantal veranderingen. De Habsburgse vorsten Karel V en vooral Filips II hielden in hun drang naar meer centralisatie in het bestuur van hun rijk te weinig rekening met de staatkundige versnippering en daarmee samenhangende verschillen en gevoeligheden die er in de Nederlandse gewesten waren.

In de jaren dat Sweelinck nog een kind was, kwam het tot een hevige escalatie tussen de Spaanse koning Filips II en opstandige gewesten, hetgeen leidde tot de Opstand (of Tachtigjarige Oorlog). Tegelijkertijd bestreden Nederlanders niet alleen de Spaanse vijand maar ook elkaar. Op godsdienstig gebied was als gevolg van de Reformatie een tegenstelling ontstaan tussen katholieken (bleven trouw aan de moederkerk) en protestanten. Bij de laatsten waren in de Noordelijke Nederlanden vooral de calvinisten (aanhangers van Calvijn) dominant. Deze tegenstelling speelde ook een rol in de Opstand tegen Spanje: ook hier speelden de calvinisten een belangrijke rol. In heel wat steden die naar de Opstand waren overgelopen – in Amsterdam gebeurde dat in 1578 – werden katholieke bestuurders, die als pro-Spaans werden gezien, vervangen door calvinisten. Zij namen ook vele katholieke kerken over en hielden daar voortaan hun kerkdiensten, die in belangrijke mate afweken van wat in katholieke kerken gebruikelijk was.

Protestant of toch katholiek?

Zo maakte Sweelinck in 1578 in Amsterdam de hierboven beschreven overgang mee, de zgn. Alteratie. De Oude Kerk kwam in handen van de calvinisten, die het gebruik van muziek tijdens een dienst te werelds vonden en daarom het gebruik van het orgel verboden. Een voorzanger gaf voortaan leiding aan de samenzang zonder instrumentale begeleiding. Een organist mocht voortaan zijn orgelspel niet meer tijdens een kerkdienst uitvoeren, wel ervoor en erna. Sweelinck kon ondanks die veranderingen zijn orgelspel voortzetten; hij was immers in dienst van het stadsbestuur, niet van de kerk.

Het is niet duidelijk of Sweelinck katholiek is gebleven of toch is overgegaan tot de protestantse kerk. Wat betreft het eerste: Sweelinck heeft werken geschreven als de Cantiones Sacrae, die duidelijk tot de katholieke liturgie behoren. Het componeren van de vier boeken met psalmen, gebaseerd op Franse berijmingen afkomstig uit Genève, zou van een overgang naar het protestantisme een bewijs kunnen zijn. Er moet hierbij worden opgemerkt dat Sweelinck deze boeken opdroeg aan Amsterdamse kunstzinnige hoge burgers, die over het algemeen vertrouwd waren met de Franse taal. Die bekendheid bestond zeker niet bij het gewone volk. Bovendien werden in calvinistische kerken psalmen van geheel andere berijmingen, afkomstig van Pieter Datheen, gezongen.

Einde van een bloeiperiode

Het lijkt er veel op dat met het overlijden van Sweelinck in 1621 een einde komt aan een bloeiperiode van muziek in de Nederlanden. Eigenlijk heel merkwaardig, want men stond op de drempel van een periode, de zogeheten Gouden Eeuw, waarin er sprake was van een enorme opbloei op het gebied van bijv. de schilderkunst. Dat muziek hierbij is achtergebleven wordt over het algemeen toegeschreven aan de invloed van het calvinisme, maar dat lijkt toch niet de enige reden te zijn. Er werd in de 17e en 18e eeuw volop aan muziekbeoefening gedaan, maar dat bleef beperkt tot de welgestelde bovenlaag, die binnenskamers muziekbijeenkomsten kende. De modieuze smaak van deze bovenlaag ging uit naar muziek die afkomstig was uit Frankrijk en Italië. Zo vond bijv. Constantijn Huygens dat muziek geen Nederlandse kunst was en zocht daarom voor zijn kinderen een Franse muziekleraar die hen in Franse en Italiaanse muziek onderwees. Meer wijst er op dat muzikale beoefening in steden in de openbare ruimte versoberd waren tot orgel- en beiaardspel.

Betekenis

Het weren van muziek uit de kerk door calvinisten heeft een waarschijnlijk onbedoeld gevolg gehad. Een organist als Sweelinck kon zich door die buitensluiting buiten de kerkdienst vrij ontwikkelen. Het is een belangrijke stimulans geweest voor zijn improvisatietalent, dat achteraf van een grote culturele betekenis in de geschiedenis van de muziek is geweest. Zijn fantasieën baanden via zijn Duitse leerlingen de weg voor de klassieke fuga en zijn koraalvariaties waren de voorlopers van de orgelkoralen van Bach. Sweelinck is daardoor een onmisbare schakel geweest in de ontwikkeling van de muziekgeschiedenis in de overgangsperiode van de Renaissance naar de Barok.

Herwaardering

Het werk van Sweelinck raakte lange tijd voor Nederland in de vergetelheid. Muziek die in druk was verschenen, zoals de meestemmige psalmen, bleef wel bewaard, maar van veel instrumentale muziek bestonden alleen afschriften die destijds door zijn buitenlandse leerlingen naar huis waren meegenomen. Toen Sweelinck in de loop van de 19e eeuw als de belangrijkste componist uit de Nederlandse geschiedenis werd herontdekt, bleek dat manuscripten van zijn instrumentale werken hier totaal verloren waren gegaan en dat ze uit archieven in Zweden, Duitsland, Oostenrijk en Italië moesten worden gehaald. Tal van plaatsen besloten straten/pleinen/wegen naar Sweelinck te vernoemen. In de grote zaal van het Concertgebouw werd op de wand tussen de namen van allerlei grote componisten ook die van Sweelinck vermeld.

De laatste decennia worden veel werken van Sweelinck, zowel vocaal als instrumentaal, zeer frequent uitgevoerd. In 2012 is het Sweelinckmonument in boekvorm en op cd’s verschenen. Het Koninginnedagconcert in Paleis Noordeinde en ook het Festival Oude Muziek in Utrecht stonden in het jaar 2012 in het teken van deze componist die 450 jaar daarvoor was geboren.

Het interieur van de Oude Kerk in Amsterdam zoals dat in 1700 eruit zag. Achterin staat het orgel, dat door Sweelinck werd bespeeld.

Gravure door Jan Goeree (1700), Gemeentearchief Amsterdam

Allegorie op Vrede, Kunsten en Wetenschappen, een schilderij van Cornelis Cornelisz. van Haarlem (1562-1638). Hierop staan portretten van verschillende kunstenaars; de luitspeler in het midden is Jan Pietersz. Sweelinck.

Een portret (kopergravure) van Jan Pieters. Sweelinck, vervaardigd door J. Múller, 1624.

Cartouche met de naam van Sweelinck dat zich bevindt in de grote zaal van het Concertgebouw in Amsterdam.