Henri Nouwen

Een rusteloos zoeker naar God en zichzelf

Als Henri Nouwen wordt geboren, staat de verzuilde samenleving in Nederland nog fier overeind en is de katholieke zuil krachtig en zelfbewust. Hij groeit op in een beschermde omgeving; het gezin komt de crisisjaren en de Tweede Wereldoorlog goed door. Gezamenlijke initiatieven uit de oorlogstijd lijken niet te worden doorgezet. In 1954 roepen de bisschoppen in het zogeheten Bisschoppelijk Mandement (“De katholiek in het openbare leven van deze tijd”) de katholieken op zich voor de maatschappij in te zetten vanuit katholieke organisaties. Lidmaatschap van socialistische organisaties en luisteren naar de socialistische VARA is verboden; lidmaatschap van de PvdA wordt ontraden.

Moeder en vader

Met zijn moeder heeft Henri een sterke band. Haar toewijding aan de eucharistie is voor hem een belangrijke factor bij zijn besluit priester te worden, iets wat hij al zeer jong wil. De verhouding tot zijn vader is echter problematisch. Als gewaardeerd jurist, die het zelfs brengt tot hoogleraar notarieel en fiscaal recht in Nijmegen, stelt deze aan zijn kinderen hoge eisen. Henri heeft zich tegenover hem heel lang minderwaardig gevoeld. Het heeft lang geduurd voordat hij met zijn vader in het reine heeft kunnen komen. In een van zijn bekendste boeken, Eindelijk thuis. Gedachten bij Rembrandts ‘De terugkeer van de verloren zoon’ schrijft hij daar indringend over.

Buiten de kaders

Als Henri in 1957 tot priester wordt gewijd, wordt hij door de toenmalige bisschop van Utrecht, mgr. Alfrink, aangewezen voor verdere theologiestudie in Rome. Toch krijgt hij desgevraagd toestemming voor een alternatief: een studie psychologie in Nijmegen. Zowel de vraag als de reactie erop laat zien dat er ruimte komt in de traditionele verhoudingen. En met hoogleraren als Han Fortmann en Edward Schillebeeckx biedt de katholieke universiteit Nijmegen mogelijkheden buiten de gebaande wegen te gaan. Nouwen maakt daar gretig gebruik van, ook door stages in de Limburgse mijnen, bij Unilever te Rotterdam en in het leger als (reserve)aalmoezenier.

Vaticanum II

Bij de opening van het Tweede Vaticaans concilie (1962-1965) te Rome is Henri Nouwen aanwezig. Hij woont er als steward een aantal zittingen bij. Paus Johannes XXIII roept het concilie op tot ‘aggiornamento’, bij de tijd brengen van de katholieke kerk. De ramen van de kerk moeten open voor frisse lucht van buiten. Vanuit andere religies en stromingen zijn waarnemers benoemd. Als het concilie in 1965 wordt afgesloten, zijn belangrijke besluiten genomen. De volkstaal wordt toegestaan in de liturgie, er komt meer ruimte voor lokale ontwikkelingen en er is respect voor andere (geloofs)overtuigingen. Maar aan de onfeilbaarheid van de paus, de hiërarchie en de uniciteit van de katholieke kerk als enig weg naar het heil wordt niet getornd.

Amerika

Onrustig en gedreven als Nouwen is, krijgt hij het voor elkaar door de katholieke emigratiedienst aangesteld te worden als onbezoldigd aalmoezenier bij de Holland-Amerikalijn, ter begeleiding van katholieke emigranten. In Amerika laat hij zich vervolgens introduceren bij Gordon Allport, die doceert aan Harvard. Tijdens zijn studie in Nijmegen heeft Henri kennis met hem gemaakt. Via hem komt hij terecht in Topeka, Kansas, waar hij religie en psychiatrie studeert (1964-1966). Hij raakt er bevriend met Seward Hiltner, grondlegger van de pastorale psychologie. In Nederland zijn theologie en psychologie in die tijd nog een soort gezworen vijanden. Het lukt Nouwen in Nijmegen dan ook niet te promoveren op een pastoraal-psychologisch onderwerp.

In Amerika komt bij Nouwen een vorm van politieke bewustwording op gang. In 1965 loopt hij mee in de grote mars van Martin Luther King van Selma naar Montgomery. Ook krijgt hij de kans John Santos, een bevriend katholiek psycholoog, te helpen bij het opzetten van een opleiding psychologie. Daaruit vloeit een reeks colleges pastorale psychologie voort, die leiden tot Nouwens eerst publicatie, Intimacy. Essays in pastoral psychology.(1969). Een kleine veertig publicaties zullen volgen.

Nederland lukt niet

Als hij in 1968 terugkeert naar Nederland, is in West-Europa de anti-autoritaire democratiseringsbeweging op gang gekomen. Allerlei vaste waarden en waarheden komen ter discussie te staan. Tijdens en vooral na afloop van het Pastoraal Concilie te Noordwijkerhout (1968-1970) lopen de gemoederen tussen traditionele en progressieve katholieken in Nederland hoog op, met polarisatie als gevolg.

Om te kunnen werken als pastoraal psycholoog gaat Nouwen theologie studeren in Nijmegen. Hij haalt zijn doctoraalexamen, maar een promotie heeft niet zijn prioriteit. Hij lijkt in de Nederlandse katholieke context van de jaren zeventig vast te lopen. Als hij het aanbod krijgt om te komen doceren in Yale grijpt hij die kans dan ook met beide handen aan. Hij gaat opnieuw naar de VS. Hij krijgt er de vrijheid die hij nodig heeft en het wordt een vruchtbare tijd, waarin een tiental publicaties het licht ziet. Nouwens toon in die publicaties wordt steeds persoonlijker, ook over zijn homoseksuele geaardheid.

Secularisatie

Door zijn vertrek naar de VS “mist” Nouwen de grote secularisatiegolf in West-Europa. Omdat hij zelf de verbinding tussen solidariteit en spiritualiteit essentieel acht, raakt hij in het gepolariseerde Europa van de jaren ’70 voor velen buiten beeld. Daar lijkt de solidariteit wel in de plaats van de spiritualiteit te komen. Voor Nouwen is solidariteit een van de vruchten van het geloof in God. In de VS raakt hij juist steeds meer bekend en gewaardeerd. En nu na zo’n veertig jaar secularisatie de zoektocht naar zingeving ook in West-Europa weer is toegestaan, blijken zijn boeken over (de Bron van) hoop hun weg naar de lezers te vinden. Niet voor niets wordt hij wereldwijd de meest gelezen schrijver op het gebied van christelijke spiritualiteit genoemd.

Bevrijdingstheologie

Als Nouwen 50 is geworden, bevindt hij zich in Peru. Na zijn professoraat in Harvard is het zijn wens priester van de armen te worden. Al in 1972 is hij in Bolivia geweest voor een cursus Spaans. Onder Ronald Reagan steunt Amerika begin jaren ’80 militaire dictaturen. De wapenwedloop tussen Oost en West bereikt een hoogtepunt. Ook in Nederland dreigen kernwapens te worden geplaatst. Angst voor een derde wereldoorlog neemt toe. In Zuid-Amerika komt de bevrijdingstheologie op, ter inspiratie en ondersteuning van de onderdrukten daar. Nouwen heeft grote waardering voor de vader van deze beweging, Gustavo Gutiérrez uit Lima (Peru) en ontwikkelt een op de maatschappij betrokken spiritualiteit. Hij heeft echter problemen met een al te horizontale benadering van maatschappelijke problemen en pleit voor een duidelijke relatie met God. Uiteindelijk blijkt hij niet te kunnen aarden in Zuid-Amerika.

Besluit

Zijn ervaring met het werk onder de armen blijft hem echter bij en draagt bij aan wie hij geworden is. Zijn bestemming bereikt hij in het pastorale werk onder en met gehandicapten in de Daybreak-community bij Toronto. Daarnaast inspireren zijn boeken tallozen over de hele wereld tot op de dag van vandaag.

Martin Luther King als een van de leiders in de tocht van Selma naar Montgomery (1965).

Geweld van de politie tijdens deze tocht.

Gustavo Gutiérrez, een vooraanstaand theoloog uit Peru, die wordt beschouwd als de vader van de bevrijdingstheologie in Latijns Amerika. Foto uit 2007.

Wikimedia Commons