Godfried Bomans

Een veelzijdig katholiek in een roerige eeuw

Als Godfried Bomans wordt geboren, is de katholieke zuil in opkomst in Nederland. Vanaf 1900 wordt ijverig gebouwd aan Katholiek Nederland, met eigen scholen, ziekenhuizen, vakorganisaties en andere verenigingen. Vanaf 1917 neemt het aantal katholieke scholen toe door de Onderwijspacificatie (financiële gelijkstelling van openbaar en bijzonder onderwijs). Het politieke landschap verandert doordat het districtenstelsel wordt vervangen door evenredige vertegenwoordiging:elke stem telt. De Algemeene Bond van Roomsch-Katholieke Kiesvereenigingen, sinds 1926 Roomsch-Katholieke Staatspartij, behaalt bij de invoering van het vrouwenkiesrecht in 1919 bijna een derde van de beschikbare honderd Kamerzetels en kan samen met de protestanten een regering vormen. Ook politiek is de katholieke zuil dus van groot belang.

Vader Bomans is politiek actief voor de RKSP in gemeente, provincie en parlement en draagt een stevig steentje bij aan de katholieke emancipatie; als redenaar maakt hij grote indruk en ook zijn kinderen kijken enorm tegen hem op. Om zelf iets te worden in de schaduw van zo’n imposante vader valt niet mee…. Zowel Bomans’ taalgevoel als zijn acteertalent heeft hij in elk geval niet van een vreemde. In huize Bomans bepaalt de Kerk een groot deel van het leven. Niet alleen is er de dagelijkse kerkgang, vader Bomans heeft een groot aantal katholieke prominenten in zijn kennissenkring en die komen ook thuis op bezoek. Zo is de bekende pater Borromaeus de Greeve een graag geziene gast. Godfrieds zus en een van zijn broers gaan het klooster in.

Schuld en boete

De gezinssituatie met een lieve moeder en een strenge vader die zijn kinderen graag competitief opvoedt, is niet makkelijk voor de intelligente en gevoelige Godfried. Hij ervaart een voortdurend tekortschieten, zelfs schuldgevoel, waarvan ook de biecht hem niet verlost. Zijn latere voorliefde voor (het spelen van) Sinterklaas kan hieruit goed worden “verklaard” : een heilige die streng en tegelijk liefdevol kan zijn, verheven en ook menselijk. Met een God die alles ziet en angst voor de hel als straf voor menselijk falen kan Godfried in elk geval niet uit de voeten. In zijn vroege werken (Pieter Bas en Erik) is veel vanuit Bomans’ jeugdervaringen verwerkt.

Het rijke Roomse leven

In 1923 begint als bekroning van de katholieke onderwijsemancipatie de Katholieke Universiteit te Nijmegen met drie faculteiten: letteren, rechten en theologie. In 1927 start in Tilburg de RK Handelshogeschool met economische opleidingen. Katholieke jongens kunnen nu dus bijna alle onderwijs binnen de eigen zuil volgen. Na een niet zo succesvolle rechtenstudie te Amsterdam gaat ook Godfried in 1939 in Nijmegen studeren.

Het rijke roomse leven komt voor de Tweede Wereldoorlog tot volle bloei. In de oorlog worden door prominenten uit de verschillende zuilen ( liberaal, rooms-katholiek, protestants en socialistisch) die door de Duitsers gegijzeld zijn in Sint-Michielsgestel ideeën ontwikkeld om de vooroorlogse verzuiling te doorbreken. Maar in de naoorlogse praktijk blijkt het nog niet zo gemakkelijk deze ideeën in de praktijk uit te werken. Direct na de bevrijding van Zuid-Nederland roepen bisschoppen er op tot zo spoedig mogelijk herstel van de vroegere “eigen” organisaties. Later wordt het lidmaatschap van de na de oorlog opgerichte Partij van de Arbeid door hen aan katholieken ernstig ontraden. Zo moet Anton van Duinkerken in 1952 het lidmaatschap van deze “doorbraak”partij opzeggen als hij in Nijmegen hoogleraar kan worden. Zijn vrouw wordt er dan lid van “namens haar man”…..

Onherstelbaar veranderd

De traditionele orde lijkt dus na de oorlog hersteld. Maar dat blijkt al snel oppervlakkig. In de loop van de jaren ’50 ontstaan gespreksgroepen tussen katholieken en protestanten. De bisschoppen publiceren weliswaar in 1954 het mandement De Katholiek in het openbare leven van deze tijd, waarin ze herstel van de eigen zuil bepleiten, maar de progressieve geest blijkt uit de fles. Zes jaar later bezigt een brief van de bisschoppen (De katholieke sociale organisaties in deze tijd) een gematigder toon.

Vanaf 1960 is het snel gegaan: afkalving van de zuilen, secularisatie, immigratie van grote groepen andersgelovigen, voornamelijk moslims. Het Nederlandse religieuze landschap wordt gevarieerder en veelkleuriger. Als Sinterklaas in 1965 op televisie aankomt in Harlingen en de zak waarin stoute kinderen meegenomen kunnen worden naar Spanje over zijn schouder het water in gooit, schrijft Bomans: “Ik acht deze geste de belangrijkste kerkelijke gebeurtenis van het afgelopen jaar(….).Het gebaar is tekenend voor de huidige situatie in de Kerk: boete en vasten zijn afgeschaft, God is lief geworden.” Hij heeft moeite met veranderingen als deze en zoekt naar houvast in onzekere tijden. Veel van het vertrouwde gaat op de helling, en wat ervoor in de plaats komt, is zeer onzeker.

Katholiek tussen verleden en toekomst

De onzekere Bomans, enerzijds gehecht aan traditie, anderzijds op zoek naar de waarheid en bang voor een misschien toch oordelende God, vertegenwoordigt veel tijdgenoten in een vergelijkbare situatie. Niet meer praktiserend katholiek, maar absoluut vol heimwee naar wat verdween, speelt hij zijn rol van BN’er avant la lettre. Zijn wandelingen door Rome en Jeruzalem, zijn gesprekken met zijn broer en zus in hun kloosters brengen hem via de televisie in miljoenen huiskamers. De uitzendingen, in een tijd dat Nederland nog slechts twee televisienetten kent, zijn het gesprek van de dag en Bomans wordt er de nationale huisvriend mee, die de gedachten en gevoelens van velen verwoordt.

In 1963 doet bisschop Bekkers in KRO-Brandpunt de uitspraak dat een echtpaar zelf moet beslissen of anticonceptie moreel acceptabel is of niet. Daarmee ondersteunt hij een verschuiving die dan al langer gaande is, nl. die van gezag naar geweten. De kloof tussen geweten en gezag wordt steeds breder, zoals ook blijkt uit het feit dat tussen 1960 en 1975 de wekelijkse kerkgang onder katholieken terugloopt van 80 naar 35 procent. Voor veel verzuilde organisaties komt er een eind aan hun bestaan. Sommige worden opgeheven, andere moeten fuseren en veranderen daarmee ook hun oorspronkelijke identiteit.

Op het Eerste pastoraal concilie te Noordwijkerhout (1968-1970) zijn leken sterk aanwezig en nemen de bisschoppen deel als “gewone” leden. Zelfs andersdenkenden en -gelovigen komen er uitgebreid aan het woord. Omdat het concilie sterk onder de invloed staat van progressieve katholieken, kan het voorstellen doen als openstelling van de ambten voor vrouwen en toestemming voor priesters om te trouwen. Door de benoeming van twee conservatieve bisschoppen Simonis en Gijsen, probeert Rome het tij in Nederland weliswaar nog te keren, maar de katholieke kerk blijkt onherstelbaar verdeeld.

Godfried Bomans, hier op het podium met Marlene Dietrich, presenteerde het Grand Gala du Disque populaire in het Kurhaus te Scheveningen, 12 oktober 1963. Hij deed de presentatie op zijn bekende humoristische wijze en dat maakte veel tongen los.

Wikimedia Commons

Godfried Bomans op de stoel in het programma 'Mies en scène', gepresenteerd door Mies Bouwman (1966). Het illustreerde hoe hij in die tijd een Bekende Nederlander - voordat dat woord bestond - al was.

Wikimedia Commons

Het Pastoraal Concilie in Noordwijkerhout, 5 januari 1970. Mevrouw L.P.M. van Rijn-Marijnissen voert het woord. De bisschoppen horen toe. Door zijn opzet en besluiten trok het concilie grote aandacht in binnen- en buitenland.

Nationaal Archief / Wikimedia Commons

Tijdens het Pastoraal Concilie was kapelaan Ad Simonis uit Den Haag de woordvoerder van het conservatieve verzet tegen bepaalde besluiten van het concilie over o.a. het verplichte priestercelibaat. Simonis werd kort daarna door het Vaticaan benoemd als bisschop van Rotterdam. Voor progressieve katholieken een klap in het gezicht.

Nationaal Archief / Wikimedia Commons

Godfried Bomans: Stroomt er nog water in Rome? - 5 januari 1970