Franciscus van Assisi

Van rijkeluiszoon naar armoedzaaier in dienst van God

Tijdsbeeld

Franciscus leefde in het begin van de 13e eeuw in de tijd van de ‘nieuwe rijken’, burgers uit de steden waren door handeldrijven rijk geworden. Bij hen ging al spoedig een mentaliteit van winstbejag en zelfgenoegzaamheid de boventoon voeren. Als rijkeluiszoon profiteerde hij van de genotzoekende cultuur van zijn dagen, maar uiteindelijk vond hij er geen voldoening in. Dit sloot aan bij de gevoelens van meer mensen die zich zorgen maakten om bepaalde ontwikkelingen in hun tijd: de vele oorlogen, de commercialisering en de ingewikkelde organisatie en rijkdom van de kerk.

Binnen de kerk

Onder paus Innocentius III (1198-1216) leek de kerk op het toppunt van zijn macht te staan. Veel mensen hadden moeite met de rijkdom van de kerk en vonden dat in de bestaande kerk te weinig te herkennen was van de oude christelijke idealen. Rond 1200 was er sprake van een sterke opkomst van ketterse bewegingen zoals de Albigenzen in Zuid-Frankrijk. De leiding van de kerk pakte deze bewegingen keihard aan door o.a. de inquisitie (een kerkelijke rechtbank ter bestrijding van ketters) in te stellen. Franciscus bleef bewust binnen de ruimte die de Kerk bood en kreeg voor zijn beweging de officiële goedkeuring van de kerkleiding. Dat bleek al uit de mondelinge instemming van Innocentius III voor de levenswijze van de minderbroeders. De eerste regel en daarmee ook de Eerste Orde van Franciscus werden door paus Honorius III in 1223 in een bul goedgekeurd. Voor de Clarissen (volgelingen van Clara van Assisi) werd een tweede regel en de Tweede Orde ingesteld. Voor sympathisanten van de beweging werd later de Derde Orde ingesteld.

Armoedebeweging

Franciscus had een zeker wantrouwen ten opzichte van de traditionele vormen van kloosterleven. De toenmalige kloosterlingen leefden op strenge of minder strenge wijze volgens de regels van Sint-Benedictus. Vele orden waren niet alleen door hard werken maar ook door giften en gaven rijk geworden. De beweging van Franciscus moet gezien worden in het kader van de vele armoedebewegingen die in die tijd ontstonden. Het beleven van het evangelie – vooral dat van de evangelische armoede – was voor Franciscus het uitgangspunt. Franciscanen moesten zich dan ook niet alleen onthouden van individueel, maar ook van collectief bezit. Door te bedelen kwam men aan de middelen voor het dagelijks onderhoud. De Franciscanen werden daarmee een van de twee grote bedelorden die vooral in stedelijke gebieden actief waren. Tot de bekendste navolgers van Franciscus behoren Antonius van Padua en Bonaventura.

De oudst bekende afbeelding van Franciscus bevindt zich in het klooster van Subiaco.

Franciscus ontvangt de stigmata (= wonden op handen en voeten) van Jezus. Een fresco door Giotto in de bovenkerk in Assisi.

Web Gallery Art - Wikimedia Commons

Op de voorgevel van het Bonaventuracollege in Leiden bevinden zich beelden van Franciscus (rechts) en zijn navolger Bonaventura (links).

Franciscus preekt tot de vogels. Een van de fresco's in de bovenkerk in Assisi, die worden toegeschreven aan de schilder Giotto (1266-1337).

Web Gallery Art - Wikimedia Commons