John Henry Newman

De anglicaanse pastor die kardinaal werd

Biografie    Achtergronden    Tips voor verdieping en verwerking
Jeugd in Londen
John Henry Newman wordt in 1801 in het centrum van Londen geboren als oudste in een gezin met drie zoons en drie dochters. Het is een gegoede familie: zijn vader is medefirmant van de bank Ramsbottom, Newman & Co en zijn moeder stamt af van Hugenoten, protestanten die vanwege hun geloof uit het katholieke Frankrijk gevlucht waren. Er wordt in de bijbel gelezen en de kinderen groeien op met boeken. Van zijn zevende tot zijn vijftiende jaar gaat John Henry naar de Great Ealing School, een gerenommeerde kostschool in West-Londen. Hij leert al op zijn negende jaar Grieks en op zijn twaalfde jaar leest hij Herodotus. Hij blijkt een nogal gesloten jongen te zijn, die ontspanning zoekt in het redigeren van de schoolkrant.
Door het lezen van verschillende theologische werken en onder invloed van de anglicaanse geestelijke en docent klassieke talen, Walter Mayer, wordt John Henry aangetrokken tot de evangelicals, de calvinistische vleugel in de anglicaanse kerk. In het laatste jaar van zijn studie op Ealing beleeft hij volgens eigen zeggen een ‘bekering’, die hem de innerlijke overtuiging oplevert geroepen te zijn tot een celibatair leven en tot onvoorwaardelijke dienstbaarheid aan zijn Schepper. Hij komt tot het besef dat het enige dat telt in zijn leven de relatie is tussen God en zichzelf: ‘Myself and my Creator’.

In Oxford
John Henry is nog net geen zestien jaar als hij begint aan zijn universitaire studie en opgenomen wordt in het Trinity College in Oxford. Hij sluit de bachelorfase met een breed studiepakket in 1821 af. Omdat het met de zaken van zijn vader niet goed gaat, probeert John Henry eigen inkomsten te verwerven door het geven van privélessen. In 1822 solliciteert hij naar een fellowship op het Oriel College, een studentenhuis dat al bestaat sinds 1326. Hij wordt daar als fellow de vaste begeleider van een groepje studenten en heeft tijd voor vervolgstudies in de theologie. In 1824 wordt hij door de (anglicaanse) bisschop van Oxford tot diaken gewijd en een jaar later tot priester. Vervolgens is hij hulppredikant in de Clemensparochie en wetenschappelijk en pastoraal actief binnen de universiteit. In 1828 volgt zijn benoeming tot pastor van St. Mary the Virgin, de kerk van de universiteit. Vooral zijn preken op de zondagmiddag worden een trekpleister: de hele universitaire wereld verzamelt zich dan om hem te horen, de bescheiden geleerde, die zonder enig uiterlijk vertoon een charismatisch spreker blijkt. In de eerstvolgende jaren vindt John Henry tijd om de geschriften van oude kerkvaders als Origenes, Ambrosius en Augustinus te bestuderen, waarvan de bevindingen in 1832 worden opgetekend in het boek De Arianen van de vierde eeuw.

Van anglicaan tot katholiek
Met een zieke vriend en diens vader maakt Newman in de winter van 1832- 1833 een reis naar Griekenland, Sicilië en Rome. Op Sicilië wordt John Henry zelf ernstig ziek en hij zal daarom pas in mei 1833 in Engeland terugkeren. Door zijn studie van de kerkvaders en zijn reiservaringen in de landen van het vroege christendom krijgt Newman een nieuwe kijk op zijn kerk. Samen met enkele universitaire vrienden sticht hij de Oxfordbeweging binnen de anglicaanse kerk. Deze beweging bepleit een nieuw religieus en sociaal elan in de kerk, die als staatskerk te gemakzuchtig geworden is. Ze roept op tot grotere aandacht voor de liturgie en wijst naar de katholieke kerk, waar deze zoveel beter bewaard gebleven is. Men bepleit een anglo-katholieke liturgie. Voor Newman gaat het nog verder. Na grondige studie raakt hij er ten slotte van overtuigd dat het de katholieke kerk is die het best de tradities uit de vroege christengemeenschappen heeft voortgezet. Hij neemt daarom afscheid van de anglicaanse kerk en dus ook van St. Mary’s Church.
Newman trekt zich terug op het platteland in Littlemore, even ten zuiden van Oxford, en vormt met een aantal gelijkgestemden een nieuwe leefgemeenschap, lijkend op een klooster, maar zonder kloostergeloften. In 1845 laat hij zich opnemen in de katholieke kerk. Twee jaar later gaat hij naar Rome, waar hij na korte studie tot katholiek priester gewijd wordt, 22 jaar nadat hij anglicaans priester is geworden.

Oratoriaan
In Rome komt Newman in contact met de ‘kloosterorde’ van de Oratorianen, in de zestiende eeuw gesticht door Philippus Neri voor priesters die zich ook zonder kloostergeloften speciaal aan onderwijs, jeugd- en zielzorg wijden. Terug in Engeland sticht Newman een eerste Oratorium in de stad Birmingham. In 1851 krijgt hij het verzoek van de Ierse bisschoppen om in Dublin een katholieke universiteit op te zetten. Hij werkt daar zeven jaar lang met hart en ziel aan, maar het eindigt met zijn ontslagname, omdat de bisschoppen er de feitelijke macht willen uitoefenen. Newman keert terug naar Birmingham, wijdt zich aan zielzorg en prediking, maakt een nieuwe bijbelvertaling en is hoofdredacteur van het katholiek tijdschrift The Rambler. Dit laatste levert opnieuw een botsing met bisschoppen op: ditmaal met de Engelse bisschoppen, die kritische publicaties van leken niet accepteren.

Erkenning
Door tegenwerking en verdachtmakingen getergd schrijft Newman in 1865 een biografie over zijn geestelijke ontwikkeling onder de titel Apologia pro vita sua. Dit boek opent velen de ogen voor de geestkracht, de eruditie en de theologische diepgang van Newman en hij krijgt uiteindelijk de waardering waar hij lang op heeft moeten wachten. Hij krijgt op Oriel College in Oxford een ere-fellowship en de pas aangetreden,modern ingestelde paus Leo XIII verleent hem op voorspraak van invloedrijke katholieke leken in Engeland een veel grotere onderscheiding: hij wordt tegen de zin het Britse episcopaat in 1878 tot kardinaal verheven. Uitzonderlijk, omdat hij geen bisschop is. Newman accepteert de kardinaalshoed op twee voorwaarden: hij wil niet alsnog bisschop worden en hij wenst gewoon in zijn kloostergemeenschap in Birmingham te blijven wonen. En die voorwaarden worden geaccepteerd.

Overlijden
Tot op hoge leeftijd blijft Newman actief. Hij geeft verschillende boeken opnieuw uit en voorziet ze van nadere toelichtingen. De laatste jaren is hij ziekelijk en hij overlijdt in 1890 op 89-jarige leeftijd. Hij wordt begraven in het graf van zijn dertien jaar eerder gestorven goede vriend en ordegenoot Ambrose St. John.
Tijdens zijn bezoek aan Engeland in 2010 heeft paus Benedictus XVI in Birmingham John Henry Newman zalig verklaard: een ultiem eerbewijs voor de man die zijn hele leven in dienst van zijn geloofsovertuiging gesteld had.


John Henry Newman

Van zijn zevende tot zijn vijftiende jaar zat Newman op de Great Ealing School, een gerenommeerde kostschool. Hij ontpopte er zich als een weetgierige leerling.

John Henry Newman, een portrettekening gemaakt ter gelegenheid van zijn eerste preek als Anglicaanse geestelijke in Over Worton Church op 23 juni 1824.

Door tegenwerking en verdachtmakingen getergd schrijft Newman in 1865 een biografie over zijn geestelijke ontwikkeling onder de titel Apologia pro vita sua.

Paus Leo XIII benoemde, tegen de zin van de Engelse bisschoppen in, John Henry Newman tot kardinaal.(1878). Het was een heel bijzondere benoeming: Newman was geen bisschop, maar werd wel tot kardinaal verheven. Onderaan zijn wapenschild staat 'Cor ad cor loquitor': 'Het hart spreekt tot het hart'.
Wikimedia Commons