Pierre Cuypers

De architect van de katholieke herleving

Biografie    Achtergronden    Tips voor verdieping en verwerking
Gezin en studie
Op 16 mei 1827 wordt in Roermond in het eenvoudige gezin van de kerk- en decoratieschilder Joannes Cuypers en zijn vrouw Maria Bex na vijf jongens en vier meisjes nog een nakomertje geboren: Pierre, die de doopnamen Petrus Josephus Hubertus krijgt. Zijn vader is dan al 58 jaar. Het is een erg levendig gezin, waarin Pierre het belang van een hechte familie leert kennen. Met financiële ondersteuning van het stadsbestuur kan Pierre studeren aan het Koninklijk Kollegie, de zesjarige Latijnse school. In 1845 gaat Pierre, opnieuw met een gemeentelijke studietoelage, zijn schilderende broer Frans achterna naar Antwerpen. Aan de Académie de peinture, sculpture et architecture de la ville d’Anvers gaat Pierre voor architect studeren. Zijn leermeesters zijn in België pleitbezorgers van de neogotische bouwstijl. Pierre studeert na vijf jaar af met een ontwerp voor een neogotische kerk, waarvoor hij onderscheiden wordt met de Prix d’Excellence. Bij thuiskomst wordt hij als held van de stad Roermond met fanfare, vaandels en redevoeringen binnengehaald. Hij krijgt een baantje bij de academie van de stad en verlooft zich met de brouwersdochter Rosalia van de Vin uit Antwerpen, die modiste is. In 1850 maakt Pierre een studiereis langs de Rijn, waar hij zich onder meer verdiept in het afbouwen van de gotische kathedraal van Keulen. Hierna volgt zijn aanstelling tot stadsarchitect van Roermond en is er voldoende materiële zekerheid om in het huwelijk te treden.

Snelle carrière
Pierre Cuypers zal vier jaar stadsarchitect zijn en werkt o.a. aan de verbouwing van het stadhuis. Hij heeft bij zijn aanstelling bedongen dat hij ook werken in eigen beheer mag aannemen. Hij gaat in 1852 samen met de beeldhouwer Georges  en de zakenman Stoltzenberg voor de productie van kerkelijke kunstvoorwerpen een samenwerking aan, die uitmondt in de firma Georges, Cuypers en Stoltzenberg, Ateliers voor Christelijke Beeldhouwkunst, Kerkschilderingen en Kerkmeubelen in alle Stijlen. De onderneming telt spoedig negentien beeldhouwers uit Nederland, België en Duitsland en groeit door de extra vraag na het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie al in 1853 uit tot een werkplaats van zestig personeelsleden. Hiermee is de firma in staat complete kerken te leveren, vanaf de bouwtekening tot en met de preekstoel en de beeldengroepen. De opdrachten stromen binnen en ook internationaal wordt Cuypers opgemerkt. Reizen naar Frankrijk en Duitsland volgen. Bij de beroemde Franse architect Viollet-le-Duc doet Pierre nieuwe inspiratie op. Hij bezoekt de gotische kathedralen van Chartres, Reims en Amiens en hij zendt een gotische preekstoel in voor de wereldtentoonstelling in Parijs in 1855. Er is aandacht voor zijn werk in Franse kunsttijdschriften en er volgen o.a. opdrachten voor preekstoelen in Franse kerken.

Privé
In 1853 jaar betrekt Pierre met vrouw en eerste kind, Catharina, de nieuwe bedrijfswoning bij de ateliers en loodsen in Roermond. Het eind 1854 geboren tweede dochtertje overlijdt een half  jaar later aan tuberculose. Zijn vrouw Rosalia zal vijf maanden daarna aan dezelfde ziekte overlijden.
Drie jaar later ontmoet Pierre de Amsterdamse Nenny Alberdingk Thijm, de zus van Jozef Alberdingk Thijm, de katholieke emancipator, dichter, koopman en uitgever. Deze heeft al in 1855 in het tijschrift De Dietsche Warande een artikel over Cuypers’ onderneming geschreven met als titel Eene bouwlootse der XIXe eeuw. Hij uitte daarin zijn bewondering voor de gotische kunststijl als stijl met de meest katholieke vormentaal en moedigde Cuypers aan in neogotische richting verder te werken. De twee mannen zijn sindsdien vrienden voor het leven. Nenny Alberdingk Thijm spreekt en schrijft vloeiend Duits, Frans, Engels en Italiaans, ze schildert en heeft een uitstekende altstem. Pierre en Nenny trouwen in 1859 en als huwelijksgeschenk krijgt Nenny een piano met door Pierre ontworpen, geschilderde panelen. Roermond blijft de thuisbasis. Vele buitenlandse reizen volgen, nu ook naar Italië en Engeland. Vanwege de vele opdrachten in het bisdom Haarlem wordt overwogen naar Amsterdam te verhuizen. De onenigheid over de restauratie en verbouwing van de romaanse Munsterkerk in Roermond brengt dit idee dichterbij. In Amsterdam wordt grond aangekocht en de familie verhuist in 1865. Het grote, zelf ontworpen woonhuis aan de Vondelstraat komt in 1877 gereed. Het productieatelier van de firma blijft gewoon in Roermond en aan opdrachten is geen gebrek.

Grote werken
Cuypers ontwerpt en bouwt vele kerken, meestal in de neogotische katholieke ‘huisstijl’: o.a. in Veghel, Alkmaar, Amsterdam, Oudenbosch, Ouderkerk, Blaricum, Eindhoven, Dokkum, Den Haag en Hilversum. Daarnaast restaureert hij kerken en monumenten en tekent kloosters en seminaries. In 1873 heeft Cuypers een bijzondere opdracht, omdat hij benoemd wordt tot Dombaumeister voor de restauratie van de Dom van Mainz en hierdoor volgt ook ander werk in Duitsland.
In 1874 wordt de uit de katholieke elite van Maastricht afkomstige Victor de Stuers secretaris van het nieuwe College van Rijksadviseurs voor de Monumenten van Geschiedenis en Kunst. Een jaar later wordt Pierre Cuypers één van die Rijksadviseurs en weer een jaar later krijgt Cuypers de opdracht tot het bouwen van het Rijksmuseum. Velen zien hierin vriendjespolitiek en vrezen een neogotisch gebouw voor een burgerlijk doel. Deze criticasters hebben dan niet opgemerkt dat in de ontwerpen van Cuypers inmiddels verbreding is opgetreden. Zijn werk is meer eclectisch geworden: verschillende stijlkenmerken uit middeleeuwen en Renaissance worden in een nieuwe harmonie gebracht. Het ontwerp voor het Rijksmuseum is meer renaissancistisch dan gotisch en toch zal onder een spotprent ter gelegenheid van de opening geschreven worden ‘De wijding van het bisschoppelijk paleis, genaamd ‘het Rijksmuseum te Amsterdam”.  Als in 1881 besloten moet worden over het ontwerp voor het Centraal Station in Amsterdam  waarschuwt de Maatschappij tot Bevordering der Bouwkunst voor de ‘kerkbouwbeginselen’ in het ontwerp van Cuypers. Vice-voorzitter Cuypers is voor die waarschuwing uiteraard niet geraadpleegd, maar hij krijgt toch de opdracht. Hiermee zal Cuypers een tweede monumentale schepping in Amsterdam realiseren, die tot de belangrijke beeldmerken van de stad gaat behoren.

Terug naar Roermond
Rond zijn zestigste jaar begint Pierre zich langzaam uit de dagelijkse leiding van het bedrijf terug te trekken. Sinds 1885 is zijn zoon Joseph (Jos), die bouwkunde gestudeerd heeft aan de Polytechnische School (later de T.H.) in Delft, bij hem in de zaak getreden. In veel van de plannen is daarna niet meer precies te traceren wat de vader en wat de zoon getekend heeft. Zo werken ze ook intensief samen bij de herbouw van kasteel De Haar in Haarzuilens.
Pierre wil terug naar Limburg. In 1888 gaat hij eerst wonen in Valkenburg en tien jaar later is hij terug in Roermond. Zijn vrouw Nenny overlijdt in datzelfde jaar. In 1899 wordt de 72-jarige weduwnaar lid van de gemeenteraad van Roermond en hij zal dat dan nog 18 jaar blijven. Tot op zeer hoge leeftijd blijft Pierre Cuypers ontwerpen, uitvoeren en reizen, tot hij op 5 maart 1921 overlijdt. De met onderscheidingen en eredoctoraten overladen architect valt een ongekend uitgebreid begrafenisritueel ten deel. Minister-president Jhr. Mr. Ruys de Beerenbrouck houdt de lijkrede. In 1927 wordt 100 jaar Cuypers’ geboorte herdacht met een muziekavond in het Rijksmuseum en er verschijnt dan ook een Dr. Cuypers Gedenkboek.
Pierre Cuypers
Wikimedia Commons

De Posthoorn, een van de kerken in Amsterdam door Cuypers ontworpen.
Wikimedia Commons

Het Rijksmuseum te Amsterdam op een ansichtkaart, gemaakt ca. 1895.
Wikimedia Commons

Bij de opening van het Rijksmuseum verscheen in De Lantaarn op 15 juli 1885 van de hand van J.P. Holswilder een cartoon met als titel: ‘De wijding van het bisschoppelijk paleis, genaamd ‘het Rijksmuseum te Amsterdam”.(Zie ook Tips voor verdieping en verwerking).