Maarten Luther

Een pleitbezorger van een persoonlijke relatie met God

Kritiek op de kerk

In de veertiende eeuw ontstaat in Italië een nieuwe culturele stroming, die bekend staat als de Renaissance. Door intensivering van handel en nijverheid, en de opkomst van het geldwezen, ontstaat een meer kapitalistisch maatschappelijk systeem.

Dat leidt niet alleen tot een groeiend individualisme, maar ook tot toenemende kritiek op bestaande instellingen, waaronder de kerk. Als Erasmus (1466 -1536) zorgt voor een nieuwe uitgave van het Griekse Nieuwe Testament, compleet met Latijnse vertaling, rijst niet alleen twijfel aan de betrouwbaarheid van de Vulgata, de traditonele Latijnse Bijbel, maar ook aan de katholieke kerkleer, die op die Vulgata was gebaseerd. In zijn Lof der zotheid (1510) uit Erasmus gefundeerde kritiek op veel kerkelijke misstanden.

Rond 1500 hebben rijke burgers al veel van de rol van de kerk overgenomen op het gebied van het stimuleren van kunst en wetenschap. De landstalen worden belangrijker; het Latijn blijft slechts de taal van kerk en wetenschap.

Aflaathandel

Onder een reeks werelds gezinde pausen, van Sixtus IV, via Alexander VI, Julius II en Leo X kreeg de katholieke kerk steeds meer aandacht voor politieke macht en artistieke pracht en praal. Sterker nog, de geldzucht van Leo X leidt tot ernstige misstanden. Tegelijkertijd schoten lagere geestelijken ernstig tekort in hun zorg voor de gelovigen.

Luther merkt dat veel gelovigen niet meer bij hem komen biechten, maar liever aflaatbrieven kopen. Dat zijn officiële kerkelijke documenten, waarmee gelovigen voor zichzelf en anderen het verblijf in het vagevuur (het voorportaal voor de hemel) konden verkorten tegen betaling in geld. Dat geld kon de kerk goed gebruiken, onder andere voor de bouw van de St. Pieter in Rome. Gezien zijn overtuiging dat alleen God de mens van zonde en schuld kan verlossen, is de aflaathandel voor Luther onacceptabel. In preken spreekt hij zich er duidelijk tegen uit.

Politieke en economische motieven

De Reformatie wordt ook begunstigd door politieke en economische motieven. Als Luther zich in 1520 richt tot de “Christelijke adel van de Duitse natie” speelt hij in op de onvrede onder de Duitse edelen dat er zoveel Duits geld naar Rome verdwijnt. Ook de invloed van de paus op de Europese politiek is velen al langer een doorn in het oog. Het is dus niet zo vreemd dat Luther steun krijgt van politieke vrienden. Er ontbrandt een machtsstrijd tussen Karel V en Duitse keurvorsten.

Luthers vertaling van de Bijbel in het Duits sluit aan bij de maatschappelijke behoefte aan meer openheid. Door lezing van de Bijbel in de eigen taal voelen Duitse boeren zich gesteund in hun verzet tegen overheden. Luther wijst echter iedere vorm van opstand en geweld af. Hij kiest daarin partij voor de overheden. Waar Erasmus kritische vragen stelde, kwam Luther concreter in verzet, maar wel binnen de volgens hem door God gegeven orde.

Luther als monnik

Luther als Augustijner monnik met tonsuur. Deze gravure uit 1520 van de hand van Lucas Cranach de Oude wordt beschouwd als de oudste bekende afbeelding van Luther.

Kupferstichkabinett, Berlijn (via Wikimedia Commons)

De bul Exurge Domine, in 1520 uitgevaardigd door paus Leo X, waarin hij dreigt Luther in de kerkelijke ban te doen.

Wikimedia Commons

De doedelzak en de duivel, een gravure van Erhard Schoen uit 1521. Luther wordt afgebeeld als een instrument van de duivel. Aan welke kant staat de tekenaar in de godsdiensttegenstellingen in zijn tijd?