Geert Grote

Een succesvolle, middeleeuwse boeteprediker

Tijdsbeeld

In de veertiende eeuw verkeert de katholieke kerk in zwaar weer. Het opleidingsniveau van de priesters is laag en ze houden zich lang niet allemaal aan de celibaatsverplichting. De pausen verblijven lange tijd in het Franse Avignon in plaats van in Rome en soms zijn er zelfs twee of drie pausen tegelijk. Kerkelijke functies worden vaak aan de hoogste bieder verkocht en de bisschoppen hebben daardoor voor hun wijding soms geen enkele theologische scholing gehad. In diezelfde tijd woedt de Honderdjarige Oorlog tussen Engeland en Frankrijk en zijn er natuurrampen, zoals de pestepidemie, die de Zwarte Dood genoemd wordt, en ongeveer dertig procent van de bevolking het leven kost.

Inkeer en boetedoening

In deze tijd ontstaan op verschillende plekken in Europa bewegingen van mensen die oproepen tot inkeer en boetedoening om Gods zegen af te smeken. Er wordt voor gepleit dat de kerk zich helemaal terugtrekt uit wereldse zaken en de rijkdom inruilt voor armoede. Priesters die dit ideaal verspreiden worden in Engeland de ‘poor priests’ genoemd.

Het optreden van Geert Grote maakt onderdeel uit van deze beweging. Voor dat hij gaat rondtrekken om te prediken schrijft hij een boekje met als titel ‘Contra Turrim Trajectensem’ , tegen de toren van Utrecht, waarin hij de bouw van deze indrukwekkende gotische toren als luxe krachtig veroordeelt. Het is volgens hem een teken van de hoogmoed van de kerk en is in strijd met het door Christus voorgeleefde armoede-ideaal. Om zijn preekbevoegdheid te behouden geeft hij het boekje niet uit, maar het typeert wel zijn opvattingen. De beweging die door hem op gang gebracht wordt, heet de Moderne Devotie: een hervormingsbeweging binnen de kerk en de maatschappij om het christelijke levensideaal opnieuw vorm te geven.

Broeders en Zusters des Gemeenen Levens

De preken van Geert Grote inspireren veel mannen en vrouwen zijn weg te volgen. Hierdoor ontstaan vele tientallen religieuze gemeenschappen van de Broeders en Zusters des Gemeenen Levens. Ze leven in gemeenschap van goederen, maar zijn leken en geen kloosterlingen of priesters. Hun voornaamste bezigheden zijn de zorg voor de studerende jeugd, het overschrijven van boeken en het ondersteunen van de armen.

Na het overlijden van Geert Grote wordt ten zuidoosten van Zwolle door zijn volgeling Florens Radewijns het klooster van Windesheim gesticht, dat zal uitgroeien tot het belangrijkste centrum van de beweging van de Moderne Devotie. Vanuit Windesheim verspreidt de kloosterorde zich over vele Hanzesteden, een grote groep handelssteden aan Noord- en Oostzee en langs de Rijn.

Thomas a Kempis

Een andere belangrijke volgeling is Thomas a Kempis of Thomas van Kempen. Als dertienjarige jongen komt hij op de Latijnse school van de Broeders des Gemeenen Levens in Deventer. Geert Grote is dan al dood, maar Thomas schrijft op basis van zijn geschriften en in zijn geest ‘De Navolging van Christus’ , een boek dat gezien kan worden als het gedachtegoed van de grote Geert Grote. Het boek is een internationaal succes en opent met de zin ‘Wie mij volgt, wandelt niet in duisternis’. Dit citaat uit het evangelie van Johannes is meteen de kern: wie Christus volgt zal gered worden. In de duistere veertiende eeuw biedt dat de mensen een nieuw houvast.

Betekenis

De Moderne Devotie en de internaten en scholen van de Broeders des Gemeenen Levens hebben veel invloed uitgeoefend op het denken in de vijftiende en zestiende eeuw. Erasmus volgde de Latijnse school in Deventer, Adriaan Boeyens, de latere paus Adrianus IV, de opleiding in Zwolle en Luther de school van de broeders in Maagdenburg. De beweging zelf is kritisch op het functioneren van de kerk gebleven, maar is geen onderdeel van de Reformatie geworden. In de tijd van de Reformatie zijn vele internaten en scholen van de broeders door lutheranen en calvinisten gesloten en is een einde gekomen aan deze succesvolle scholingsorganisatie.

Gedenksteen van Geert Grote, onthuld in oktober 1940, naast het portaal van de Broederenkerk te Deventer.

Middeleeuws getijdenboek met daarin teksten door Geert Grote (wordt bewaard in Kasteel Bergh in 's-Heerenberg)

Thomas à Kempis was een volgeling van Geert Grote. Hij schreef 'De Navolging van Christus', hier in een moderne heruitgave.