Helder Cámara

Een ‘rode bisschop’ met inzet voor gerechtigheid en vrede


Biografie    Achtergronden    Tips voor verdieping en verwerking
Op 7 december 1909 werd in Fortalezza, een plaats in het noordoosten van Brazilië, Helder Pessoa Cámara (accent op de eerste lettergreep) geboren. Aan zijn on-Portugese voornaam is hij gekomen, doordat zijn vader ‘Den Helder’ zo’n mooie naam in de atlas vond.
De jonge Cámara werd al op de leeftijd van 22 jaar tot priester gewijd. Hij viel al spoedig op als een intelligente en capabele man. Op aanraden van de bisschop werd hij aangesteld als minister van Onderwijs in een van de Braziliaanse deelstaatregeringen. In die functie kwam hij  tot de onthutsende ontdekking dat grootgrondbezitters in de praktijk over meer macht beschikten dan een deelstaatminister, waarna hij na een jaar besloot ontslag te nemen. Niettemin stond hij nog aan het begin van een glanzende kerkelijke loopbaan. De kerkelijke leiding gaf hem de verantwoordelijkheid voor het katholiek onderwijs in geheel Brazilië. In 1952 volgde zijn aanstelling tot hulpbisschop van Rio de Janeiro (toen nog de hoofdstad van het land). Daar ontpopte hij zich als een kundig organisator: door zijn inzet en opgedane kennis over de verschillende bisdommen gelukte het hem alle bisschoppen in Brazilië voor het eerst op een conferentie bijeen te krijgen.

Dienaar van de armen
Inmiddels beleefde Cámara een radicale omslag in zijn leven. Na te hebben meegewerkt aan een groot en succesvol kerkelijk congres nam hij voor zichzelf een belangrijke beslissing. In Rio besloot hij het voortaan op te nemen voor de armen in de favela’s (= sloppenwijken). Na jarenlange dienstbaarheid aan de kerk was de tijd gekomen om voortaan dienaar van de armen te zijn. In 1964 volgde zijn benoeming tot aartsbisschop van Olinda en Recife. Ook daar zette hij zijn nieuwe lijn in het verpauperde noordoosten van Brazilië voort. Hij kreeg er al spoedig de bijnaam ‘rode bisschop’. Hij deed zijn best het goede voorbeeld te geven door het aartsbisschoppelijk paleis om te vormen tot een ‘bureau voor gerechtigheid en vrede' en zichzelf veel eenvoudiger te huisvesten.
Als bisschop woonde hij in de jaren zestig het Tweede Vaticaans Concilie in Rome bij. Daar behoorde hij niet tot de opmerkelijke sprekers. Toch slaagde hij erin om onder de bisschoppen veertig medestanders te vinden die zichzelf net als hij wilden verplichten arm te leven ten dienste van de armen. Cámara deed op die manier veel internationale contacten op, die hem later goed van pas zouden komen.
Kort na zijn benoeming tot aartsbisschop organiseerde hij de eerste Latijns-Amerikaanse bisschoppenconferentie (CELAM). Deze conferentie mag een doorbraak worden genoemd. De Latijns-Amerikaanse bisschoppen besloten hun beleid radicaal te wijzigen en gingen zich - geheel in de lijn van Cámara - opwerpen voor de armen en verdrukten in Zuid-Amerika.

Weerstand
In zijn streven de Kerk in Latijns-Amerika los te weken uit de behoudende machtsstructuren ondervond hij ernstige tegenwerking van de Braziliaanse overheid. Cámara heeft als eerste het martelen van politieke tegenstanders door de militaire dictatuur (1964-1984) in Brazilië in de openbaarheid gebracht. Daarmee werd hij het symbool van verzet tegen de militaire junta, die hem op alle mogelijke manieren dwarszat. In 1973 werd zelfs een aantal van Cámara's medewerkers, onder wie zijn hulpbisschop, in opdracht van de autoriteiten gearresteerd.
Ook binnen zijn eigen kerk kon hij niet rekenen op steun vanuit het Vaticaan en kwam hij zelfs met de kerkleiding verschillende keren in aanvaring. Al tijdens het Tweede Vaticaans Concilie had hij voor een sterk lokale, en dus gedecentraliseerde kerk gepleit. Het Vaticaan koos voor een tegenovergestelde kerkvisie en legde de ‘rode bisschop’ zelfs tweemaal een spreek- en reisverbod op.

Op reis
Desondanks zette hij zijn werk voor de armen en onderdrukten toch voort. Hij schroomde niet om voor de problematiek van de onrechtvaardige verhoudingen ook buiten Brazilië aandacht te vragen. Daartoe maakte hij tal van reizen. Er wordt wel gezegd dat Cámara ruim voor paus Johannes Paulus II de magie van de pastorale wereldreis ontdekte. Vooral in Europa kreeg hij de kans talrijke voordrachten te houden. Zijn populariteit bij progressieve christenen in het westen bereikte in die tijd een hoogtepunt. Verschillende universiteiten verleenden hem vanwege zijn verdiensten eredoctoraten zoals Leuven (1970), Chicago (1974), Amsterdam (Vrije Universiteit, 1975), Uppsala (1977), Florence (1979) en São Paulo (1983). Aan de Vrije Universiteit van Amsterdam werd zelfs een Helder Cámara Leerstoel ingesteld. Met Nederland ontstond een speciale band. Zo werd hij op het paleis ontvangen door de vorstinnen Juliana en Beatrix. Ook vierde hij hier zijn 25-jarig jubileum als bisschop in 1977. Cámara werd verschillende malen voorgedragen voor de Nobelprijs voor de Vrede, maar die is hem nooit verleend. Gezien de gespannen ver-houdingen zouden volgens geruchten zowel het Vaticaan als de Braziliaanse machtheb-bers hierin een negatieve rol hebben gespeeld. In 1974 ontving hij wel de Volksvredes-prijs te Oslo en Frankfurt.

Emeritaat
In 1985 ging Helder Cámara met emeritaat en werd als aartsbisschop opgevolgd door de als conservatief bekend staande José Cardoso. Hij moest het aanzien dat zijn opvolger meteen van alles terugdraaide. Zo ging de nieuwe bisschop weer wonen in het paleis dat Cámara had ontruimd voor de bureaus voor 'gerechtigheid en vrede'. De nieuwe, met de armen geëngageerde priesteropleiding van Recife werd weer vervangen door een klassiek seminarie. Ondanks deze teleurstellingen was het voor de ‘rode bisschop’ toch een grote eer dat paus Johannes Paulus II hem bij zijn bezoek aan Recife omhelsde en hem 'mijn broeder' noemde. In 1999 overleed deze markante man op de leeftijd van 90 jaar.
Helder Cámara

Kathedraal Olinda
De kathedraal van Olinda, waar Cámara vele jaren aartsbisschop was.

Cámara tijdens Vaticanum II
Foto van Cámara, gemaakt tijdens het Tweede Vaticaans Concilie.

Eredoctoraat VU Amsterdam
Cámara ontvangt een eredoctoraat aan de Vrije Universiteit in Amsterdam (1975).