Wendelmoet Claesdochter

Een der eerste vrouwelijke martelaren in Nederland


Over het leven van Wendelmoet Claesdochter, ook genoemd als Weynke Arisdochter van Monnickendam, is erg weinig bekend. Toch verdient ze een plaats in de rij van Beeldfiguren van het christendom. In 1952 verscheen van de hand van Jan Mens een historische roman waarin zij de hoofdpersoon is, De witte vrouw. Hij schetst daarin een leven zoals het zich zou kunnen hebben afgespeeld, en geeft zeker een goede indruk van de tijd waarin Wendelmoet leefde. Maar het is vooral haar dood op de brandstapel die haar als een van de eerste vrouwelijke martelaars in de Nederlanden bekend heeft gemaakt.

Ze zal rond 1490 geboren zijn, en leeft in Monnickendam. Ze moet getrouwd zijn geweest, maar met wie is niet bekend. Jan Mens maakt haar moeder van twee kinderen (van twee echtgenoten), maar het is onzeker of ze moeder was. Wel heeft ze in het begin van de zestiende eeuw, toen al rond 1520 in Monnickendam (toen zelfs Lutherdam genoemd) lutherse bijeenkomsten werden gehouden, in hervormingsgezinde kringen in haar woonplaats een belangrijke rol gespeeld. Ze wordt vanwege haar opvattingen en de manier waarop ze die uitdraagt gevangengezet.

In april 1527 wordt aan het hof te ’s-Gravenhage gemeld dat te Monnickendam een ketterse monnik na zijn preek een gevangen vrouw heeft bezocht. Eind april wordt Wendelmoet door een deurwaarder naar Den Haag gehaald en daar begin mei opgesloten in de Gevangenpoort. Ze weigert haar opvattingen op te geven. Landvoogdes Margaretha van Oostenrijk geeft daarop persoonlijk bevel haar op het slot te Woerden bij zinnen te laten komen. Begin juni wordt ze daarheen vervoerd. Ze wordt er uiteindelijk vijf maanden vastgehouden.

Op 14 november 1527 wordt ze teruggebracht naar Den Haag. Tijdens haar laatste verhoren aldaar blijft ze bij haar opvattingen: de hostie is slechts brood en meel, het kruis een gewoon stuk hout, en de olie van het heilig oliesel (een van de kerkelijke sacramenten!) prima geschikt om sla mee aan te maken of schoenen mee in te smeren. Door haar houding voelt het hof zich genoodzaakt een voorbeeld te stellen en haar ter dood te veroordelen. Geestelijken, familie en vrienden proberen haar nog tot andere gedachten te brengen, maar zonder resultaat. Op 20 november sterft ze op de brandstapel.


De Gevangenpoort in Den Haag ca. 1555. Detail van een groter schilderij met daarop Plaats en Groene Zoodje, gezien richting Vijverbert, Hofvijver en Binnenhof.
Wikimedia Commons / Haags Historisch Museum

Herdenkingssteen van Wendelmoet Claesdochter in de Grote of St. Nicolaaskerk in Monnikendam.
www.grotekerkmonnikendam.nl



Wendelmoet Claesdochter


Meisje uit Monnickendam. Een witte muts of zakdoek in de rechterhand, een rode anjer in de linkerhand. Het schilderij uit de periode 1550-1574 is onderdeel van een reeks van panelen met Nederlandse klederdrachten.
Wikimedia Commons / Rijksmuseum


Portret van landvoogdes Maria van Oostenrijk (1480-1530), geschilderd door Bernard van Orley (ca. 1491/92-1542).
Wikimedia Commons / Koninklijk Museum voor Schone Kunsten van België