Benedictus van Nursia

De vader van het westerse kloosterleven

Wonderbaarlijke verhalen

Drie jaar nadat hij paus is geworden geeft Gregorius de Grote in 593 een boek uit met als titel: Dialogen, het leven van Benedictus en andere heiligen. In een kloek boek van wel 250 pagina’s worden vijftig heiligen besproken. Voor alleen de bespreking van Benedictus van Nursia heeft hij ruim 50 bladzijden nodig. Hij baseert zich daarbij op mondelinge informatie van vier mannen die Benedictus hebben meegemaakt en die op dat moment allen abten van benedictijner kloosters zijn of geweest zijn. Door hun getuigenissen is het relaas van Gregorius rijk geïllustreerd met vele wonderbaarlijke verhalen, waardoor de heiligheid van Benedictus sterk benadrukt wordt. Toch komt Benedictus in deze mooie biografische schets te voorschijn als een man van vlees en bloed, die worstelt met de chaos in zijn tijd en die door zelf te kiezen voor een godsvruchtig leven een voorbeeld wordt voor velen.

Einde West-Romeinse Rijk

Kort voor de geboorte van Benedictus komt er aan het West-Romeinse Rijk een einde. Keizer Romulus Augustulus moet de macht overdragen aan Odoaker, een legerofficier van Germaanse afkomst, die een staatsgreep pleegt. Die wordt koning van Italië. Vervolgens wordt hij een jaar voordat Benedictus naar Rome gaat vermoord door de Theodorik de Grote, de koning van het Germaanse volk van de Ostrogoten. Geen wonder dat er grote problemen zijn in Rome, de stad die Benedictus ontvlucht.

Ora et labora

De eerste jaren daarna is Benedictus een kluizenaar, die in een grot leeft en op die manier Jezus navolgt in eenvoud en lijden. Later wordt hij tegen wil en dank abt van een klooster en weer later in zijn leven sticht hij het wereldberoemd geworden klooster op de Montecassino. Dat wordt het eerste klooster dat georganiseerd is op basis van zijn Regel voor de monniken, in het Latijn de Regula Benedicti genoemd. De kern van dit huisreglement voor de monnikengemeenschap is: ora et labora, bid en werk. Deze dubbele opdracht is de basis voor het dagelijks ritme in een benedictijner klooster: zeven keer per dag gezamenlijk bidden in de kapel en tussendoor het verrichten van allerlei lichamelijke arbeid. Daarnaast gelden de drie pijlers van het monnikenleven: het ongehuwd zijn, het in armoede leven en het gehoorzamen aan de abt. Behalve de hierop gebaseerde geloften van kuisheid, armoede en gehoorzaamheid vraagt Benedictus nog een vierde gelofte: de stabilitas loci, de plechtige gelofte om ‘stabiel van plaats’ te zijn, dus verbonden te blijven aan het klooster waar men intreedt. Naast deze basisbeginselen levert Benedictus een enorme lijst van praktische zaken zoals over het slapen op gemeenschappelijke slaapzalen, de verplichte keukendiensten, over het ontvangen van gasten en over de maaltijden in het klooster.

Plattelandskloosters

De benedictijner kloosters zijn plattelandskloosters: ze liggen buiten de dorpen en steden en vinden hun inkomsten vooral door land te ontginnen, op het land te werken en producten van het land te verwerken, zoals het brouwen van bier. De Orde der Benedictijnen is een wijdvertakte organisatie geworden. Er zijn twee zijtakken die strengere leefregels hanteren: de cisterciënzerorde en de orde van de trappisten. Het aantal kloosters van de benedictinessen is inmiddels groter dan dat van de monniken. In totaal zijn er in de wereld ruim 8000 benedictijnen en 17.000 benedictinessen. Het bekendste benedictinessenklooster in Nederland is de O.L. Vrouwe Abdij in Oosterhout en de benedictijnen hebben in ons land nu drie kloosters: de St. Adelbertabdij in Egmond-Binnen, de Sint Willibrordsabdij in Doetinchem en de Abdij St.-Benedictusberg in Vaals. Daarnaast zijn er nog vijf kloosters van trappisten: in Valkenswaard, Diepeveen, Echt, Berkel-Enschot en Zundert.

Benedictus schrijft zijn Regel voor de monniken. Dit schilderij hangt in een abdij in Oostenrijk.

Gezicht op de abdij van Egmond (1638) door Claes Dirksz van der Heck (ca. 15/95/1600-1649). Het is een impressie achteraf: de abdij was door de Geuzen tijdens de Opstand verwoest.

Bier, gebrouwen door trappisten in hun abdij in het Vlaamse Westmalle. Westmalle is een van de bekendste Belgische bieren geworden.

Westmalle