Balthasar Bekker

Een dominee die durfde denken

Als Balthasar Bekker in 1634 wordt geboren, loopt de Tachtigjarige oorlog op zijn eind en woedt de Dertigjarige oorlog (in de Duitse gebieden) voort. In de Nederlanden wil de meerderheid een einde aan de strijd met Spanje. Frankrijk strijdt aan de zijde van de Republiek, Engeland werkt samen met Spanje en vormt een bedreiging voor de zeevaart. Alles is gericht op consolidering van het Staatse grondgebied. Stadhouder Frederik Hendrik (“de stedendwinger”) is militair succesvol met de verovering van strategische steden.

In 1648 maakt de Vrede van Westfalen (Münster) een officieel eind aan zowel de Tachtigjarige als de Dertigjarige oorlog. Zodra de vrede is getekend, bloeit de handel op. De handelsvloot krijgt een groter bereik en ook de wereldwijde handel krijgt nieuwe impulsen. Het wegvallen van de hoge kosten voor de oorlogsinspanningen is economisch gunstig. Vooral Holland, Zeeland en Friesland varen wel bij de vrede, vanwege hun strategische ligging aan zee. Zowel in de steden als op het platteland maakt een beperkte bovenlaag de dienst uit.

Orthodoxie

Als resultaat van de synode van Dordrecht (1618/1619) heeft de orthodoxe partij van de contraremonstranten het in de kerk officieel voor het zeggen. Maar onofficieel wordt lang niet overal en altijd vastgehouden aan de officiële leer: veel plaatselijke overheden kiezen een pragmatische aanpak en gaan confrontaties liever uit de weg. Enerzijds willen ze de lieve vrede bewaren, anderzijds weigeren ze aan de leiband van orthodoxe predikanten te lopen. En elke provincie heeft een behoorlijke autonomie.

De overwinning van de orthodoxie tijdens de nationale synode van Dordrecht heeft mede daarom minder effect dan gehoopt of gevreesd. De remonstranten zijn weliswaar uit de kerk vertrokken, maar velen in de kerk voelen weinig sympathie voor al te strikt kerkelijk gezag. Een flinke stroming verdedigt ook in geloofszaken het recht op vrije meningsuiting. Tijdens de periode van de Republiek komt het dan ook niet meer tot een nationale synode. En aangezien de kerk (financieel) afhankelijk is van de staat, kan de (plaatselijke) overheid zeker invloed uitoefenen en optreden in geschillen.

Descartes

Van 1628 tot 1649 verblijft de oorspronkelijk Franse geleerde René Descartes in de Nederlanden. Via Middelburg en Franeker belandt hij in Leiden, Deventer en Utrecht. Uiteindelijk vestigt hij zich in Amsterdam. Hij verwerpt de traditionele filosofie van Aristoteles, en ook de scholastiek, de combinatie van theologie en wijsbegeerte die aan de basis ligt van de traditionele leer van de kerk. Hij vindt dat alle kennis op de wiskunde moet worden gebaseerd en legt zo de basis voor de moderne natuurwetenschappen. Volgens Descartes is het menselijke intellect het enige uitgangspunt om tot kennis te komen. Hij komt in 1642 in conflict met de orthodoxe hoogleraar Voetius, wat leidt tot een officiële veroordeling van zijn werk door het stadsbestuur van Utrecht.

Orthodoxe theologen zijn traditioneel bang voor vernieuwing. In het geval van de filosofie van Descartes betrof de angst mogelijke consequenties van zijn denken. Als de Bijbel niet alleen niet het laatste woord meer had in alle discussies, maar zelfs onder intellectuele kritiek kwam te staan, waar was dan het einde? God openbaart zich in zijn Woord, maar is niet met het verstand te bevatten, laat staan dat Zijn bestaan aannemelijk te maken zou zijn…. Daarom was men zeer bevreesd voor afvalligheid als resultaat van Descartes’ ideeën.

Hekserij

Al in de Oudheid is er sprake van geloof in heksen, vrouwen die in contact zouden staan met geesten en met zwarte magie zouden proberen macht over mensen te krijgen. In de Middeleeuwen blijkt dat geloof nog steeds springlevend. In 1484 vaardigt paus Innocentius een bul uit waarin hij inquisiteurs de bevoegdheid verleent streng op te treden tegen zowel mannelijke als vrouwelijke heksen, die verdacht worden van contact met de duivel. In 1486 verschijnt de Heksenhamer, een soort handboek voor de bestrijding van heksen. In de tweede helft van de zestiende eeuw schrijft Johann Wier, een medicus uit de Nederlanden, een boek tegen het geloof in heksen en demonen. Hij noemt magie een vorm van zinsbegoocheling. Hij legt de nadruk op de menselijke neiging geloof te hechten aan illusies.

Strijd om geloof in heksen

Gedurende die tweede helft van de zestiende eeuw ontbrandt een felle strijd tussen voor- en tegenstanders van heksenvervolging. Die strijd wordt tot ver in de zeventiende eeuw voortgezet. In de Nederlanden heeft Karel V al in 1545 de Waag in Oudewater aangewezen als officiële mogelijkheid om aan de hand van een certificaat te bewijzen dat je voldoende weegt om geen heks te kunnen zijn. Heksen zouden immers kunnen vliegen… De keizer vertrouwde de weging van een corrupte waagmeester in Polsbroek niet, en liet de daar van hekserij beschuldigde vrouw in Oudewater opnieuw wegen. Daaruit bleek dat ze voldoende woog en dus onschuldig was.

Balthasar Bekker is dus in goed gezelschap als hij op basis van zijn zelf op basis van studie verkregen inzichten voor eens en voor altijd een eind wil maken aan het heksengeloof. Bijna 150 jaar na 1545 publiceert hij zijn Betoverde weerelt. Uiteindelijk leidt die publicatie tot zijn afzetting als predikant: orthodoxe collega’s hebben nog een appeltje met hem te schillen vanwege eerdere kwesties en men durft/wil niet ingaan tegen de opvattingen van het gewone volk, dat nog heilig in heksen gelooft….

De synode van Dordrecht (1618-1619). Als resultaat hiervan heeft de orthodoxe partij van de contraremonstranten het in de kerk officieel voor het zeggen.


Stedelijk Museum Dordrecht - Wikimedia Commons

René Descartes (Cartesius) op een schilderij van de hand van Frans Hals.


Louvre - Wikimedia Commons

Een terechtstelling in Schoonhoven in 1597. De vrouw op de brandstapel is waarschijnlijk Marigje Arriens, 70 jaar, die beschuldigd werd van hekserij.

Wikimedia Commons

Balthasar Bekker, met een ander persoon, zeeft kwalen van duivels. Gravure uit ca. 1695.


Wikimedia Commons