Titus Brandsma

Een katholiek intellectueel in verzet

Biografie    Achtergronden    Tips voor verdieping en verwerking
Van boerenzoon tot priester
Titus Brandsma werd als Anno Sjoerd Brandsma geboren op 23 februari 1881 in een boerderij in Oegeklooster, in de omgeving van Bolsward gelegen. Het vrome katholieke gezin waarin hij opgroeide bestond uit vader, moeder en zes kinderen. Titus had een broer, die ook in het klooster zou treden. Van de vier meisjes gingen er drie eveneens het klooster in. Op jonge leeftijd zat hij op de kostschool en het gymnasium van de franciscanen in Megen (Noord-Brabant). In 1898 besloot hij zich bij de karmelieten aan te sluiten en deed zijn intrede in het klooster in Boxmeer. Daar nam hij zijn kloosternaam ‘Titus’, de naam van een leerling van de apostel Paulus maar ook die van zijn vader, aan. De jonge kloosterling raakte toen al geboeid door de mystieke werken van Teresia van Avila. De levensweg van deze heilige werd een bron van inspiratie in zijn verdere leven. In 1905 werd Titus samen met enkele medebroeders in de St. Jan in Den Bosch tot priester gewijd.

Een veelzijdig man
In de jaren daarna studeerde hij enige tijd in Rome; hij promoveerde er tot doctor in de wijsbegeerte (filosofie). Daar kwam hij in aanraking met de wereldkerk, maar zijn slechte gezondheidstoestand maakte een terugkeer naar Nederland noodzakelijk. Enkele jaren doceerde Titus Brandsma filosofie, sociologie en kerkgeschiedenis aan het studiehuis (Filosoficum) van de karmelieten in Oss. In die tijd toonde hij zich al een actief en veelzijdig man die uitstekend kon organiseren: hij werd er redacteur van ‘De Stad Oss’, het plaatselijk nieuwsblad voor Oss en omgeving, stichtte er een katholieke handelsdagschool - thans opgenomen in het Titus Brandsmalyceum - en een bilbliotheek met leeszaal.

Rector-magnifus
In 1923 werd Titus Brandsma aangesteld als hoogleraar aan de net opgerichte Katholieke Universiteit (thans Radboud Universiteit) in Nijmegen waar hij wijsbegeerte en geschiedenis van de mystiek, in het bijzonder de Nederlandse mystiek, doceerde. Aan de opbouw van de nog jonge universiteit leverde hij tal van bijdragen, waarbij zijn vele contacten in de samenleving goed van pas kwamen. Tijdens het collegejaar 1932/33 was hij zelfs rector magnificus.

Mystiek
Brandsma vertaalde, samen met anderen, een deel van de 'Werken der Heilige Theresia' in het Nederlands. Hij was medeoprichter van het spirituele tijdschrift 'Ons Geestelijk Erf'. Hij ontpopte zich steeds meer als een groot kenner van de Middelnederlandse mystiek, waarin figuren zoals Hadewych, Jan Brugman en Geert Grote zo’n belangrijke rol hebben gespeeld. Hij zette zich in voor de oprichting van het Instituut voor de Geschiedenis van de Nederlandse mystiek. Tegelijkertijd ging hij over tot het verzamelen van zoveel mogelijk kopieën van middeleeuwse mystieke handschriften. Het zou de basis vormen van de collectie van het huidige Titus Brandsma Instituut te Nijmegen.

IJveraar voor het Fries
Titus Brandsma vergat nooit zijn Friese wortels: hij bleef zich altijd inzetten voor de Friese taal en cultuur. Zo heeft hij verschillende publicaties in het Fries geschreven. Mede dankzij zijn inzet werd het Fries opgenomen in het lesprogramma van het lager onderwijs in de provincie Friesland. Hij was bovendien medeoprichter van de Rooms Frysk Boun (Rooms-Friese Bond) en de Fryske Akademy. Tijdens een herdenkingsplechtigheid van Bonifatius in Dokkum sprak hij in het Fries en dat was heel opmerkelijk. Er wordt wel beweerd dat hij de eerste priester sinds de tijd van de Reformatie was die in het Fries preekte. Hij ijverde voor de instelling van een jaarlijkse Bonifatiusherdenking in Dokkum. Eveneens voor de oprichting van een Bonifatiuskapel in Dokkum, die daar uiteindelijk met een omliggend park in 1934 zou worden gerealiseerd.

Katholieke organisaties
Naast zijn universitaire activiteiten raakte hij betrokken bij het werk van tal van organisaties die de rooms-katholieke zuil in die tijd kende. Zo was hij – naast zijn eigen werkkring op de universiteit - bij het onderwijs betrokken door voorzitter van de Bond van Besturen voor het Rooms-katholieke Voorbereidend Hooger en Middelbaar Onderwijs te zijn. Hij leverde ook bijdragen over pedagogische onderwerpen in het Weekblad van de Katholieke Lerarenvereniging St. Bonaventura. Ook op andere terreinen liet hij zich niet onbetuigd. Hij was bestuurslid van de R.K. Vredesbond, die zich inzette voor vredesactiviteiten binnen de katholieke zuil. Deze organisatie wordt wel gezien als een voorloper van de latere Pax-Christibeweging. Ook het streven naar  hereniging van de Oosterse kerken met de R.K. Kerk ging hem ter harte, vandaar zijn deelname aan het Apostolaat der Hereniging. Ook was hij lid van de katholieke vereniging van esperantisten in Nederland. Hij was tevens geestelijk adviseur van de Nederlandsche Rooms-Katholieke Journalistenvereeniging. Hierin waren journalisten die voor katholieke bladen werkten verenigd. Brandsma toonde zich daarbij een voorstander van modernisering en verdere professionalisering van de katholieke dagbladpers. Katholieke dagbladen moesten naar zijn inzicht proberen de kwaliteit van niet-katholieke bladen te evenaren. Om dit te bereiken waren naar zijn inzicht betere arbeidsvoorzieningen en een goede scholing voor katholieke journalisten noodzakelijk. Hij heeft zich voor beide zaken in die jaren behoorlijk ingezet. Zijn voorstellen tot het oprichten van een journalistenopleiding zouden pas na zijn dood gerealiseerd worden.

Comité van Waakzaamheid
Titus Brandsma was een van de eersten die in de jaren ’30 in de gaten kreeg welk gevaar opkomende politieke bewegingen als fascisme en nazisme konden vormen. Brandsma nam krachtig stelling tegen de ideeën van het nazisme en veroordeelde in tal van publicaties en redevoeringen de anti-joodse maatregelen van het Hitlerbewind. In 1936 sloot hij zich zelfs aan bij het Comité van Waakzaamheid, opgericht door intellectuelen en kunstenaars uit allerlei richtingen. Dat was in die tijd opmerkelijk: er zaten in dit comité ook andersdenkenden, terwijl het voor katholieken toen niet gebruikelijk was om met niet-katholieken in één organisatie te zitten. Aartsbisschop De Jong was bepaald niet gelukkig met Brandsma’s lidmaatschap en oefende druk op hem uit om uit het comité te stappen.

Duitse bezetting en gevangenschap
Opmerkelijk was ook dat Brandsma, de man die zich ferm keerde tegen de vervolging van joden in Duitsland door het Hitlerbewind, in het eerste jaar van de bezetting zo gemakkelijk de Ariërverklaring ondertekende. Hij heeft op geen enkele manier getoond hiertegen morele bezwaren te hebben. Later keerde hij zich wel fel tegen het verwijderen van joodse leerlingen van katholieke scholen. Als tijdens oorlog de Duitse bezetters ook de katholieke pers gaan verplichten om NSB-advertenties en andere propaganda op te nemen, komt hij in verzet. Als geestelijk adviseur benaderde hij namens aartsbisschop De Jong alle katholieke dagbladen met de boodschap elke vorm van medewerking aan nationaal-socialistische propaganda te weigeren. Op 19 januari 1942 werd Brandsma door de Duitsers gevangengenomen. Via het 'Oranje-hotel’ in Scheveningen, kamp Amersfoort en de strafgevangenis van Kleef kwam hij tenslotte in het beruchte concentratiekamp Dachau terecht. Na weken vol ontberingen en mishandelingen werd hij, die al levenslang behept was met een zwakke gezondheid. uitgeput en doodziek in het kamphospitaal opgenomen. Na enkele medische experimenten maakte een kamparts op 26 juli 1942 met een dodelijke injectie een einde aan zijn leven.

Zaligverklaring
Na het bekend worden van Titus' dood ontstond er al gauw een devotie rond zijn nagedachtenis. Er werd een proces van zaligverklaring in gang gezet dat uiteindelijk leidde tot zijn zaligverklaring door Paus Johannes Paulus II in 1985. Zijn gedachtenis valt op 27 juli (en niet op zijn sterfdag 26 juli, omdat die dag al de feestdag van Anna en Joachim, de ouders van Maria, is). Er loopt inmiddels een proces tot heiligverklaring.

Nijmegen
In Nijmegen is de voormalige Jozefkerk aan het Keizer Karelplein in maart 2004 omgedoopt tot een gedachteniskerk, het Titus Brandsma Memorial. Het is een open kloosterkerk, die is toevertrouwd aan de orde van de Karmelieten en voor het publiek vrijwel altijd toegankelijk. In de kerk staat een urn, waarin as vanuit Dachau wordt bewaard: ‘Opdat wij nooit zullen vergeten’ luidt het opschrift. In 2005 werd Titus Brandsma uitgeroepen tot de ‘Grootste Nijmegenaar aller tijden’; een plaquette onthuld door burgemeester De Graaf herinnert hieraan.


Titus Brandsma

Titus als jonge kloosterling.

Als jonge kloosterling raakte Titus geboeid door de mystieke werken van Teresia van Ávila (1515-1582)

Titus als rector-magnificus van de Katholieke Universiteit in Nijmegen.

Titus Brandsma in Duitse gevangenschap geportretteerd door een medegevangene.

Het Titus Brandsma Memorial (vroeger St.-Jozefkerk) in Nijmegen. 

"World Peace Flame", WereldVredesVlam, zeven vlammen van vijf werelddelen samengevoegd tot éen vlam. De Titushof is het plein voor het Titus Brandsma Memorial, de voormalige St.Jozefkerk.
Wikimedia Commons