Franciscus van Assisi

Van rijkeluiszoon naar armoedzaaier in dienst van God

Biografie    Achtergronden    Tips voor verdieping en verwerking

Afkomst en jonge jaren
Franciscus werd in 1182 in Assisi geboren als zoon van de lakenkoopman Pietro Bernardone. Zijn moeder Pica liet hem met de naam Giovanni dopen, maar zijn vader, net terug van een handelsreis naar Frankrijk, veranderde deze naam in Franciscus (lett. Fransman). Hoewel de jonge Franciscus wel wat onderwijs genoot, werd hij al spoedig opgenomen in de lakenhandel van zijn vader. Zo rond zijn 20e levensjaar manifesteerde hij zich als een echte levensgenieter, die ruim voorzien was van geld en vele vrienden. Hij leek voorbestemd om ooit het familiebedrijf van zijn vader voort te zetten. Net als veel andere plaatsgenoten nam Franciscus vol enthousiasme deel aan een oorlog tussen Assisi en de buurstad Perugia (1202), maar raakte gevangen. Pas na een jaar kwam hij ernstig verzwakt door de koorts en na het betalen van een losgeld door zijn vader eindelijk vrij.

Een visioen
Na zijn terugkeer kon hij zijn draai niet vinden. Plotseling kreeg hij in het kerkje van San Damiano een visioen. Het houten kruisbeeld met daarop een geschilderde afbeelding van Jezus sprak: ‘Franciscus, ga en herstel mijn huis.’  Franciscus vatte dit letterlijk op: vol energie zette hij zich in voor het herstel en de schoonmaak van het kerkje. De bredere betekenis van die woorden ontging hem op dat moment nog. Om aan allerlei middelen voor het uitvoeren van zijn taak te komen schrok hij er zelfs niet voor terug stoffen en gereedschap van zijn vader in het geheim te verkopen. Zijn vader werd deze levenswijze van zijn zoon zat en besloot hem in het openbaar tot de orde te roepen. In het bijzijn van bisschop Guido van Assisi deed Franciscus echter afstand van zijn erfdeel door zich, tot ontsteltenis van zijn vader en alle aanwezigen, publiekelijk van al zijn kleding te ontdoen. De bisschop bedekte de naakte Franciscus daarop snel met zijn mantel.

Ontmoeting met melaatse
In boerenkleding verliet Franciscus de stad Assisi om in de omgeving als kluizenaar te gaan leven. In een van die dalen kwam hij een melaatse tegen. Melaatsen werden in die tijd vanwege hun onafzichtlijk uiterlijk en de besmettelijke aard van hun ziekte uit de samenleving verstoten. Franciscus omhelsde de melaatse tot diens stomme verbazing. Hij ging de boodschap van Jezus nu radicaal navolgen door melaatsen en andere zieken te verplegen. Door bedelen voorzag hij zich in zijn dagelijks onderhoud.

Ontmoeting met de paus
Na een tijdje merkte hij dat zijn programma van eenvoud en armoede en het verlangen naar een dieper, persoonlijker geloof ook bij anderen aansloeg. Om te kunnen preken had Franciscus toestemming van de paus nodig. Daarom begaf hij zich in 1209 met elf aanhangers naar Rome, waar het tot een ontmoeting kwam tussen de eenvoudige ‘poverello’ (= arme, kleine man) en de machtige paus Innocentius III. Er bestaat een verhaal dat de paus na het bezoek een droom kreeg. De kerk waar hij gewoonlijk de missen opdroeg, de basiliek van Lateranen, stond op het punt ineen te storten. Opeens verscheen daar Franciscus die verder verval voorkwam door zijn schouders onder het bouwwerk te zetten. Hoewel Franciscus geen priester of theoloog was en ook niet in een klooster woonde, gaf de paus gaf nu toestemming om te gaan preken; de kruinen van de twaalf mannen werden als teken van opname in de geestelijke stand geschoren.

Minderbroeders
Franciscus en zijn volgelingen gingen zich ‘minderbroeders’ noemen: wie het evangelie in praktijk wilde brengen moest ook de minste zijn. Dit betekende niet alleen afstand van persoonlijk maar ook van gezamenlijk bezit in een nieuw type klooster. Dat betekende voor Franciscus en volgelingen een keuze om in de wereld werkzaam te zijn en niet in afzondering. Dat betekende lang niet altijd dat het publiek begripvol op een groep armoedzaaiers zat te wachten. Dat bleek toen Franciscus een preek hield voor een groep mensen die zich verveeld en ongeïnteresseerd gedroeg. Franciscus werd daar zeer boos over: hij kon net zo goed tegen de vogels spreken. En toen hij dat vervolgens deed, hielden de vogels zich tot stomme verbazing van iedereen stil. Mede door dit voorbeeld is het beeld van Franciscus als heilige van de natuur ontstaan.

Clara
In 1212 sloot Clara, een dochter van een rijke edelman, onder de indruk van de preken door Franciscus zich aan bij de prille franciscaanse levenswijze. Ook zij ontdeed zich van haar rijke kleding en liet zich de lange blonde haren afknippen. Zij en haar volgelingen werden ondergebracht in het kerkje van San Damiano, waar zij een leven van radicale armoede zouden leiden. Tegen de oorspronkelijke bedoeling van Franciscus in groeide deze beweging uit tot een louter contemplatieve orde, waarvan de leden het klooster niet verlaten en het koorgebed centraal staat.

Op kruistocht
Franciscus besloot in 1219 om ondanks zijn zwakke gezondheid met kruisvaders mee te trekken naar Egypte. De verschrikkelijke strijd tussen christenridders en moslims maakte op hem zo’n diepe indruk, dat hij besloot op eigen houtje op vredesmissie naar de sultan van Egypte te gaan. Franciscus merkte tot zijn verrassing dat de sultan totaal niet voldeed aan het beeld van een wrede heerser maar integendeel een man van beschaving en een gelovige moslim bleek te zijn, die Franciscus met respect tegemoet trad. De vredesmissie werd niettemin geen succes; Franciscus keerde terug naar Italië. Op de terugreis liep hij een oogziekte op, waardoor zijn gezichtsvermogen in de jaren daarna sterk achteruit zou gaan.

Zijn late jaren
In de daaropvolgende jaren bleek het aantal minderbroeders zo toegenomen dat er steeds mee behoefte werd gevoeld aan een meer uitgewerkte regel en organisatievorm. Sommige broeders begonnen kloosters te bouwen, zeer tegen de zin van Franciscus die vasthield aan zijn armoede-ideaal. Hij moest steeds meer genoegen nemen met een rol op het tweede plan binnen zijn eigen beweging.
Vanaf 1220 ging de gezondheid van Franciscus steeds meer achteruit. Hij trok zich terug en leidde een leven van gebed en boete. Zijn religieuze ontwikkeling vond een hoogtepunt in een visioen op de berg Alverna: daar ontving hij de tekens van Christus’ wonden aan zijn lichaam (de ‘stigmata’). Uit die tijd stamt ook zijn beroemde Zonnelied (of Loflied der Schepselen), waarin hij Gods schepping prees. Hij uitte niettemin steeds meer het verlangen te worden door omhelsd door ‘Zuster Dood’. Op 3 oktober 1226 stierf hij in het Portiunculakerkje. Twee jaar later werd Franciscus door de paus heilig verklaard. Zijn feestdag werd vastgesteld op 4 oktober. Zijn lichaam werd later overgebracht naar de crypte van de nieuw gebouwde Sint-Franciscusbasiliek in Assisi. In fresco’s in de onder- en bovenkerk hebben de schilders Cimabue en Giotto zijn leven uitgebeeld. Franciscus wordt afgebeeld met het kleed van zijn orde: een bruine of grijze pij met kap, een koord om zijn middel en wondentekenen in handen, voeten en zij.

Franciscus van Assisi

Het geboortehuis van Franciscus in het centrum van de oude stad Assisi (Italië).

De droom van paus Innocentius III, een fresco geschilderd door Giotto, en te zien in de bovenkerk in Assisi
De basiliek van Franciscus in Assisi wordt jaarlijks door vele duizenden bezocht.

Franciscus met een leprapatiënt. Dit gebrandschilderd raam bevindt zich in een hospice met aids-patiënten in Johannesburg (Zuid-Afrika), dat door Franciscanen wordt verzorgd.
Jim McIntosh - Wikimedia Commons