John Knox

De kerkhervormer die de Church of Scotland stichtte

Kerkkritische traditie

De kritiek op de katholieke kerk werd in Engeland in de tweede helft van de veertiende eeuw geleid door John Wycliff, een theoloog verbonden aan de universiteit van Oxford. Hij verzette zich tegen de wereldlijke macht en rijkdom van de kerk; hij beschouwde de bijbel als de enige bron van de openbaring en wenste daarvan een vertaling in het Engels; vervolgens erkende hij de transsubstantiatie niet, de werkelijke gedaanteverandering van brood en wijn in het lichaam en bloed van Christus tijdens de H. Mis. Allemaal punten die later de in Reformatietijd terugkomen. Boetepredikers die de opvattingen van Wycliff verspreidden, hadden groot succes. Hun aanhangers, Lollarden genoemd, kwamen samen met de verarmde boeren tot een breed gedragen protest tegen de kerk en de grootgrondbezitters. Die opstand werd neergeslagen en een groep Lollarden week uit naar Ayrshire in de Schotse Lowlands. Van daaruit verspreidden ze hun gedachtegoed verder in Schotland, waardoor zich daar een voedingsbodem voor de Reformatie ontwikkelde. Als John Knox in St. Andrews theologie studeert komt hij in aanraking met het antikatholieke gedachtegoed, hoewel hij zelf pas door de preken van Wishart het katholicisme achter zich laat.

Relatie Schotland – Engeland

De machtige Keltische adellijke families in de Schotse Highlands en de Engelssprekende grootgrondbezitters van de Schotse Lowlands strijden gezamenlijk tegen de expansiedrift van de Engelse vorsten, die Engeland en Schotland willen verenigen. De belangrijkste taak van de Schotse koningen is hun daarin voor te gaan. Een alliantie met Frankrijk, de eeuwige vijand van Engeland, is daarbij uiterst welkom. Het huwelijk van koning Jacobus V met de Franse Marie de Guise biedt voor die hulp een goede basis. Als de Engelse koning Hendrik VIII na de dood van Jacobus V een huwelijksverdrag afdwingt tussen zijn zes jaar oude zoontje Edward VI en de pasgeboren Schotse koningsdochter Mary Stuart, worden de edelen furieus. Ze vertrouwen de koninklijke familie niet meer en zoeken mogelijkheden zichzelf beter te verdedigen. Vooral de graven en hertogen die al langer sympathiseren met reformatorische opvattingen laten hun oog vallen op de kerkelijke rijkdommen. De bisschoppen en kloosters in Schotland zijn namelijk zeer rijk: ze hebben een gezamenlijk jaarinkomen dat het tienvoudige van dat van de vorst is. Met die bezittingen in handen is de Schotse adel minder afhankelijk van Frankrijk en dat stimuleert het succes van de reformatorische predikanten, zoals John Knox.

Presbyteriaanse kerk

Knox is de grondlegger van de Church of Scotland. Maar hij geeft die kerk nog niet de kenmerken van de presbyteriaanse organisatiestructuur. Hij legt de macht niet in handen van de ouderlingen en hun gezamenlijke synode, zoals de presbyterianen doen. Hij legt de beslissingsmacht nog bij het Schotse Parlement en de superintendenten, die in de tien diocesen een bijna bisschoppelijke positie bekleden. Het presbyteriaanse model dat we nu kennen, is pas later in de zestiende eeuw ontworpen door de theoloog en universiteitsbestuurder Andrew Melville. Het is een vervolgstap in het proces waarmee de Schotse kerk een calvinistisch karakter krijgt.

Dit standbeeld van John Knox bevindt zich voor het Holyroodhouse in Edinburgh.

Wikimedia Commons

Andrew Melville ontwierp het presbyteriaanse model voor de Schotse kerk, waardoor deze een calvinistisch karakter kreeg.

Wikimedia Commons