Jan Pietersz. Sweelinck

Een Nederlandse componist van Europese betekenis

Biografie
    Achtergronden    Tips voor verdieping en verwerking
Jan Pietersz. is in 1562 waarschijnlijk in de stad Deventer geboren. We weten dat niet helemaal zeker omdat later door een grote brand in kerkelijke archieven veel gegevens verloren zijn gegaan. Zijn vader was Pieter Swybertsz., terwijl zijn moeder Elsgen Sweling heette. Zowel Jan Pietersz. als zijn broer de latere schilder Gerrit Pietersz. kozen voor de achternaam van hun moeder (dochter van een vermaard stadschirurgijn), maar veranderden die uiteindelijk wel in ‘Sweelinck’.
Omstreeks 1566 verhuisde het gezin naar Amsterdam, waar vader inmiddels organist van de Oude of Sint-Nicolaaskerk was geworden. Na de dood van zijn vader in 1573 heeft de jonge Jan Pietersz. enkele jaren lessen van Cornelis Boskoop (opvolger van zijn vader) en van organisten uit Haarlem gekregen. Toch zou volgens sommige onderzoekers Jan Pietersz. al op 15-jarige leeftijd hoofdorganist van de Oude Kerk kunnen zijn geworden. In 1590 trouwde hij met Claesgen Dirckxdochter Puyner, afkomstig uit een welgestelde familie in Medemblik. Het echtpaar betrok een woning in de Koestraat. Uit hun huwelijk werden zes kinderen geboren.

Organist
Al op jonge leeftijd moet Sweelinck door het stadsbestuur tot stadsorganist zijn benoemd, een functie die hij tot zijn dood in 1621 zou blijven vervullen. De jonge Sweelinck ontving bij zijn benoeming een salaris van slechts 100 gulden per jaar, hetgeen veelzeggend is voor de ondergeschikte positie van een organist en componist in die tijd. Niettemin ontwikkelde hij zich tot een van de grootste orgelvirtuozen van zijn tijd en werd de belangrijkste Nederlandse componist aan het begin van de 17e eeuw. Het stadsbestuur nam maar al te graag bezoekers van buiten mee om in de Oude Kerk te luisteren naar Sweelincks virtuoze orgelspel. Omringd door een kring van muziekliefhebbers uit vooral hogere kringen ontwikkelde hij zich tot de spil van het muziekleven in Amsterdam en maakte ook deel uit van de Muiderkring, een kring van kunstenaars rond Pieter Cornelisz. Hooft.

Componist en leraar
Sweelinck werd een heel productief componist: van zijn hand zijn maar liefst ruim 250 vocale werken in de vorm van chansons, madrigalen, motetten en psalmen verschenen. Verder verzorgde hij vier boeken met psalmen, waarin hij composities op basis van berijmingen in het Frans door Clément Marot en Théodore de Bèze opnam. Pas later verschenen er zeventig werken voor klavecimbel en orgel. Het orgel werd het instrument waarop hij excelleerde. Doordat een orgel nog geen pedaal kende, was het onderscheid van dit instrument met een klavecimbel nog niet zo groot. Sweelinck, die zeer bekwaam was in het improviseren, schreef voor beide instrumenten muziek in vrije vormen, zoals de fantasie. Een predikant uit Kampen, die met enkele vrienden bij de grote meester op bezoek was, verhaalde hoe die een bepaald stuk wel op vijfentwintig manieren wist te spelen en van geen ophouden wist. Het toonde aan hoe Sweelinck een buitengewoon vaardige instrumentalist en ingenieus componist was geworden.
De ‘Phoenix der Musycke’ werd een gezocht docent, die leerlingen uit heel Noord-Europa trok. Tot zijn leerlingen behoorden o.a. Samuel Scheidt en Heinrich Scheidemann, de stichters van de Noord-Duitse orgelschool, die later grote invloed op de ontwikkeling van Johann Sebastian Bach heeft gehad. In Hamburg kreeg Sweelinck dan ook spoedig de bijnaam 'Der Organistenmacher'. Hij had daarnaast ook contacten met Engelse componisten als John Philips en John Bull.

In zijn instrumentale muziek gelukte het hem tot een synthese te komen van Italiaanse en Engelse invloeden. Onderzoekers nemen aan dat Sweelinck zeer bekend is geweest met de leerboeken over muziek van de Venetiaanse musicus en componist Gioseffo Zarlino. Er is gespeculeerd dat hij mogelijk, net als zijn jongere broer de schilder Gerrit,  een reis naar Italië zou hebben gemaakt, maar dat wordt toch onwaarschijnlijk geacht. Waarschijnlijk is hij zijn hele leven in de Noordelijke Nederlanden geweest. Daar reisde hij naar verschillende steden om te adviseren bij de bouw van orgels. Zijn enige ´buitenlandse´ reis maakte hij in 1603 naar Antwerpen om daar een klavecimbel voor de stad Amsterdam uit te zoeken.

Overlijden
Sweelinck overleed op 16 oktober 1621 en werd begraven in de Oude Kerk. Bij zijn overlijden maakte Joost van den Vondel het volgende vers:
Dits Sweelinck's sterfelyk deel, ten troost ons nagebleven
't Ontsterfelyk hout de maet by Godt in 't eeuwig leven
Daer streckt hy, meer dan hier omvatten ons gehoor
Een goddlycke galm in aller Enghlen oor.

Sweelinck werd als organist aan de Oude Kerk opgevolgd door zijn zoon Dirck (1591-1652).
Jan Pietersz. Sweelinck
Jan Pietersz. Sweelinck
Schilderij door Gerrit Pietersz. Sweelinck (1606), Amsterdam Museum (in langdurige bruikleen van het Haags Gemeentemuseum)

De Oude Kerk in Amsterdam. Sweelinck was enkele tientallen jaren de stadsorganist in deze kerk.
Wikimedia Commons

In de Oude Kerk bevindt zich dit gedenkteken ter herinnering aan de orgelmeester Jan Pietersz. Sweelinck.
Foto: Gunnar Bach Pedersen