Hendrik de Cock

Grondlegger van de gereformeerde kerken in Nederland

Franse tijd

Begin 1795 veroverden Franse troepen de hele Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. De Bataafse Republiek voerde de scheiding van kerk en staat door (1796). De kerk werd voortaan niet meer door de staat gesteund, maar moest het hebben van bijdragen van haar leden. De gereformeerden, die tot dan toe de hoofdstroom hadden gevormd in de Nederlanden, werden verenigd in de Nederlandse Hervormde kerk. Enkele provinciale hervormde synodes lieten in 1806 een bundel “evangelische gezangen” publiceren. Tot dan toe werden in gereformeerde kerken alleen psalmen gezongen. In orthodoxe kring wekten deze gezangen grote weerstand, omdat ze te veel het modernisme van de Verlichting zouden ademen en te weinig rekening hielden met de orthodoxe gereformeerde leer.

Ook anderen benutten de nieuwe vrijheid van godsdienst. In 1809 maakten de katholieken bijna 40% van de bevolking uit. Koning Lodewijk Napoleon liet de kerkelijke gebouwen en bezittingen verdelen op basis van de plaatselijke verhoudingen. Waar de katholieken de meerderheid vormden, kregen de hervormden vervangende kerkruimte. De staat had dus wel degelijk een stevige vinger in de kerkelijke pap…

Koning Willem I

Onder koning Willem I (1813-1840) bleef de vrijheid van godsdienst gewaarborgd. Maar de koning vaardigde in 1816 wel een algemeen reglement voor de Nederlandse Hervormde kerk uit. In dit reglement werd de kerkelijke leer niet officieel vastgelegd. Kerkelijke leiders en geleerden streefden naar een verlicht christendom, bedoeld om deugdzaam burgerschap te bevorderen. God, Nederland en Oranje waren volgens velen logisch met elkaar verbonden. Daaruit sprak een grote mate van zelfgenoegzaamheid.

Réveil

De tot het christendom bekeerde Jood Isaäc da Costa (1798-1860) hekelde deze denkbeelden in zijn Bezwaren tegen de geest der eeuw (1823). Het Réveil, een oorspronkelijk Zwitserse hervormingsbeweging met veel aandacht voor Christus als Zoon van God, rechtvaardiging door het geloof en een dagelijks leven dat in overeenstemming moest zijn met het Evangelie, kreeg ook aanhang in Nederland. Onder predikanten groeide bezorgdheid over de in hun ogen vaak nogal oppervlakkige prediking.

Gereformeerde Kerken

In die situatie was de herontdekking van de traditionele calvinistische leer, die op de Nationale Synode van Dordrecht (1618-1619) was vastgesteld, weinig verrassend. Maar die stringente opvattingen botsten wel met de moderne inzichten. En de scheiding der geesten die er het gevolg van was, haalde een streep door de rekening van de koning, die een voorstander was van een protestantse eenheidskerk onder koninklijk gezag.

Hendrik de Cock is betrekkelijk jong overleden. Zijn gedachtegoed en zijn principiële opstelling hebben hem echter overleefd. Als zijn volgelingen in 1892 samengaan met die van Abraham Kuyper, ontstaan de Gereformeerde Kerken in Nederland. Daarvan mag hij met recht de voorvader worden genoemd.

Koning Willem I streefde naar meer invloed in de protestantse kerk. De scheiding der geesten in de kerk haalde een streep door zijn rekening.

De eerste leraren van de Theologische School te Kampen. Rechts zit De Cock (1854).