Gezina van der Molen

Een overtuigd calviniste in een bewogen eeuw

De levensperiode van Gezina van der Molen, 1892 tot 1978, kan met recht een bewogen tijd worden genoemd. Eind 19e eeuw moeten ouders betalen voor christelijk onderwijs, is de vrouw politiek en religieus onmondig, ondergeschikt aan de man en bestaan er geen sociale voorzieningen.

In 1978 hebben mannen en vrouwen gelijke rechten, gaat 70% van alle leerlingen naar een gesubsidieerde bijzondere school, wordt het stelsel van sociale voorzieningen een financieel probleem vanwege de enorme aantallen uitkeringsgerechtigden en lijkt de vrouwenemancipatie voltooid.

Vakbeweging in opkomst

Eind 19e eeuw staat de vakbeweging in de kinderschoenen; de politieke lijn is die van het liberalisme. Werkgevers hebben het voor het zeggen. Het kiesrecht bestaat alleen voor een welgestelde minderheid. In 1871 wordt het Algemeen Nederlandsch Werklieden-Verbond (ANWV) opgericht als eerste Nederlandse vakcentrale. De strijd tegen kinderarbeid is succesvol: in 1874 wordt kinderarbeid in het Kinderwetje van Van Houten gereguleerd.

Omdat de ANWV voor staatsonderwijs is, en vanwege andere grieven tegen het gevoerde beleid, richten conservatief-christelijke leden in 1876 het Nederlandsch Werklieden- verbond Patrimonium op. Waar het ANWV alleen voor werknemers toegankelijk is, kunnen hiervan ook werkgevers lid worden. Naar emancipatie van arbeiders wordt niet gestreefd; vrouwenkiesrecht is geen optie; staking wordt afgewezen. In de openingsrede van het door Patrimonium georganiseerde Eerste Christelijk Sociaal Congres (1891) roept Abraham Kuyper zijn toehoorders op zich vooral op het geluk in het hiernamaals te richten…

Onderwijs

Hoewel er officieel vrijheid van onderwijs is in Nederland, worden christelijke scholen niet door de overheid gesubsidieerd. Ouders moeten zelf voor de kosten van christelijk onderwijs opdraaien; onderwijzers moeten er genoegen nemen met een bescheiden salaris. Pas in 1917 maakt de Onderwijspacificatie een eind aan deze situatie. In ruil voor christelijke steun voor het algemeen kiesrecht wordt dan financiële gelijkstelling van openbaar en bijzonder onderwijs een feit.

Sociale voorzieningen

Sociale voorzieningen worden door christelijke politici begin vorige eeuw niet op prijs gesteld. Zorg voor behoeftigen is immers een kerkelijke, diaconale taak ? Men is bevreesd voor te veel overheidsbemoeienis en wil baas blijven in eigen zuil. Verzet tegen de opvattingen van de Verlichting, die mede tot uiting zijn gekomen in de Franse revolutie, leidt tot polarisatie en conservatisme. Door socialisten worden dergelijke opvattingen uiteraard negatief beoordeeld; de verzuiling leidt tot spanning en onbegrip over en weer.

Vrouwenemancipatie

Voor vrouwen is het huwelijk de normale bestemming en de zorg voor man en kinderen de gebruikelijke levenstaak. Abraham Kuyper streeft naar zogeheten huismanskiesrecht, dat wil zeggen dat alleen mannen die een huis met een bepaalde huurwaarde bewonen kiesrecht verdienen. Maar op het tweede Christelijk Sociaal Congres (1919) wordt besloten tot oprichting van de Nederlandse Christen-Vrouwenbond (NCVB). Het is een begin van de emancipatie van de christelijke vrouw.

Voor Gezina is die emancipatie de rode draad in haar leven. De twee wereldoorlogen hebben daar een flinke invloed op. Tijdens de eerste blijft Nederland weliswaar neutraal, maar als jonge vrouw wordt ze keihard geconfronteerd met de verschrikkingen van deze oorlog. In Rotterdam komt ze in aanraking met Belgische oorlogsvluchtelingen en hun ellendige omstandigheden. Haar vader ziet de straffende hand van God in de oorlog; Gezina echter raakt in twijfel over de waarde van het christelijk geloof, nu christelijke volkeren elkaar over en weer naar het leven staan.

Al eerder streven Wilhelmina Drucker, Aletta Jacobs en Johanna Naber naar vrede en gelijkberechtiging van mannen en vrouwen. Zij bewegen zich buiten de gereformeerde kring (socialistisch, vrijzinnig protestants). Gezina sympathiseert met hun streven, en ontdekt dat het humanisme meer mogelijkheden biedt voor vrouwen dan het calvinisme.

Dat inzicht leidt tot spanningen thuis, vooral met de standpunten van haar vader. De vlucht in de verpleging is er een logisch gevolg van. Pas in het gezin van professor Anema komt ze tot de overtuiging dat ook binnen de gereformeerde zuil op termijn meer ruimte zal moeten komen voor emancipatie.

Volkenrecht

Het interbellum biedt Gezina mogelijkheden tot bestuurlijke en journalistieke activiteiten. Haar betrokkenheid bij de ontwikkeling van de Volkenbond brengt haar op het spoor van een studie internationaal recht. Haar relatie met Mies Nolte (van 1929 tot haar dood in 1978!) zorgt voor zelfaanvaarding en stabiliteit. Haar bestuurswerk voor de NCVB geeft haar mogelijkheden zich in te zetten voor emancipatie. Haar promotie aan de VU op een volkenrechtelijk thema biedt uitzicht op een wetenschappelijke carrière, die na de Tweede Wereldoorlog ook komt.

WO II

Maar vooral die Tweede Wereldoorlog zal voor haar van grote betekenis blijken. Felle anti-Duitse illegale publicaties, betrokkenheid bij de illegale pers (Vrij Nederland, Trouw) en het illegaal onderbrengen van Joodse kinderen bij christelijke gezinnen leiden na de bevrijding tot het voorzitterschap van de OBK en het Bloemendaalse ambtenarengerecht.

Gezina is van mening dat een Joods kind beter bij de familie waar het ondergedoken heeft gezeten kon blijven, als er sprake is van een goede relatie tussen pleegouders en kind. Daarnaast vindt ze dat er onvoldoende Joodse ouders zijn die voor de kinderen kunnen zorgen. Ook christelijk superioriteitsgevoel zal ongetwijfeld hebben meegespeeld: Joden hebben weliswaar na de oorlog recht op steun, maar kunnen zich beter tot het christendom bekeren en Jezus erkennen als de Messias… Haar optreden in de OBK is haar achteraf door diverse Joodse organisaties en personen zeer kwalijk genomen. Overigens is haar postuum in 1998 de onderscheiding “Rechtvaardige onder de volken” van Yad Vashem toegekend.

De 'Oranjebode' verschijnt ter gelegenheid van de geboorte van prinses Margriet. Het wordt beschouwd als de eerste uitgave van Trouw, 30 januari 1943.

Het tweede nummer van verzetskrant Trouw, 18 februari 1943

Wikimedia Commons

Na de oorlog

De jaren ’50 staan voor Van der Molen in het teken van haar werkzaamheden aan de Vrije Universiteit, eerst als docent, later als hoogleraar en opvolgster van haar mentor Anema. Zelfs in de ARP krijgen vrouwen passief kiesrecht (1953). Begin jaren ’60 gaat Gezina met emeritaat. In 1966 wordt ze benoemd in het Permanente Hof van Arbitrage te Den Haag, niet lang voordat de studentenrevolte uit Parijs naar Nederland overslaat.

Aan het eind van haar leven lijkt de emancipatie voltooid en de welvaartsstaat op zijn hoogtepunt.