Franciscus Xaverius

Een missiepionier in het Verre Oosten

De tijd van de grote ontdekkingen was in de vijftiende eeuw begonnen. De Portugezen vonden de zeeweg naar het oosten van Azië langs Kaap de Goede Hoop en stichtten een groot aantal factorijen (of handelsnederzettingen) van het westen van India tot Japan. De nederzetting Goa vormde het bestuurscentrum van dit Portugese rijk. De Portugezen hadden hun handen vol werk om het kleine gebied rond de handelsnederzettingen aan de kust in bezit te houden. In het binnenland waagden zij zich daarom niet. Dat was ook niet nodig, want de begeerde ‘oosterse’ producten werden vanuit het binnenland in de kustplaatsen aangevoerd. De Portugezen konden deze producten op hun beurt naar andere gebieden, zoals Europa, transporteren en daar met winst verkopen.

Het christelijk geloof verspreiden

De gedachte, het ware christelijke geloof, te verspreiden onder de ‘heidenen’, was onafscheidelijk verbonden aan de ontdekkings- en veroveringstochten van Portugezen en Spanjaarden. Ze ontleenden er zelfs het recht aan ‘heidense’ landen in bezit te nemen. Hierbij was een rol voor de paus weggelegd. Om rivaliteit tussen Portugezen en Spanjaarden te voorkomen stelde paus Alexander VI in het Verdrag van Tordesillas (1493) een afbakening in door een willekeurige lijn ten zuiden van de Azoren door de Atlantische Oceaan te trekken. Beide landen kregen gebieden toegewezen (Spanje ten oosten van de lijn, Portugal ten westen), waarin zij het alleenrecht kregen om handel te drijven en veroveringen te plegen, wel met de uitdrukkelijke verplichting er het katholieke geloof te verbreiden. Het ‘patronaatsrecht’ hield in dat de regeringen van beide landen verantwoordelijk werden gesteld voor het organiseren van de missionering: zij zorgden voor het uitzenden en onderhouden van missionarissen en lieten kerken en kloosters bouwen. Bij het uitvoeren van deze taak konden zij de net opgerichte jezuïetenorde uitstekend gebruiken. De ordestichter, Ignatius, had immers aangegeven dat het de taak van de orde was, in gehoorzaamheid aan de paus, naar alle plaatsen op aarde te trekken om er ‘heidenen’ of ‘ketters’ te bekeren.

In vergelijking met de Spanjaarden in Midden- en Zuid-Amerika hadden de Portugezen bij de missionering een zeer zware taak. Hun missiegebied was enorm uitgestrekt: van Kaap de Goede Hoop tot Japan. Er was in dit gebied een grote verscheidenheid van volken en talen. In de samenleving van India was sprake van een ondoordringbaar kastensysteem. In het gehele gebied hadden bovendien andere religies als islam en boeddhisme stevig wortel geschoten. Daar liet men niet zich niet zo gemakkelijk winnen voor het christendom.

Veroveraar van zielen

Niettemin hebben Portugese missionarissen met enig succes gewerkt in de omgeving van Goa, op Malakka, Celebes, de Molukken en in Japan. Xaverius slaagde erin om in tien jaar tijd tienduizenden voor het christendom te winnen. Hij wordt dan ook beschouwd als een ‘conquistador das animas’, een ‘veroveraar van zielen’. (In het Spaans werden ontdekkingsreizigers, die grote gebieden in het werelddeel Amerika veroverden, aangeduid als ‘conquistadors’) Xaverius was in heel wat gebieden de eerste christelijke missionaris en dat betekende dat hij heel wat pionierswerk moest verrichten. Dat was niet altijd gemakkelijk. Heel wat medewerkers die zijn werk ter plekke moesten voortzetten, waren onervaren missionarissen, hetgeen tot tal van problemen kon leiden.

China

Het succes van Xaverius sterkte de jezuïeten in hun verwachting dat het Oosten voor het christendom te winnen zou zijn. Zij kregen oog voor het feit dat het christendom daar moest opboksen tegen gevestigde religies. Dat had Xaverius tijdens zijn bezoek in Japan ook al gemerkt. In zijn latere brieven heeft hij hierover geschreven.

In Azië gingen jezuïeten na Xaverius er zich op toeleggen het eerst de heersende vorsten voor zich te winnen en te bekeren. Hierbij speelde het voorbeeld van keizer Constantijn in het vroege christendom een rol: als de vorst eenmaal bekeerd was, zouden ook de onderdanen volgen. Het gelukte de paters in contact te komen met een hoge vorst in India. Dat was eigenlijk een zeer riskante operatie, want de paters konden met hun komst als vreemdelingen de marteldood riskeren. De vorst ontving de jezuïeten echter welwillend, ging zelfs met hen in debat, maar liet zich uiteindelijk niet bekeren.

In China gelukte het de jezuïeten het vertrouwen van de keizers te winnen, niet vanwege hun kennis van theologie, maar door hun kennis van de exacte wetenschappen. Hun kennis van sterrenkunde en wiskunde oogstte veel bewondering, maar tot veel bekeerlingen leidde dit niet. Er leek op de duur eerder sprake te zijn van een bekering in omgekeerde richting. Uit bewondering voor veel aspecten van de Chinese samenleving besloten de jezuïeten wat elementen daarvan bij hun bekeringswerk over te nemen. Zo gingen zij over tot het dragen van mandarijnengewaden en zelfs het bijwonen van confucianistische plechtigheden, waarin sprake was van voorouderverering. Dit leidde wel tot conflicten met de kerkleiding in Rome, die van deze aanpassingen veel minder gecharmeerd was.

Japan

Japan leek na het bezoek van Xaverius het meest hoopgevende land. Andere missionarissen hadden daar zijn werk voortgezet. Tot het begin van de zeventiende eeuw werden er maar liefst 200 kerken gebouwd. Meer dan 700 000 Japanners waren tot het christendom overgegaan, onder wie verschillende edelen. Niet altijd uit diepe overtuiging, want het christendom was een van de vele factoren in de twisten binnen de Japanse heersende klasse. Toen sommige christenen overgingen tot het vernielen van boeddhistische tempels en kunstwerken, zette dat kwaad bloed en leidde tot een omslag in de positie van christenen in de Japanse samenleving. Vanaf 1614 was er sprake van een vervolgingscampagne, die vanwege de grote aantallen slachtoffers onder de christenen een van de afschuwelijkste uit de geschiedenis van het christendom zou worden. In 1638 werd bepaald dat in het vervolg geen christen meer de Japanse bodem mocht betreden. Dit verbod zou pas in 1873 worden opgeheven. De kerstening van de op dit punt meest belovende rijk van het christendom in het Verre Oosten was op een rampzalige mislukking uitgelopen.

Aan het eind van de zestiende eeuw verdreven Hollanders en Engelsen de Portugezen uit heel wat nederzettingen, o.a. op de Molukken. Ze vernietigden tegelijkertijd de katholieke missies aldaar.

Deze feiten hebben geen afbreuk gedaan aan het gegeven dat Franciscus Xaverius wordt gezien als een pionier die sinds de apostel Paulus meer dan wie ook grote aantallen mensen tot het christendom heeft gebracht.

In Lissabon staat het grote monument ter ere van de Portugese ontdekkingsreizigers. Het beeld rechts is van Franciscus Xaverius.

Een afbeelding van Franciscus Xaverius, geschilderd door een Japanse kunstenaar, waarschijnlijk uit de 17e eeuw.

Kobe City Museum Collection / Wikimedia Commons

Monument ter ere van het bezoek van Franciscus Xaverius aan de stad Kagoshima (Japan).

Wikimedia Commons

Ook in Nederland wordt een relikwie van Franciscus Xaverius bewaard. Deze houder omvat een gedeelte van de rechterarm en wordt bewaard in Museum Catharijneconvent in Utrecht.

Catharijneconvent / Wikimedia Commons